Toch is het Licht verrezen.
De nozem zegt: „Zou ik het Kind gaan zoeken en horen naar de hemelse muziek? Is dut een Vorst, gewikkeld in de doeken? 't Is ouderwetse vrome romantiek.
Wie hecht nog waarde aan vergeelde hoeken en laaft zich aan die muffige mystiek? Zijn volgelingen gaan elkaar vervloeken. Waar is de vrede in die christenkliek? "
En toch is in de nacht het Licht verrezen, dat duist're zielen zet in gouden gloed; de Eeuwige, door engelen geprezen,
de Zoon van God, het hooggeloofde Goed, het reine Lam, dat offer wilde wezen, om wit te wassen door Zijn hartebloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965
Daniel | 32 Pagina's