Het gezin in onzer samenleving
Het gezin in onze samenleving
(slot)
Spurgeon heeft er dus op gewezen hoe de oprechtheid van ouders onder Gods oppermachtig bestuur krachtig kan meewerken tot het verlost worden van zonde en zalig worden van onze zoons en dochters. We vinden hiervan een prachtig voorbeeld in de praktijk: Augustinus leidde een slecht leven, tot groot verdriet van zijn moeder. Al haar vermaningen sloeg hij in de wind, zodat ze niet anders kon doen dan nog voor hem blijven bidden en dat heeft ze zo vurig gedaan dat van hem gezegd wordt: een kind van zoveel gebeden kan niet verloren gaan. En het is uitgekomen. Daarom mogen ouders hun kind nooit laten gaan. Hoeveel verdriet U er ook van hebt en hoeveel smaad U misschien geleden hebt, laat de deur van Uw huis en hart altijd open. Velen maken ook de fout te denken dat alleen bij hen het leven zoveel moeite en zorg geeft. U kent immers wel uw eigen gezin, maar nooit dat van een ander. Weet U wat zich daar allemaal afspeelt? Echt verdriet vertel je niet zo gemakkelijk aan anderen. De mens wil zich altijd groot houden. Maar als U eens achter de schermen kon kijken, dan zou U misschien nog meer verdriet tegenkomen dan bij Uzelf: het ene ouderpaar heeft veel moeite met een van de kinderen, andere ouders hebben de zorg voor de opvoeding van een kind, dat lichamelijk en/of geestelijk niet helemaal normaal is. Weer anderen hebben een kind door de dood verloren of een van beide ouders staat alleen voor de opvoeding, orndat de ander niet meer in leven is. Ook zijn er echtparen die dolgraag kinderen willen hebben, maar bij wie deze wens nooit vervuld zal worden. En zo kunt U nog meer voorbeelden noemen. Bovendien zijn en blijven ouders mensen met fouten en tekortkomingen. Het ene karakter is makkelijker dan het andere. Het is fijn wanneer U dat Uzelf en uw kinderen durft bekennen. Op deze wijze krijgt een kind meer respect voor z'n ouders. Het kan en moét rekening houden met hun beperktheden. Daarom wil ik eindigen met wat Luther over het vijfde gebod zegt:
„Aan de staat van vader en moeder heeft God bijzondere eer gegeven boven alle andere staten, die Hij onder zich heeft, dat Hij niet alleen gebiedt de ouders lief te hebben, maar ook te eren. Want tegenover broers, zusters en in het algemeen tegenover de naaste beveelt Hij niets hogers dan hen lief te hebben, maar vader en moeder zondert Hij af, stelt ze boven alle andere personen op aarde en zet ze naast Zichzelf. Want eren is meer dan liefhebben, daar het niet alleen de liefde insluit, maar ook gehoorzaamheid, bescheidenheid en eerbied als tegenover een daarin verborgen majesteit; hier wordt niet alleen gevraagd, dat men ze vriendelijk en met eerbied moet aanspreken, maar dat men met ziel en lichaam zich zo tegenover hen gedraagt en toont, dat men hoog tegen hen opziet en hen beschouwt als de hoogsten na God; want wil men iemand van harte eren, dan moet men hem waarlijk voor hoog en groot houden; daarom moet men het de jeugd inprenten, dat zij hun ouders moeten beschouwen als in Gods plaats en bedenken dat zij, al zijn ze gering, arm, gebrekkig en raar, toch vader en moeder zijn, van God gegeven. Wegens hun gedrag en hun fouten worden zij niet van deze eer beroofd. Daarom moet men niet de persoon aanzien, hoe deze is, maar Gods wil, die het zo gemaakt en verordend heeft."
Wanneer deze lezing bij U vragen opgeroepen heeft, dan wil ik graag proberen die via „Daniël" of — indien U dit prettiger vindt — in een persoonlijke brief te beantwoorden.
S. T. van Malkenhorst-Visser, Leendert Sparreboomstraat 24, Rotterdam-26.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1965
Daniel | 16 Pagina's