Ziegenbalg
Onschuldig in de cel
Onschuldig in de cel Nu de resultaten van de zending zo zichtbaar werden, kon het haast niet uitblijven, of er moest reaktie komen. De duisternis schuwt nu eenmaal het licht en de vorst der duisternis zal nimmer ophouden om Gods werk tegen te staan. Er zijn altijd mensen te vinden, die zich lenen om het goede te verder-
ven. Zo was het ook hier. De grote tegenstander van het werk van Ziegenbalg was de commandant van Tranquebar, Hassius. Deze man zou alles in het werk stellen om de gang van het evangelie te beletten. Hij werd een vazal van satan. Van zijn leermeester, die de leugenaar van den beginne wordt genoemd, had hij geleerd, om geen leugen en laster te ontzien. Alle mogelijke middelen nam Hassius te baat om het leven van de zendeling te vergallen. Telkens verzon hij iets om de naam van Ziegenbalg te bekladden. De bouw van de kerk moest zéker verhinderd worden. Maar het lukte hem niet, de kerk kwam
klaar en werd in gebruik genomen. Dat was een tegenvaller voor de commandant. Wat zou hij nu gaan doen? Wel, de mensen die gedoopt zouden worden in de kerk, werden op alle manieren bang gemaakt, dat zij het kerk-
ebouw niet durfden binnen gaan. De ater stond aan de zijde van Hassius n ook werden de heidense priesters ingeschakeld, die niet aflieten om door slechte praktijken het zendingswerk afbreuk te doen.
Op de duur leek het dat alleen de inheemse christenen op de hand van de zendelingen waren. Maar er begon verandering te komen. Er kwam verzet tegen Hassius van de kant van de Europeanen. En dat zag Ziegenbalg aankomen en het gaf hem moed. Naar Berlijn schreef hij onder meer: „Gewis, als zij tegen ons geweld gebruiken, zou zowel onder de heidenen als onder de christenen een opstand losbreken, daar ieder van onze onschuld overtuigd is."
Hassius begreep dat hij moest doorzetten, anders zou hij het weer verliezen, net als met de bouw van de kerk. Ziegenbalg werd door hem een Thomas Münzer genoemd. Deze Münzer was een warhoofd in de tijd van Maarten Luther. De hervormer wordt door Münzer „de nieuwe Wittenberger paus en antichrist" genoemd. Van deze tegenstander van Luther zijn de vreselijke woorden bewaard gebleven: „Laat uw zwaard niet droog worden van het bloed."
Nou, met de naam Münzer kon Ziegenbalg het dan doen. Maar het waren niet alleen woorden van Hassius, hij ging ook verder met de daad. Ziegenbalg ontving bericht, dat hij voor een rechtbank moest verschijnen. Er waren beschuldigingen tegen de zendeling ingebracht. Natuurlijk valse aantijgingen. Van die rechtbank was Hassius voorzitter, dus had de zendeling niet veel goeds te verwachten. Begrijpelijk dat hij niet verscheen. Doch hier liet de commandant het niet bij zitten. Een wacht soldaten rukte op naar het zendingshuis. De geweren van de wacht waren geladen; het was menens! Ziet, daar wordt de zendeling uit zijn huis gehaald. Er helpt geen tegenstand, het moet. En daar gaat het naar de citadel. De deuren worden geopend en door de lange gang gaat het naar de cel, de heetste cel die er in het gebouw is. Geen wonder dat die plaats de zweetcel werd genoemd.
Maar hoor! Wat klinkt daar in de gang? Er wordt gezongen! Mensen buiten de gevangenis zingen een lied en de soldaten, die de zendeling naar de cel brengen, zingen mee! Dat weet Hassius niet en hij zou het niet kunnen geloven ook. Daar zit Ziegenbalg in de zweetcel. Niemand mag bij hem komen, zelfs zijn beste vriend Plütschau niet. En toch komt er iets in de onderaardse verblijfplaats. Behalve eten en drinken op zijn tijd, wordt er nog iets anders gebracht. Dat wordt stilletjes binnen gesmokkeld: papier en schrijfbehoeften. Ziegenbalg kan niet stil zitten. Dat weten de vrienden wel.
Hoe moeilijk valt het de zendeling om in dit vertrek te schrijven. Maar het gaat. Hoe komt dat? Omdat hij onschuldig is en omdat hij een stille berusting heeft in God. Dat is het geheim en dan worden de grootste moeilijkheden overwonnen.
In de vier maanden gevangenisschap schrijft hij twee geschriften: „Over de Gode welgevallige christenstand" en „Over de Gode welgevallige leerstand." Na die vier maanden mag Ziegenbalg naar zijn gemeente terugkeren. Maar hij was nog niet van zijn vijand af. Soldaten van het koninkrijk Tanjour, opgehitst door de commandant, plunderden het zendingshuis. En toen dit nog niet genoeg was, werd Ziegenbalg bij Hassius geroepen. Daar vernam hij een droevig bericht. Er was een geheim bevel van het zendingsbestuur uit Kopenhagen gekomen en dat hield het volgende in: Alle maatregelen van de zending moesten goedgekeurd worden door de commandant. Verder zou Hassius toezicht hebben op de doopkandidaten. Deze konden door de zendelingen wel bewerkt zijn geworden door valse beloften of wellicht was er druk op uitgeoefend van de kant van de zendelin-
gen. Dat zou de commandant dan eerst moeten onderzoeken.
Wij kunnen wel begrijpen dat er nu niemand meer gedoopt zou worden. Hassius zou telkens wel iets aan te merken hebben.
Het geheime bevel uit de deense hoofdstad zou het einde van de zending betekenen.
Ziegenbalg vertrouwde het niet al te best en daarom werd het tijd voor hem Zaterdag 4 december Lukas 11 : 14-28 Arnos 2 om met de heren in Kopenhagen ees te gaan spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1965
Daniel | 16 Pagina's