JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wat ik wil.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wat ik wil.

4 minuten leestijd

(Kommentaar op wondere kritiek)

In verband met de bezwaren die in 't bovenstaande tegen mijn besprekingen in „Daniël" zijn ingebracht, het volgende:

Op speciaal verzoek van de redaktie van ons blad wil ik de lezers ervan dienen. Mocht dus de redaktie met de heer Butijn van mening wezen dat de door mijn boekbesprekingen beslagen ruimte beter voor iets anders dienen kan, dan hoop ik mij terug te trekken.

Het was steeds mijn streven, wat ik schreef

ook te verantwoorden. En daar ik alle boeken die ik in ons blad besproken heb, steeds van te voren grondig heb gelezen, en van mijn bezwaren steeds verslag heb uitgebracht, acht ik mij niet verplicht mijn bijdragen hier nog eens te verdedigen. Dat anderen bepaalde boeken waarmee ik niet ingenomen wezen kon, van harte hebben aanbevolen, is niet mijn zaak. Elke lezer — ook van de kritieken — moge zich een oordeel vormen uit hetgeen hij leest. In iedere bespreking zit een element van voorlichting. Dat deze voorlichting voor vele lezers nog broodnodig is, bewijst het ingezonden stuk wel overtuigend. Want het boek van Van der Haar over het geestelijke leven bij Calvijn wordt hier als eerste argument ten voordele van de door mij gewraakte schrijver aangevoerd. De heer Butijn moet het mij werkelijk niet kwalijk nemen: dommer zet was juist in dit verband niet mogelijk. Het boek in kwestie is met veel bombarie aangekondigd, maar heeft daarom ieder die met oordeel lezen kan te meer teleurgesteld. Het werk staat vol met stichtelijke woorden, maar brengt ons Calvijn beslist niet nader. Eigenlijk is dit een uitgaaf waarvoor wij ons allen moeten schamen: het is niet verheffend dat een boek als dit door „De Banier" kon worden uitgegeven en het bovendien in onze kringen ook nog deed. De schrijver toch had in dit dikke werk betreffende Calvijn zijns inziens wat te zeggen, maar voor wat hij schreef was een brochure meer dan ruim genoeg geweest.

Geregeld boeken recenseren heeft ook iets te maken met het opvoeden van een bepaalde lezerskring. De heer Butijn vindt deze uitspraak hoogstwaarschijnlijk zonder meer aanmatigend of vreselijk aanmatigend. Het zij zo. Naar mijn vaste overtuiging wordt er onder ons nog veel te veel gelezen dat het lezen werkelijk niet waard is. Daarom ben ik er zo veel mij mogelijk is steeds op uit op lezenswaardige lektuur te wijzen. Maar dan moeten onze lezers zich ook voor wat goeds wat moeite gunnen. Ik ontken dat ik in „Daniël" meestal met boeken kom die hoogstens maar voor vijf op honderd lezers van belang zijn. Kijkt u maar naar wat er laatst geplaatst is. 't Boekje dat door Van der Haar werd saamgesteld, was speciaal bedoeld voor onze mensen. Daarvoor schreef ik over Dronkert's populaire gids voor 't Oude Testament, deel I, almede van belang voor ieder onzer; daarvoor over het geschrift betreffende de rooie rakkers, dat voor ruim publiek bedoeld is en door de reklame die ervoor gemaakt wordt binnen de gezichtskring ook van onze lezers is gekomen; daarvoor over 't boek van Polman over Augustinus' leer van God, een weliswaar wat moeilijk boek, maar dat gezien het onderwerp mijns inziens toch wel in ons blad besproken diende, al zal zeker ieder het niet kopen; daarvoor over de twee laatstverschenen deeltjes van de populaire kerkgeschiedenis die voor zeer vele lezers en verenigingen iets begeerlijks zijn moet; daarvoor over 't boek over Calvijn dat werkelijk voor ieder onder ons geschreven werd; en daarvoor over de heruitgaaf van de kleine Prentbijbel, die speciaal voor onze mensen als een ideaal geschenk beschouwd moet worden, plus het populaire boekje van Professor Diepenhorst over de vrouw en haar positie in de maatschappij. Me dunkt, wie deze willekeurig uitgekozen laatste zeven bijdragen beziet, zal moeten toegeven dat het met onze lezers droevig is gesteld, wanneer er op de honderd nog geen vijf zijn die naar deze boeken zullen grijpen.

Zeer typerend en bedroevend is, tenslotte, dat de heer Butijn van mening is dat het gelukkig is dat alle lezers van ons blad niet zeer deskundig zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966

Daniel | 16 Pagina's

Wat ik wil.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966

Daniel | 16 Pagina's