Wij en de cultuur
(7)
EN NU?
Op de stralende morgen der schepping had de Goddelijke cultuuropdracht tot de mens geklonken over de luisterrijke aarde: Ge moet Edens hof bebouwen en bewaren, de wereld, die U onderworpen is, vervullen. Maar al te spoedig is de glans van deze gouden eeuw verduisterd door de zondeval: vervreemd van God begon de mens zijn dooltocht over de aarde.
En wij dolen nog steeds mee in een wereld, waar wij in de cultuur zien, dat steeds meer de stem van God wordt tegengesproken, ja zelfs genegeerd.
WERELDGELIJKVORMIG
Dit is een term, die vaak te pas en te onpas wordt gebruikt. Vooral jonge mensen worden nogal eens met deze tekst om de oren geslagen. Men bedoelt dan de tekst in Hom. 12 waar we lezen: en wordt dezer wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds. Vaak hoort men dan: dit niet, dat niet, enz. Dus negatief, hetwelk vaak heel wat makkelijker is dan iets positiefs naar voren te brengen.
Paulus spreekt hier tot de gelovige Romeinen. En inderdaad, de vernieuwde mens mag zich niet aanpassen aan de levensvorm van deze eeuw. Hij is een nieuw mens geworden.
De taak van de christen is echter niet slechts negatief, de levensvorm van deze wereld afwijzend, maar hij moet positief een geheel andere levenswijze hebben, namelijk die, welke behoort bij de komende eeuw.
Het zit niet in vroom gepraat, het zit niet in kort of lang haar of meer van zulke dingen. God ziet het hart aan.
Sommigen zeggen wel eens: Gods volk is te kennen aan gelaat, gewaad en gepraat. Zuiver Remonstrants, en heeft niets met de
zuivere beleving van onze zonden te maken.
Neen, door de daad zal men tonen, wie men dient.
ACHTERLIJKHEID?
Is er dan geen antithese, is er dan geen scheiding tussen kerk en wereld. Ja zeker, natuurlijk.
Maar evenzeer is het een caricatuur wanneer we dit verschil daarin zoeken, dat men niet wereldgelijkvormig wil wezen aan de wereld van thans (zelfs niet in het goede) maar wel aan die van een vorige periode.
Toen de predikanten in plaats van ronde hoeden driekante steken gingen dragen, waren er lieden in Middelburg, die gingen kerken op naburige dorpen, waar nog dominees met bolhoeden waren met brede flapranden; maar toen de steken te Middelburg door hoge hoeden werden vervangen, trok hun nageslacht naar buitendorpen, waar men nog met de steek ter kerk ging.
Antithese is dus niet het vasthouden aan het verleden, het betekent geen achterlijkheid. Toch is er een antithese.
Wanneer men die uit het oog verliest, gaat de kerk op in de wereld. Bijv. wanneer de kerk capituleert voor de danswoede of meent die in eigen banen te kunnen leiden, zoals Aaron bij de pret om het Gouden Kalf meende alles vast in eigen hand te hebben.
Na de Hemelvaart van Christus is de aarde bezet gebied van die ondergrondse macht, die de Heiland noemt „de Overste der Wereld". Nooit mag de kerk daarvoor capituleren.
IS DAN ALLES FOUT?
De gehele culturele arbeid van de mens stamt uit een Gode vijandig denken en handelen en moet daarom falen.
Immers, al wat zich tegen de almachtige God verheft of Hem negeert, is gedoemd tot mislukken en te vergaan.
Rechtlijnig geredeneerd zouden wij geneigd zijn de gevolgtrekking te maken: alle cul-
tuur moet totaal worden veroordeeld, als ze niet uit godvruchtige motieven is geboren. Maar deze conclusie is onhoudbaar. Er zijn ook schone en nuttige instrumenten ontdekt en vervaardigd. Allerlei produkten kunnen ook door Christenen worden gebruikt, zoals b.v. uitgevonden instrumenten.
Deze mogelijkheid bestaat dus. Cultuurproducten door ongelovigen voortgebracht kunnen op een godvruchtige manier worden aangewend, tot welzijn van de mens en tot eer des Heeren.
Ondanks de bezoedeling, die de goddeloze mens op zijn maaksel overdraagt, bevatten zijn voortbrengselen iets bruikbaars. Dit mag bij de beoordeling der cultuur niet over het hoofd gezien worden.
De oorzaak van het merkwaardig verschijnsel, dat in zonde gemaakte producten tot iets bruikbaars en goeds in zich hebben, moet worden gezocht in de algemene genade Gods.
Door deze algemene genade kan de cultuurarbeid der zondaren het welzijn der mensen dienen, voor zover het dit aardse leven betreft.
Ook om Zijn genadig inwerken in de cultuurwerkzaamheid der mensen behoort Hem de lof en de dankzegging te worden gebracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966
Daniel | 16 Pagina's