Eén familie
EEêo famil Zij blijven
Wc willen het in dit laatste stukje van deze serie over de kerkelijke verdeeldheid hebben over een groep die toch óók bij de Gereformeerde Gezindte hoort, maar die zich niet heeft afgescheiden. Jullie begrijpen het al natuurlijk. Het is de Gereformeerde Bond. Je kunt de Bonds-dominees horen sp'reken in de oude grote kerken, ook in de steden. Op deze manier worden heel wat mensen bereikt, die anders nooit zo'n prediking zouden horen. Hiernaast zien jullie de grote kerk op de markt in Delft, waar o.a. ds. L. Vroegindeweij vaak preekt. Er gaat veel uit van zo'n groep die ondanks alle verval in de Hervormde Kerk tóch gebleven is. Ze hebben het vaak heel moeilijk. Als de „rechtcr-vleugel" maken zij ongeveer een zesde deel uit van de kerk. De „Iinker-vleugel", de vrijzinnigen, vormt ook zowat een zesde deel. Maar de grote groep daartussen, die sinds enkele jaren de „midden-orthodoxie" genoemd wordt, geeft in de practijk meestal de toon aan. Zij vindt de Bond vaak conservatief, onverdraagzaam, negatief. Gelukkig zijn er onder de ger. bondspredikanten enkele mannen die zo begenadigd en zo begaafd zijn, dat zij een kerk die grotendeels vervreemd is van het ware geloof, kunnen oproepen om terug te keren tot de waarachtige dienst des Heeren. Als ook wij daarnaar uitzien zullen we intens meeleven met de voorhoede van de Gereformeerde Gezindte in de Hervormde kerk.
Zij getuigen
Wij, jongeren
Er is een prachtig voorbeeld te noemen van het getuigenis dat uit de kring van de Geref. Bond uitgaat in heel de kerk. Een paar jaar geleden heeft één ie van de herv. ger. predikanten, ds. Boer, in het openbaar een briefwisseling gevoerd met een predikant van de midden-groep, dr. Berkhof, die nu hoogleraar in Leiden is: één van de knapste theologen van de Hervormde kerk. Hierin komen de diepste verschillen tussen de gereformeerde en de andere richtingen duidelijk voor de dag.
— Wij hebben moeite met de belijdenisgeschriften uit de Reformatietijd, schrijft dr. Berkhof aan ds. Boer, want wij, die in uw oog verwaterd zijn, zijn mensen die door het moderne levensklimaat zijn gegrepen en vaak geschonden. Wij hebben geworsteld met de vraag: is er wel een God? Maar door middel van grote theologen, die zelf onze aanvechtingen kenden, hebben wij het geloof behouden of gevonden. Dat was het werk van de Heilige Geest.
— Dat vervult ons met eerbied, antwoordt ds. Boer daarop. Maar nu begint het pas. Wij hebben een nog diepere crisis nodig. Dieper dan de aangevretenheid van de moderne mens gaat de ontdekking van de Heilige Geest, die de grondvraag aan de orde stelt, nl. onze schuld. „Wie voor God staat, blijft alleen de schreeuw om genade over. — Wie van ons in dat gericht betrokken werd, weet dat hij daar nooit uit was gekomen, wanneer zich niet een Ander had gemeld, n.1. onze Here Jezus Christus, Die Zich om ons in dat gericht heeft gesteld. Daarom hebben wij Hem onuitsprekelijk lief. Hij is het antwoord op de meest indringende vraag: Hoe krijg ik een genadig God? "
— Maar wij komen van een andere kant, werpt dr. Berkhof tegen. Om die vraag ging het bij ons niet zo zeer. En gaat God niet met ieder weer een andere weg? Het ging bij Augustinus heel anders dan bij Luther, en bij Paulus weer
anders dan bij Johannes.
— Maar hoe lief hadden zij allen de boetpsalmen! antwoordt ds. Boer. Ik ontken allerminst de verscheidenheid in wegen en situaties. De Bond wil dan ook niet één bepaalde geloofsweg prediken. Maar in de ontmoeting met God krijgt niemand een aparte behandeling. Daar staat niet de antieke mens, ook niet de moderne mens, maar de mens, de zondaar, de goddeloze, die om genade schreeuwt en de genade ontvangt.
Wij zien uit
De Gereformeerde Bond is geen aparte kerk in de kerk. Waar het goed is gaat het de
Ger. Bond niet om zichzelf, maar om het welzijn van de hele Hervormde kerk. „Wat mij betreft" zegt ds. Boer dan ook, „sterft de Bond, als het Woord van God maar op iedere kansel heerschappij krijgt." En gelukkig gaat het in meer Hervormde gemeenten die kant uit. Dat versterkt ons in de overtuiging, heeft ds. W. Vroegindeweij pas gezegd, dat afscheiding niet de weg is. Maar ziet men dan alle dwaling niet in de Hervormde kerk? Het antwoord luidt dan „Wij kennen haar vele gebreken en zonden al te goed. Maar we hebben haar lief, zoals we onze oude moeder, ons doodzieke kind liefhebben, zoals we het verraad zouden achten ze in de steek te laten."
Hier wordt het kerkelijk standpunt van de Ger. Bond wel heel duidelijk getekend. Als dat maar niet betekent dat men nu ook de afgescheiden kerken van „verraad" beschuldigt. Want dan moeten we zeggen dat zij zich afgescheiden hebben juist om geen verraad te plegen aan de gereformeerde belijdenis. Maar — anders dan b.v. de Christelijke Gereformeerde Kerken! — hebben ónze gemeenten zich nooit beroemd op haar afgescheiden standpunt. „Ten opzichte van de Ned. Hervormde Kerk handhaven zij het standpunt van Ledeboer", zo schrijft ds. H. Rijksen in de Christelijke Encyclopedie, „dat de Hervormde kerk de kerk der vaderen blijft, en zodra deze terugkeert tot de handhaving van de drie formulieren van eenheid en zij de dwaalleer uitdrijft, het „noodgebouw" van de Gereformeerde Gemeenten ophoudt bestaansrecht te bezitten."
Wij blijven uitzien naar die terugkeer van de Hervormde kerk. De reglementenbundel van 1816 is er niet meer. De vrijzinnigheid, die in de vorige eeuw
triumfeerde, is in een hoek gedreven. Na de verschillende afscheidingen bleek er nóg een gereformeerde richting te bestaan. Die heeft nu in haar moeilijke strijd toch zeker niet onze kritiek, maar onze liefde en ons gebed nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 19 november 1965
Daniel | 16 Pagina's