JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geen Plaats.....

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen Plaats.....

4 minuten leestijd

qeen plaats „en legde Hem nede r in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg."

Het Kerstfeest, dat wij deze dagen weer mogen gedenken, predikt ons, dat „God alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebbe."

„En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg."

De enige Zoon van God vindt op aarde slechts een handvol stro in een stal. Zo komt dus de Koning der ere in deze wereld.

Iloe zouden we Hem verwacht hebben? Omstuwd door Zijn engelen? Omgeven door hemelse heerlijkheid? Begroet door blijde lofgezangen?

Ja, dit alles is er wel in de velden van Efratha, bij de herders, maar niet in Bethlehem.

In Bethlehem, waar de Koning komt zien we een jonge moeder, een stal, een kribbe, wat stro en de Koning, Die als hulpeloos Kindeke wegschuilt in de donkerheid.

Is dit nu Uw komst, o Koning? Is dit nu het wonder der eeuwen? „Is dat, is dat mijn Koning? "

De herders, zondige mensen, staan in het licht van de heerlijkheid des Heeren, Die hen omschijnt, maar de Koning Zelf ligt in de donkerheid.

Voor Hem is de armoede, opdat voor hen de hemelse rijkdom zou zijn.

Zo wordt hier in Zijn geboorte al dadelijk vervuld, wat Paulus schrijft in 2 Cor. 8 : 9: Want gij weet de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is ann geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden".

Juist Zijn diepe armoede brengt ons schatten aan, die ver boven goud of zilver zijn.

Juist zó, door Zijn diepe vernedering is Hij een Koning, „Die het zaligst lot, ver boven alle goön kan schenken."

Zó komt hij dus! In een stal, in een kribbe. „Omdat voor hen geen plaats was in de herberg."

Wij zingen: „Nu sijt wellecome, Jesu lieve Heer."

Maar Hij is helemaal niet welkom. Er is voor deze Koning geen plaats.

^ Er is geen plaats voor Hem, door Wie hemel en aarde zijn gemaakt. Straks is er geen plaats voor Hem in Zijn vaderland: Hij moet vluchten voor het moordenaarszwaard van Iierodes.

Geen plaats ook voor Hem in het land der Gadarenen: „Zij baden Hem, dat Hij uit hun landpale wilde vertrekken." Geen plaats ook in het land der Samaritanen. Hij mocht niet door hun landpale gaan. Geen plaats ook voor Hem in de synagoge van Nazareth. Zij wierpen Hem buiten de stad. Straks zelfs geen plaats meer voor Hem op aarde: Hij wordt genageld aan een kruis.

Geen plaats voor Hem ook van nature in ons hart.

Waarom niet? Wel vrienden, de zonde heeft daar zijn plaats ingenomen en de wereld en de zorgvuldigheden van het leven. Evenals de farizeërs zijn wij zo ingenomen over onszelf, met onze vroomheid en godsdienst, dat er geen plekje meer over is voor de Zoon Gods, voor deze Koning.

Er is geen plaats voor Hem bij ons, omdat we bezig zijn met veel dienens, net als Martha en wij willen de dienstmaagd en haar zoon maar niet uitwerpen.

Zelfs al hebben wij een traan in ons oog en al zijn wij diep ontroerd, dan kan het nóg zijn, dat er toch voor deze arm geworden Immanuël geen plaats is. Wij zijn er zeer bedreven in om zoJ veel godsdienst aan te dragen, dat we precies ons leven niet verliezen en dan is er voor Hem geen plaats.

Bekeert U, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Verootmoedigt U en buigt U voor deze geboren Koning. Hij is een Koning, die ook aan U het zaligst lot, ver boven alle goón kan schenken.

Anders zal er straks voor U geen plaats zijn in het paradijs, onder de boom des levens.

Smeek Hem, dat Hij voor Zichzelf bij U plaats zal maken. Hij kan plaats maken, waar geen plaats is.

Want nu is het wonder zo groot, dat er voor Hem geen plaats was in de herberg, maar er is voor de herberg wel plaats bij IIein.

Heel de herberg, tollenaren, hoeren, ja allen die in de herberg thuis horen, maar ook farizeërs, rijke jongelingen, ze kunnen allen bij Hem terecht. „Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen."

Ja, nu zegt God: „Omdat er nu geen plaats was voor Mijn zoon in de herberg, zie, nu is er in en door Hem een plaats bij Mij."

Een plaats in de eeuwige tabernakelen.

„Wie Hem nederig valt te voet, Zal van Hem zijn wegen leren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965

Daniel | 32 Pagina's

Geen Plaats.....

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965

Daniel | 32 Pagina's