JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

's Zondags en door de week

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

's Zondags en door de week

7 minuten leestijd

Er zijn al verscheidende brieven binnengekomen over ons nieuwe onderwerp. Daar zijn we erg blij mee. Het blijkt steeds weer dat het een probleem is, waar veel jongeren over nadenken. Welke plaats neemt het geloof bij ons dagelijks werk in? Is er voor velen niet een grote spanning tussen aan de éne kant de zondag en de prediking in de kerk, en aan de andere kant het werk en het gewone leven door de weeks? Het is fijn dat de brieven die we kregen, reacties zijn vanuit heel verschillende beroepen, wat erg leerzaam is. Het is moeilijk om er één uit te kiezen, maar we moeten wel een keus maken, want natuurlijk kunnen we niet op alle beroepen tegelijk ingaan. Nu kregen we twee brieven van middelbare-scholieren, die we mooi samen kunnen nemen, en daarmee wilden we dan beginnen. We hopen dat de andere briefschrijvers nog even geduld hebben. We hopen intussen ook nog meer brieven te krijgen. Dan kan élk beroep ter sprake komen.

Op school.

De brieven komen van een jongen, die op een Christelijke H.B.S. en een meisje, dat op een openbare M.M.S. zit. De eerste schrijft:

„Ik zit in de vijfde klas van een kristelijke H.B.S. en moet toegeven dat ik me in de eerste en tweede wel eens een vreemdeling, een buitenstaander gevoeld heb. Maar nu kan ik dat niet meer zeggen, omdat ik door de klas volledig geaccepteerd word. 's Morgens hebben wc eerst een dagopening waar we samen (dus afkomstig uit allerlei meer of minder protestantse kerkgenootschappen) uit de Bijbel lezen, en waar gebeden en gezongen wordt; en dan hindert het mij in 't geheel niet dat degenen, die naast mij zitten Ned. Hervormd of Gereformeerd zijn. Nee, ik vind het helemaal niet moeilijk om op die school dooplid van de Gereformeerde Gemeente te zijn! — Gesprekken over het geloof, althans over het wezenlijke ervan, hebben we niet. Wel eens terloops over bijzaken of uiterlijke dingen, maar er echt dieper op ingaan doen we niet." Tot zover deze brief.

Met de briefschrijfster die op de openbare school zit is het heel anders! Zij schrijft:

„Ik zit op de Rijks M.M.S. in de 5e klas, voor mijn eindexamen dus. In de 2e klas kwam ik voor het eerst op deze school; het eerste jaar zat ik op de Christelijke H.B.S. te (andere stad). Het was voor mij een hele overgang. Maar achteraf ben ik toch blij, dat ik op deze Rijksschool zit, want ik heb me, wat verde-principe betreft, vaak moeten digen.

Wij, jongeren

Op school worden er bijv. elk jaar 2 avondjes gegeven, waar natuurlijk altijd gedanst wordt. Ik ben er één keer geweest. Mijn ouders waren zo verstandig dat ze het me niet meteen verboden hebben, want nu weet ik uit ondervinding, wat er op zo'n avondje te koop is. Ik was en ben altijd weer blij, als

het zondag is. Maar het is precies zoals ii geschreven heeft: dan komt de maandag en boem, daar gaat de hele vrede en rust die je 's zondags genoot. En dan ook nog die hatelijke opmerkingen van je medescholieren. Dan gaat het zo: „Heb jij gisteren dat goeie toneelstuk gezien? Oh, nee...." En dan slaan ze hun hand voor hun mond en zeggen: „Ja, jullie hebben geen tv." Zo echt medelijdend: „Het is toch zielig hè, wat dat kind missen moet."

Ik zou haast medelijden krijgen met hen, want ik ben ervan overtuigd, dat zij heel wat meer missen dan ik. Maar toch, ik moet zeggen dat men in mijn klas en op mijn school respect heeft voor mijn overtuiging. Zo komen we bij één leraar, de geschiedenisleraar, vaak tot „theologische" gesprekken. Daarom geloof ik ook wel, dat ik op deze school een bepaalde taak heb. Het valt me helemaal niet moeilijk Christin te zijn, want ik weet dat ik niet alleen sta." Tot zover deze briefschrijfster. Ze schrijft, evenals onze H.B.S.-er, over nog meer dingen, maar zullen we dat nog even laten rusten? Later, als het ter sprake komt, hopen we daar wel op in te gaan. Welke taak?

