RONDKIJK
* De datum van het Kerstfeest.
* Waarom twee feestdagen?
In welk jaar is de Heere Jezus geboren en hoe is men er nu toe gekomen om de datum van die geboorte op 25 december te stellen? Dat weet eigenlijk niemand precies te zeggen, niemand heeft de preciese datum kunnen berekenen.
Er is in de loop der eeuwen al veel over te doen geweest; kerkvaders hebben de stelling verkondigd, dat de schepping der wereld op 25 maart plaats had — wat o.i. nooit te bewijzen is — zij stellen de ontvangenis van de Heere Jezus in het vlees eveneens op 25 maart. Als men dan negen maanden verder telt, komt men op 25 december uit. Dit zijn echter maar gissingen; wij houden zonder meer vast aan die datum en één ding is daarbij opmerkelijk, dat de ganse Christenheid over heel de wereld het hierin eens is en het Kerstfeest op die datum viert.
Het feest van Jezus' geboorte is in de eerste eeuwen niet, of nagenoeg niet gevierd. Pas in de vierde eeuw kwam dit in gebruik en werd het officieel als feestdag ingevoerd.
Na de Hervorming is er echter een sterke actie tegen de feestdagen gekomen. Calvijn b.v. was er een tegenstander van. Als 25 dec. in de week viel, preekte hij wel, maar de verkondiging van het heilsfeit, de geboorte van Christus, bewaarde hij tot de daarop volgende zondag. Dit verzet van de Hervormers tegen de feestdagen was om drieërlei redenen: ten eerste omdat het menselijke instellingen waren, omdat er een gelijkstelling kwam met de Dag des Heeren en ten derde, omdat er aanleiding in bestond tot losbandigheid en heidense gebruiken.
Een eeuw later werden de feestdagen weer in ere hersteld. De Synode van 1574 verklaarde zich er nog tegen en achtte de tweede feestdagen geheel overbodig. De volgende Synode van 1578 verklaarde 25 december tot een officiële feestdag, in 1581 voegde de Synode van Middelburg er de Hemelvaartsdag bij. Die van 1586 te Den Haag bepaalde dat naast de zondag niet alleen de eerste Kerst-, Paas-en Pinksterdagen moesten gevierd maar ook de tweede feestdagen. Alleen Nieuwjaars-en Hemelsvaartsdag stelde men facultatief. De Synode van 1618—'19 conformeerde zich hieraan, maar drong wèl aan tot de viering van de
Hemelvaarts-en de Nieuwjaarsdag.
Dat dit op de genoemde Synoden is behandeld kwam voort uit de aandrang van het volk dat deze dagen wilde, en ook van de Overheid, die gaarne zag dat de kerk ze officieel erkende, om daarmee losbandigheid op die dagen te voorkomen. De kerk stond er dan om zo te zeggen achter.
Er is nadien nog wel meer verzet gerezen; wij noemen onder meer door Ds. Jacobus Koelman (1632—1695) predikant te Sluis in Vlaanderen, die een felle strijd gevoerd heeft tegen de Christelijke Feestdagen. Zij ondermijnden volgens hem het gezag van de Dag des Heeren.
Ds. Koelman, ofschoon een zeer godvruchtig man, was hierin niet vrij van overdrijving, hij deed dit ook ten opzichte van het gebruik van de Formulieren, die hij afschafte.
De feestdagen kunnen nooit gelijk gesteld worden met de zondag, de Dag des Heeren. De rustdag heeft God de Heere ingesteld in het Paradijs bij de schepping. De vraag van overgang van sabbath naar zondag staat daarbuiten, dat is een hoofdstuk apart. De oorspronkelijke sabbath (rustdag) is scheppingsordening en is daarna in de Wet des Heeren voorgeschreven. Daarom kunnen en mogen wij de Christelijke feestdagen als menselijke instellingen, nooit met de van God gegeven dag op één lijn stellen. De tweede feestdag kan uiteraard een zeer willekeurige toevoeging worden genoemd; men moet er de begeerte naar een dubbele feestdag achter zoeken. In sommige plaatsen van ons land houdt men er nog drie feestdagen op na; vaklieden in Zeeland werken b.v. niet op Pinkster-drie. De tweede feestdag staat lager in rang dan de eerste, want op de eerste feestdag valt de herdenking van het heilsfeit. De viering van de tweede feestdag wordt eigenlijk in de vrijheid der kerken gelaten. Meestal is het in onze gemeenten gewoonte om kerk te houden, maar ook wel eens niet, vooral bij leesdiensten, als b.v. de tweede feestdag op een zaterdag valt en het zondags toch weer kerk is.
Dit zijn enkele beschouwingen over de data van het Kerstfeest — voor ons komt het er op aan en is het de grote vraag of de Christus der Schriften ook voor ons geboren is.
„Gij zult Zijn naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hunne zonden." Daartoe is Hij in de wereld gekomen. Let wel, deze boodschap is er geen van een algemene verzoeningsleer: „Hij zal Zijn volk zalig maken." Wij moeten ons niet vergenoegen met een oppervlakkige Kerstfeestviering zoals duizenden doen, maar onder biddend opzien vragen, of wij tot dat gelukkige volk mogen behoren. Dan pas zal het waarlijk Kerstfeest voor ons zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965
Daniel | 32 Pagina's