Kerstfeest een ,,gevaarlijk" feest
In het artikel „Kerstfeestvieringen" hebben we kunnen lezen, dat in de vroegchristelijke kerk het kersfeest niet gevierd werd, ja zelfs onbekend was. In hetzelfde artikel wordt duidelijk gemaakt, dat dit in later tijd anders geworden is. Er zou heel veel te vermelden zijn over de ontwikkeling van het kerstfeest in de loop der eeuwen, maar dat is nu de bedoeling niet. Wie hieromtrent meer weten wil, kan terecht in het boekje van Dr. J. ]. Mak: „Het Kerstfeest", uitgegeven in 1948. Hierin kunt u lezen over alles wat met het kerstfeest samenhangt of althans pléégt samen te hangen: over de kerstgebruiken, de kerstliederen, de kerstspelen en (uiteraard) de kerstboom.
Terzake: niet alleen de oude christelijke kerk stond sceptisch tegenover het kerstfeest, maar ook de Reformatie. In Genève is het feest volgens de reeds genoemde Dr. Mak een tijdlang verboden geweest. In Engeland hebben de puriteinen zich er ernstig tegen verzet, onder Cromwell zelfs met succes. Ook de gereformeerden in ons land zagen in de viering van het kerstfeest weinig heil. De synode van Dordrecht in het jaar 1574 besloot tenminste de kerstfeestviering af te schaffen. Nu moeten we dit besluit wel zien in het licht van de toenmalige wantoestanden. Het kerstfeest was nl. ontaard in eten, drinken en spelen (er is niets nieuws onder de zon!). Het feit van Christus' geboorte moest men, op last van de synode, dan prediken op de zondag vóór het kerstfeest. Onze vaderen achtten dus de viering van de geboorte van de Heere Jezus op een aparte dag niet noodzakelijk. Nu vaagt men echter door een synodebesluit niet zomaar een diep-ingewortelde volksgewoonte uit. Later moest men dan ook op het bovengenoemde besluit terugkomen. Toch gaven de meest puriteins-ingestelden onder de gereformeerden der 16e en 17e eeuw zich niet maar dadelijk gewonnen. Vooral de bekende hoogleraar Voetius en zijn volgelingen waren fel gekant tegen alle uitwassen, die bijna onvermijdelijk met de kerstfeesvieringen samenhingen.
Dit mag ook óns wel iets leren. Niet dat we ons verzetten tegen de Eerste en Tweede Kerstdag, maar wel moeten we ons hoeden voor een overmatige accentuering van het kerstfeest. Het Kerstgebeuren kan niet sterk genoeg beklemtoond worden in de prediking. Laten we er ook van zingen, zowel met de gemeente, als in de huiselijke kring. Dat onze harten vervuld mogen worden met heilige verwondering over het grote Godsgeschenk. Maar laat ons oppassen voor de veruiterlijking: de feestdis, het extra-lange weekend, de „sfeer". Dat alles moge aantrekkelijk lijken, maar de 27e december brengt toch weer de nuchtere, harde werkelijkheid. In deze tijd kunnen we de kerstliederen horen klinken in de winkelstraten, in de hotels en de cafetaria's; veertien dagen geleden klonken echter via dezelfde luidsprekers de sinterklaas-deunen. Het automatisme, waarmee men — vooral in de zakenwereld — van het ene „genre" op het andere overschakelt, is ontstellend. Het commerciële voordeel, dat men bewust dóór het kerstfeest tracht te verkrijgen, is ronduit beschamend. De kerstfeestviering moge er dan nu iets minder boertig en grof aan toegaan als in de 16e en 17e eeuw (waaraan onze gereformeerde vaderen zich gestoten hebben), de gevaren zijn nog precies de-
zelfde, of door de verfijning juist des te groter.
Wat Dr. Mak in de Chr. Encyclopedie zegt in het artikel „Kerstmis" is volkomen juist: „Christelijke kerstfeestviering blijft ook in het heden een probleem. Een compromis voldoet niet en volstaat niet. Alleen in verwerping van de mens en het menselijk kunnen en onvoorwaardelijke erkenning van Christus als Kyrios, de Heere, is feestviering in christelijke stijl mogelijk, d.w.z. zonder openlijk of clandestien aan de wereld cijns te betalen." Laat deze woorden eens tot u doordringen!
Kerstfeest, een „gevaarlijk" feest. Het synodebesluit van 1574 heeft ons getroffen. Men durfde, terwille van de ernst van de Bijbelse Boodschap, een verwereldlijkt kerstfeest uitbannen! Wat doen wij? Betalen wij in deze dagen rondom het kerstfeest schatting aan de wereld, of blijven we nuchter, in de goede bijbelse zin van het woord? Calvijn was zo nuchter, dat hij eens op het kerstfeest normaal doorging met het behandelen van cle vervolgstof, onverstoorbaar, alsof er geen kerstfeest bestond. Dat heeft hij natuurlijk niet elk jaar gedaan. Maar voelt u aan, wat hij ennee bedoelde? Iets van die nuchterheid zou ook ons geen kwaad doen.
Kerstfeest 1965. Het oude Evangelie is nog nieuw. Als we door Gods genade de Kerstboodschap als nieuw mogen ervaren, dan valt het „gevaar" van het kerstfeest weg, want dan valt de veruiterlijking weg, dan blijft de verwondering. Hoe viert u, hoe vieren wij Kerstfeest?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965
Daniel | 32 Pagina's