Deze twee brieven passen heel goed bij elkaar. Duidelijk blijkt hoe veel verschil het maakt, of je dagelijks al of niet in een christelijke omgeving bent. De één begint elke morgen op school met Bijbellezen en gebed, de ander helemaal niet. De klasgenoten van de één gaan 's zondags wel naar de kerk, van de ander niet. Op de neutrale M.M.S. zal ook wel geen Bijbelse geschiedenis gegeven worden en ga zo maar door. Maar al ben je in nog zon wereldse omgeving, altijd ontstaan er weer gesprekken over het geloof. Misschien dan wel juist. Want op de Christelijke H.B.S. blijken zulke gesprekken nauwelijks of niet voor te komen, lezen we in de eerste brief! En op de openbare M.M.S wèl. Bij het vak geschiedenis bijvoorbeeld. Wat fijn dat de briefschrijfster hier haar taak ziet. En die zal nog niet zo eenvoudig zijn. Ze heeft ook gemerkt dat het jezelf verrijkt, als je tegenover buitenstaanders rekenschap moet geven van je geloof. „Een ieder die Mij belijden zal voor de mensen, " zegt de Heere Jezus zelfs, „die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader."

Maar ook op een Christelijke school zul

je wel eens wat horen dat je aan het nadenken brengt. Is het wel waar zoals die leraar het zegt? En dan denken we niet meteen aan de bekende vragen of je het paradijs, de zondeval en de wonderen in de Bijbel letterlijk moet nemen. Dat zal trouwens niet op élke Christelijke school in twijfel getrokken worden. Maar uit de manier waarop over het geloof gesproken wordt, uit het bidden elke dag weer, voel je dat er iets ontbreekt. Ze gaan er zo vaak van uit dat je als je Christelijk bent, dan meteen een echte gelovige bent. Daarom zal er dan over „bekeren", een omkeren dus, weinig of niet gesproken worden. Daarmee gaat meestal een andere levenswijze samen. Hoe zijn ook op een Christelijke school de klasse-avonden en de feestjes, die de schoolvereniging organiseert? Liggen hier niet even goed problemen voor een jongen of een meisje dat echt ernst wil maken met het Woord van God? Ligt hier voor ons dan ook niet een taak? Wat kunnen er juist op school levendige discussies ontstaan! Dat weten wij beiden uit ervaring. Ook op een christelijke school zal je je wel eens „wat principe betreft moeten verdedigen." Wel moet je oppassen. Het is eigenlijk niet „jezelf verdedigen." Je hoeft ook je kerk en zelfs „de waarheid" niet te verdedigen. Je hoeft ook een ander niet te overtuigen. Maar wij horen te getuigen. Niet meer en niet minder. Al was het vragenderwijs. Is dit wel waar? of: kun je dat nu wel zo zeggen? Wat zegt de Bijbel hierover?

En icelk beroep?

Op één vraag van ons zijn beide brieven niet ingegaan. Maar dat lag voor de hand. Dat was over ons werk als beroep, als roeping. Als je op school zit, sta je daar nog voor. Of heb je nu toch ook al een roeping: het leren? En welk beroep heb je gekozen of ga je kiezen? De één weet al heel jong wat hij of zij wil worden. Dan heb je er meestal ook geen moeite mee om dat als je roeping te zien. Maar een ander zit daar wèl mee. Hoe kan je nu weten wat je roeping zou kunnen zijn? Dat mag je aan de Iieere vragen. In Gods oog is ons werk erg belangrijk. Ons huwelijksformulier noemt dat een „Goddelijk beroep". Zou Hij dan een regelrecht antwoord geven? Gewoonlijk niet, maar Hij geeft ons een soort richtingwijzers. Wat zijn mijn gaven? Hoe kan ik die het best ontplooien? Wat zou ik steeds met pleizier doen? En niet te vergeten: Waar ben ik nodig? Waar kan ik iets voor anderen betekenen?

Maar daar kunnen we bij een volgende brief nog wel verder op ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966

Daniel | 16 Pagina's

's Zondags en door de week

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 januari 1966

Daniel | 16 Pagina's