Een rubriek voor en van onze jeugd
| Van 8 tot 16 |
Vandaag beginnen we eens met een opstel van Annie van der Knijff uit Waddinxveen. Juist vanmorgen kreeg ik een brief van de leidster van de meisjesclub „Samen Sterk" uit Moercapelle. Zij stuurde me ook drie opstellen van leden van die club. Nu, dat vind ik buitengewoon aardig. De vorige keer heb ik nog gevraagd of de andere verenigingen nooit eens iets voor me hadden en zie, nu heb ik al antwoord. Ik heb het opstel van het jongste meisje er uit genomen. Annie is pas 9 jaar en toch is ze al een ijverig lid van haar club en kan ze al mooie opstellen schrijven. Ja, natuurlijk zijn de anderen ook mooi, maar die kan ik toch niet alle tegelijk plaatsen? Die doen we later wel eens.
JOZEF WORDT ONDERKONING
Zie, daar zit Farao. Het lijkt wel of hij verdrietig is. Daar zit hij op de troon en er komen veel mensen de troonzaal binnen. Het zijn tovenaars. De koning zegt: „Vertelt me eens wat mijn droom betekent". De tovenaars zeggen: „Vertelt U maar wat U gedroomd hebt, dan zeggen wij wel wat het betekent". De koning begon: „Toen ik in slaap gevallen was droomde ik, dat er zeven hele dikke koeien waren en zeven hele magere koeien. Toen werd ik wakker en een poosje daarna viel ik weer in slaap. En toen droomde ik, dat er zeven dikke korenhalmen en zeven magere korenhalmen waren. De zeven magere koeien hadden de zeven dikke opgegeten en de zeven magere halmen aten de zeven dikke halmen op. En vertelt me nu maar wat het betekent". De tovenaars keken elkaar eens aan, maar ze wisten het geen van allen. Het gezicht van de Farao werd steeds bozer en bozer. Toen kwam de schenker met de wijn. Hij boog en gaf de beker aan Farao en zei: „Ik weet iemand, die dromen uit kan leggen. Want toen ik en de bakker in de gevangenis waren hadden we ook gedroomd en een man uit de gevangenis heeft onze dromen uitgelegd en het is precies uitgekomen zoals hij gezegd had." „Waar is die man? " „Hij is, denk ik, nog steeds in de gevangenis". „Gaat hem dan halen".
En toen gingen een paar soldaten hem halen. Ze klopten op de gevangenis en er werd open gedaan. De soldaten zeiden: „We komen die man uit Kanaan halen". Jozef zei: „Maar ik kan toch zo niet mee". Toen gingen ze weg en voordat hij bij de koning kwam werd hij geschoren en zijn haar werd geknipt. Zo werd hij voor de koning gebracht. De koning vertelde weer zijn dromen. Toen moest Jozef vertellen wat het betekende. Jozef zei: „Die zeven dikke koeien en die zeven magere koeien, die zeven dikke halmen en die zeven magere halmen horen bij elkaar. Nog zeven jaren koning, dan zal er nog genoeg eten zijn. Maar dan komen er zeven slechte jaren, dan zal er honger zijn. Daarom moeten er door het hele land heen schuren gebouwd worden en het koren, dat over blijft moet naar die schuren gebracht worden en daar moet iemand de baas over zijn. Wijst u daar maar iemand voor aan." „Dat bent U, man uit Kanaan, U wordt onderkoning. Hier hebt U mijn gouden ring. Haal het beste paard uit de stal en geef hem het beste kleed aan". Zo werd Jozef onderkoning.
Goed hoor Annie. Jij vindt het zeker wel fijn op je vereniging. Wat een mooie naam draagt die club. „Samen Sterk", heb jij die verzonnen?
En dan nu de spreekwoorden. Eerst de oplossingen van de vorige tien.
51. Door schade en schande wijs worden. 52. Door de mand vallen. 53. Van alle markten thuis zijn. 54. Veel in de melk te brokken hebben. 55. Op alle slakken zout leggen. 56. Een spaak in het wiel steken. 57. Spijkers met koppen slaan. 58. De staf breken over iemand. 59. De tering naar de nering zetten. 60. Van een mug een olifant maken.
Het gaat lekker met die spreekwoorden, vinden jullie ook niet? Ik had eerst gedacht er mee op te houden, maar ik vind dat we de honderd nu maar moeten vol maken. Reken er maar op dat vooral de laatste tien erg lastig zullen zijn.
Hier volgt de omschrijving van de volgende tien:
61. Bepaalde zaken aan iedereen vertellen. 62. Te laat thuis komen voor het eten. 63. Stilletjes weggaan met achterlating van veel schulden. 64. Het laatste van een werk is het moeilijkst. 65. Iedereen maakt wel eens een fout. 66. Het is prettiger dat men jaloers is dan dat men medelijden met je heeft. 67. Bij wisseling van een bestuur komen er veranderingen. 68. Zij die dreigen zijn gewoonlijk niet te vrezen. 69. Vele mensen zijn ondankbaar. 70. De kinderen volgen het voorbeeld van de ouders.
De woorden, die verwerkt moeten worden zijn:
aan, beklaagd, benijd, beste, beter, blaffende, bijten, dan, de, de, de, de, de, de, de, eens, grote, hangen, het, hond, het, heren, honden, iets, in, is, jongen, klok, laatste, loodjes, loon, met, niet, nieuwe, nieuwe, noorderzon, ondank, oude, paard, piepen, pot, struikelt, vinden, vertrekken, wegen, wel, wetten, 's werelds, zoals, zongen, zwaarst.
Doe je best en de oplossingen weer binnen veertien dagen opsturen.
C. DE BODE
Ten Anker weg 21 - Tholen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 februari 1966
Daniel | 16 Pagina's