JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

RONDKIJK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDKIJK

5 minuten leestijd

Rangen en standen Wie de krant goed leest heeft vorige week kunnen lezen, dat minister Vondeling in onparlementaire woorden de zaak van de rangen en standen heeft gehekeld. Hij zei zo ongeveer dat het nu maar eens uit moest zijn met die „kouwe kak" en met die „duurdcenerij." Hij doelde op de titulatuur die men volgens de etiquette nog altijd moet gebruiken; neem maar eens uw zakagenda dan kunt ge vinden dat de gewone burger „Weledel geboren" moet heten en wie van adel is Hooggeboren of Hoogweledel geboren; de burgemeester is Edelachtbaar; een lid van het Gerechtshof of een curator Edelgrootachtbaar en dat gaat ook zo van Weledel gestreng tot Hoogedelgestreng enzovoort. Wanneer men aan die hoge heren (of dames) schrijven moet, moet men er inderdaad de agenda wel op na slaan om het allemaal te weten. „Vort er mee" zegt d.e soc. minister Vondeling, allemaal „kouwe kak!"

Hetzelfde zegt hij ook van de koninklijke onderscheidingen die bij jubilea e.d. worden uitgedeeld; als je dienstbode of arbeider bent krijg je brons en iemand die voorman is krijgt zilver; iemand die weer iets hoger is in de maatschappij krijgt een plak goud en als je een titel draagt wordt het ridder of officier. En allemaal even goed je best gedaan! Wc vertellen dit nu maar op onze eigen manier, het komt hier op neer dat minister Vondeling dit onderscheid in rangen en standen totaal wil wegwerken. Waarom al die soesah?

Zo oppervlakkig gezien zit er wat in — we zijn niet zo weledel en zo hoogedel geboren, wij zijn allemaal van dezelfde lap gescheurd, in zonden ontvangen en geboren. Maar in die zin zal de soc. minister Vondeling het niet bedoelen, we willen dan ook niet in zijn schuitje varen. Er zijn nu eenmaal rangen en standen, die zullen er blijven en die hebben we te eerbiedigen. Wij gaan de dominé niet met Kees of Piet aanspreken, wij eren hem in zijn ambt. Dat het misschien vereenvoudigd kan worden is een andere zaak: men is daar eigenlijk al toe overgegaan. Hoogedel gestrengen mogen met „mijnheer" worden aangesproken en onze Koningin met „mevrouw"; al is de aanspraaktitel altijd „Majesteit".

Het socialisme wil alles democratiseren, neem maar de betiteling Burgerlijk Armbestuur, dat , , arm" moest er uit en het moest Maatschappelijke Zorg worden. Het is nu de Alg. Bijstandswet. De I-Ieere Jezus heeft gezegd dat er altijd armen zullen blijven: de armen hebt gij altijd met U maar Mij hebt gij niet altijd. Hier worden dus rangen en standen aangegeven, die er zullen blijven. Als Paulus geweten had dat hij tot de Hogepriester sprak, had hij niet tot hem gezegd „God zal U slaan, gij gewitte wand", maar hem zéker anders toegesproken. Hij corrigeerde zichzelf direct.

Uw waarnemer is van mening dat men voorzichtig moet zijn met al dat „gelijkschakelen"; in de laatste wereldoorlog hebben wij van de „kameraden" genoeg beleefd! Het socialisme wil alles gelijk maken, gelijk op delen, ook het bezit. In Rusland heeft men afgerekend met het Tsarenbewind — en hoewel daar veel op aan te merken was weten we wat er van terecht gekomen is. Allemaal kameraden: kameraad Lenin, kameraad Stalin, kameraad Chroestsjew enzovoort. Onder de dictatuur zijn ook rangen en standen, maar dan op een andere wijze, men heerst er met de knoet! Het begint soms zo onschuldig, laat men toezien dat men door het omverhalen van bestaande normen niet van kwaad tot erger komt.

De emancipatie der vrouw wil men ook zo ver mogelijk doorvoeren: er is een streven gaande dat ongehuwde werkende vrouwen niet langer met „juffrouw" wallen betiteld zijn, zij willen zich „mevrouw" laten noemen. Deze dames vinden het niet prettig om door de titel „juffrouw" bij voortduur aan hun ongehuwde staat te worden herinnerd. Voor mannen, gehuwd of ongehuwd is er toch ook maar één aanspraakwijze n.1. „meneer", zo zeggen ze.

In Nederland hebben we tot heden vier onderscheidingen (afgezien van de adel) n.1. vrouw, juffrouw, mevrouw en Vrouwe. Op het platteland spreekt men nog veel van „vrouw" en noemt dan daarbij de man's achternaam.

In Zweden is dit punt ook aan de orde gekomen, alle vrouwen boven de twintig jaar zouden zonder meer „mevrouw" worden genoemd. Er is veel protest tegen gekomen: er waren er die geen zin hadden om door de betiteling „mevrouw" voor gehuwd te worden aangezien en ande-

ren wilden het niet, omdat ze zich daardoor te oud voelden. Zo zullen er in ons land ook wel zijn.

Uw waarnemer merkt uit dit alles op de ontevredenheid met de plaats waarin de Heere ons gesteld heeft. Het gaat mij niet in de eerste plaats om de betiteling, maar om wat er allemaal achter schuilt. Er zit wat in om over na te denken.

De apostel Paulus zegt in Romeinen 13: Zo geeft dan een iegelijk wat gij schuldig zijt: vreze die gij vreze, eer, die gij de eer schuldig zijt. Mij dunkt dat in het laatste ook de betiteling van hen die boven ons staan ligt begrepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965

Daniel | 32 Pagina's

RONDKIJK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 december 1965

Daniel | 32 Pagina's