Bï] DE JAARWISSELING
Als dit nummer van „Daniël" verschijnt, resten ons nog enkele dagen en dan schrijven wij Anno Domini 1966. Anno Domini, dat betekent: in het jaar onzes Iieeren. Bijna tweeduizend jaar geleden is het Woord vlees geworden. Met het Kerstfeest hebben we dit weer mogen herdenken.
En nu staan we weer aan het einde van het jaar 1965 en ligt er weer een nieuw jaar vóór ons.
Staande op deze drempel moge het in onze harten leven: „Het zijn de goedertierenheden des Heeren, dat we nog niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben. Zij zijn alle morgen nieuw, Uw trouw is groot."
Als voorzitter van het Bondsbestuur en als hoofdredakteur van „Daniël" willen wij U allen, mede namens het Bondsbestuur en de administrateur van ons blad de onmisbare zegen des Heeren toebidden voor het jaar 1966. U allen, dat wil zeggen: de medewerkers, de lezers, de agenten en de drukker van ons blad, onze distriktsbesturen, onze verenigingsbesturen en de leden van al onze verenigingen.
Tevens doen wij dit in onze functie van ere-voorzitter van de Bond van vrouwen-en meisjes verenigingen namens dit bondsbestuur aan alle meisjes-en vrouwenverenigingen.
Geve de Heere voor het nieuwe jaar, dat de boven aangehaalde woorden in onze harten mogen leven: „Zij zijn alle morgen nieuw, Uw trouw is groot."
Dan zal ons werk, ook in verenigingsverband, geen sleurwerk worden, dan zal het ons elke dag opnieuw een wonder zijn dat de Heere ons, ondanks onze dagelijkse overtredingen, Zijn goedertierenheden bewijst.
Die goedertierenheden mogen ons tot verootmoediging brengen, ja tot waarachtige bekering voor Zijn aangezicht. De Heere zegene ook het onderzoek van Zijn Woord op de verenigingen opdat wij als jongeren het pand, dat ons is toebetrouwd, niet zouden verloochenen of loslaten en wij ook temidden van allerlei vragen en problemen een levenshouding en - overtuiging mogen vinden, die gegrond is op Gods heilig Woord. Boven alles is het onze bede, dat de Heere in het nieuwe jaar Zich verheerli jke in de harten van onze jongeren, opdat Hij naar Zijn eigen belofte Zijn Naam onder ons van kind tot kind voortplante en Zijn genade schenke in de lijn der geslachten, want:
„Het verbond met Abraham, Zijn vrind, Bevestigt Hij van kind tot kind!"
Daartoe gebruike de Heere als middel in Zijn hand ook de arbeid van onze verenigingen. Weest allen Gode en Zijn genade bevolen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 31 december 1965
Daniel | 16 Pagina's