Ziegenbalg
Een zakenreis
Het is oktober 1714. In de haven van Tranquebar ligt een deens schip te wachten tot de zeilen worden gehesen en de touwen worden losgegooid. Als dat gebeurd is, wordt het vaartuig door de wind in zee gedreven. Het zal een lange reis worden, helemaal naar het noorden van Europa. De schepelingen weten niet beter; er is geen vlugger reis denkbaar. Zij zijn overgegeven aan wind en stroom, maar het kan niet anders.
Onder de opvarenden bevindt zich ook zendeling Ziegenbalg. Twee inlanders, Tamils, uit Voor-Indië, vergezellen hem. Zij weten dat ze ruim een half jaar onderweg zullen zijn. Voor de Tamils is deze reis vol verrassingen. Wat hebben zij van de wereld gezien? Niets dan de kleine omgeving van de streek waar zij zijn geboren. De zendeling weet wel wat hem kan overkomen tijdens zo'n reis. Hij reist met gemengde gevoelens. Hij weet dat het hoog tijd is dat hij naar Denemarken gaat. Het is in het belang van de zending. De commandant Hassius had een geheime order gekregen van het moederland om nauwkeurig toe te zien op de doopkandidaten. Dat was wel te veel voor Ziegenbalg. Hassius kon op deze manier de zending lam leggen. Hij zou kunnen maken dat niemand meer gedoopt zou worden. Dan zou de kerk uitsterven; er zou geen
groei meer zijn in de gemeente, die Ziegenbalg en zijn helpers hadden gesticht onder Gods zegen.
Hoe zou de zendeling ontvangen worden in Denemarken? Zouden ze daar echt aan de kant van Hassius staan? Zouden ze daar de leugens geloven, die de commandant had overgebriefd?
Ziegenbalg ziet wel verlangend uit naar het ogenblik dat hij de mensen van het thuisfront zal kunnen spreken.
Eindelijk was die tijd gekomen. Tegen het eind van de meimaand 1715 bereikte het schip de haven van Bergen in Noorwegen. Velen wisten van Ziegenbalgs komst en waren present toen het schip aan de wal lag.
Wat een ontmoeting! Dat had de zendeling niet kunnen denken. Met gejuich werd hij verwelkomd en vragen van allerhande aard werden hem van alle kanten gesteld. Men had al zo veel gehoord van Ziegenbalg, nu zagen ze de man, die dag en nacht klaar had gestaan om de mensen voor Christus te winnen.
Als Ziegenbalg een kerkdienst leidt, is geen plaats in de kerk onbezet. In die diensten verhaalt de zendeling van het moeilijke werk, maar ook van de zegen die op die arbeid rust. Hij wijst van zichzelf af, maar geeft God alleen de eer. Het is alleen door de werking van de Heilige Geest, dat er een gemeente is kunnen ontstaan en dat de Geest in die gemeente woont.
Van Bergen reisde Ziegenbalg naar koning Frederik IV, die zich in het legerkamp bevond, zolang als de oorlog tegen Karei XII van Zweden duurde. Met eer werd hij door de vorst ontvangen. De twee Tamils werden ook aan de koning voorgesteld. Wat zette de vorst grote ogen op, toen hij helemaal geen tolk nodig had! De Tamils antwoordden op alle vragen, die de koning hun stelde, in het duits. Die taal hadden zij van Ziegenbalg geleerd.
Met een aanbevelingsbrief van de koning bij zich reisde de zendeling nu naar Kopenhagen, waar het zendingsbestuur zich bevond. Hier kon Ziegenbalg alles uit de doeken doen. Oprecht en met grote ernst vertelde hij de aanmatigingen van commandant Hassius. De Tamils konden als getuigen optreden. Naar alle dingen werd geïnformeerd en tot volle tevredenheid van het bestuur werden de zendingszaken door Ziegenbalg besproken. Stond het bestuur eerst argwanend tegenover hun zendeling, nu was het wel anders geworden, nu ze alles van de andere kant hadden vernomen.
En wat was het gevolg van de besprekingen? Onmiddellijk werd het geheime bevel van Hassius ingetrokken. De commandant werd onverwijld teruggeroepen van zijn post. Voortaan zou de commandant zich niet meer mogen bemoeien met de interne zaken van de zending.
Dat was een groot winstpunt voor Zie-
genbalg. Zijn reis was niet tevergeefs geweest. Door zijn reis was de voortgang van de zending in Voor-indië verzekerd.
Nu kon Ziegenbalg met een gerust hart naar zijn vaderland gaan. De stad Hal-Ie lag nu eerst in de reisroute. Daar leefde nog steeds Ziegenbalgs onvergetelijke leermeester Francke, die een geestelijke vader voor hem was geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966
Daniel | 16 Pagina's