Schrift overdenking
Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken. (Hebr. 11 : 6).
In dit vers maakt de Apostel de toepassing van wat hij in het vorige vers heeft getuigd n.1. dat Henoch door het geloof is weggenomen en eveneens door het geloof getuigenis heeft gehad, dat hij Gode behaagde.
Buiten het geloof om zijn deze beide weldaden niet te verkrijgen; en Paulus leert het voor een ieder met alle nadruk, in welke tijd hij leven moge en onder welke omstandigheden, dat wij alleen door het geloof Gode welbehaaglijk zijn.
Door alle eeuwen heen hebben velen beproefd God te behagen, doch zonder geloof. Kaïn was onder hen de eerste en God verwierp hem en zijn offer. En hoevelen onder de belijders van de waarheid hebben niet meer dan Kaïn had. Israël, dat de wet der rechtvaardigheid zocht is tot de wet der rechtvaardigheid niet gekomen. Waarom? Omdat het die zocht niet uit het geloof, maar als uit de werken der wet; want zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven is: „Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis en een iegelijk, die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden." Op het geloof komt het aan. Wat betekent onze godsdienst zonder geloof! Kunnen wij God iets toebrengen?
Het is onze natuur eigen om op onze werken loon te eisen; verdienstelijkheid aan ons doen en laten toe te schrijven. Er zullen er zijn, die in de dag des oordeels zullen zeggen: „Heere, Ileere, hebben wij niet in Uw naam geprofeteerd en in Uw naam vele krachten gedaan? " En dan zal Hij hun openlijk aanzeggen: „Ik heb u nooit gekend. Gaat weg van Mij, gij die de ongerechtigheid werkt."
Niets van ons kan God behagen. Hij ziet eerst de persoon en dan zijn werken aan, zoals bij Abel. Eerst moet de vernieuwing en reiniging in Christus ons deel worden en dan zullen onze daden Gode behagen.
Die tot God komt, moet geloven dat Hij is. Geloven dat God is, bedoelt iets meer dan geen atheïst te zijn. De natuur zelf stemt toe, dat God is, omdat God in elk mens een afdruk van zijn bestaan schonk. Maar dit bloot erkennen van het Godsbestaan, is geheel onvoldoende om tot Hem te komen. Ook de duivelen geloven, dat God is en zij sidderen. Het geloven, dat de Apostel hier als eis stelt voor ieder, die tot God komt, doet de zondaar toestemmen en vertrouwen, dat God is een God der genade en der zaligheid. Het geeft een
vrijmoedige toegang aan de gans ellendige om alle heil alleen in Hem te zoeken en van Hem te verwachten, want: „Hij is een beloner dergenen, die Hem zoeken."
Dit zoeken is een vrucht van Gods trekken. De Heere leidt Zijn kinderen door een weg van aanhoudend zoeken naar Hem. Hoeveel ook tegen is, de door God getrokkene kan niet aflaten. Met de Kananese vrouw grijpt hij God op Zijn Woord. In diepe verootmoediging komt de ziel tot God, omdat buiten Hem niets is dan de dood. En dit zoeken zal God belonen.
Werd uw ziel ooit om God verlegen? Of hebt u genoeg aan uw gedoopt zijn; aan uw belijdenis; aan uw ijver voor kerk en waarheid? O, eer Iiij u buiten sluit mochten deze gronden u ontvallen en het u gegeven worden tot God te komen in Christus als een heiwaardige. Dan zou de Heere u niet verstoten.
Welk een troost voor de oprechten! Laat de wet u veroordelen; uw zonden tegen u getuigen. Beken uw onwaardigheid boven alle andere mensenkinderen. Maar de Heere zal u belonen, niet uit verdienste, doch uit genade. Weeg niet langer geld uit voor hetgeen geen brood is, maar leer door het geloof Christus zoeken en vinden, want die tot God komt, moet geloven dat Hij is en een beloner dergenen die hem zoeken.
Wijlen ds. G. H. Kersten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 januari 1966
Daniel | 16 Pagina's