Voor onze lezeressen
Woensdag, 27 oktober 1965, hielden wij onze Contactmiddag, die onder leiding stond van onze voorzitter, Ds. H. Rijksen. De opkomst was ook dit jaar geweldig. Meer dan honderd afgevaardigden uit alle streken van ons land waren samen gekomen om de belangen van de Bond en de plaatselijke verenigingen te bespreken. We hebben deze middag Contactmiddag genoemd, en inderdaad het is een echte contactmiddag. Ieder jaar is de belangstelling weer groter.
Ds. Rijksen opende de vergadering met als openingswoord een gedeeelte uit Lucas 19. Van vers 11 t.m. 27. De geschiedenis van de tien ponden.
Na het welkomstwoord werden alle ingekomen stukken en de belangen van de diverse verenigingen behandeld.
Na de pauze kreeg mej. Blonk uit Woerden gelegenheid haar referaat te houden over: „Vertrouwen, een gouden kleinood".
Hieronder wordt het onderwerp in zijn geheel weergegeven.
Geachte aanwezigen,
Op vorige vergaderingen hebt U al dikwijls mooie en leerzame onderwerpen kunnen beluisteren. Hieronder was ook het onderwerp „Waarheid wekt vertrouwen". En het is in aansluiting hierop dat ik U nu iets wil voorlezen over de grote waarde van het VERTROUWEN op zichzelf, onder het opschrift:
VERTROUWEN, EEN GOUDEN KLEINOOD
En dan is het mijn bedoeling, U iets te laten horen over drie soorten van vertrouwen namelijk:
le Het vertrouwen in het gezin en in de samenleving, 2e Het kinderlijk vertrouwen, 3e Het echte geloofsvertrouwen,
Eerst dan; Het vertrouwen in het gezin en in de dagelijkse samenleving is zeker een gouden kleinood, dat God ons in Zijn algemene genade, of algemene goedheid over Zijn schepselen nog gelaten heeft na de val.
Want als wij in Rom. 3 : 10-18 lezen hoe onze innerlijke gesteldheid is, hoe wij vol van dodelijk venijn zijn, dan is er bij ons geen vertrouwen van nature.
Daarom herhaal ik; dat het een weldaad van God is, dat er nog vertrouwen in het gezin en in de samenleving kan zijn.
Wat is het een gelukkig gezin, waar de ouders en kinderen, en zusjes en broertjes elkaar kunnen vertrouwen. Waar de ouders hun kinderen de waarheid zeggen, en als ze beloven of dreigen, dit ook doen. Bovenal hun kinderen al heel vroeg bekend maken, zij het ook op kinderlijke wijze, met de Alwetendheid en de Alomtegenwoordigheid Gods.
Ik zelf herinner mij nog heel goed dat ik als hummel van 3 of 4 jaar, toen mijn moeder mij daarvan verteld had, naar een grote kast in onze kamer wees en vroeg; „Als ik nu daar in kruip en de deuren stijf dicht doe, kan de Heere mij dan nóg zien? " Toen haar antwoord, met grote ernst gegeven, bevestigend luidde, was ik vol verwondering over zoveel GROOT-HEID en is deze waarheid diep in mijn kinderhart ingezonken en heeft mij voor veel zonde bewaard.
In zulk een gezin gebeurt het gelukkig nog dat moeder er 's avonds wel eens ééntje wakker vindt als zij voor het naar bed gaan nog even de ronde doet.
Jan, die gezegd had een boodschap vergeten te zijn, wat niet waar was, of Greet die haar vriendin de schuld er van gegeven had dat haar jurk vol modderspatten zat, en die zelf in een plas gedanst had, en die nu toch niet slapen konden omdat zij hun moeder bedrogen hadden, en omdat de Heere dit wel wist.
Wat kan het dan een grote en pijnlijke ervaring zijn als je in een dergelijk gezin opgegroeid bent en je komt op 16 of 17jarige leeftijd, als je wat meer de wijde wereld in moet, met mensen in aanraking die je vertrouwen beschamen.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1966
Daniel | 16 Pagina's