„Sullen wyll’erlluytllopen?”
„Voor mij is het een probleem...."
We zijn blij dat er op onze stukjes over de Gereformeerde Gezindte reacties komen van de lezers. Zo hebben we een brief gekregen van iemand die lijdt onder de kerkelijke verscheurdheid. We willen jullie graag een paar zinnen uit deze brief laten lezen.
Wij, jongeren
„Het moeilijkste probleem voor mij is, dat er zoveel verdeeldheid is in de Gereformeerde Gezindte, tussen verschillende kerken die dezelfde waarheid brengen. B.v. op de kansels van onze Gemeenten mogen volgens synodebesluit alleen predikaties gelezen worden van eigen predikanten of oude schrijvers. — Prediken dan de oudvaders en onze predikanten alleen het zuivere Woord? In deze tijd van ontzaglijke afval moet er toch veel meer eenheid komen in die kerken waar zowel voorwerpelijk als onderwerpelijk gepreekt wordt? " En verder lezen we: „Rondom 1965 ziet het er niet best uit in Nederland. Een verschrikkelijke afval. De macht van Rome neemt toe, en anderzijds een steeds groter wordende verbrokkeling van het erfdeel der Hervorming." Hierover zegt de briefschrijver verder: „En de kerk der vaderen is de Ned. Herv. Kerk. Vele scheuren cn breuken zijn nu in haar muren. De Herv. Kerk is ver afgegleden van haar grondslagen, allerlei dwaling wordt er gevonden, goedkope genade-leer. Maar ook heeft de Herv. Kerk nog het Woord Gods en de belijdenis van het waarachtig geloof. Voor mij is het een probleem: mochten zovclcn in de loop der jaren haar de rug toekeren? Een Herv.-Ger. predikant schreef het volgende: „Het komt mij voor, dat er in de vorige eeuw veel schijn-reformaties zijn geweest van mensen die niet op God konden wachten. Maar de Profeten zijn nooit uit Israël weggelopen en Jezus met dc Apostelen niet uit de Joodse Kerk."
Deze brief drukt ons met de neus op het probleem van de afscheiding. Waren de Afscheiding en de Doleantie Gods werk of mensenwerk? Soms hoor je zeggen: moeten we dat nu nog ophalen? We hebben alleen met de situatie van nu te maken. Maar in onze tijd zitten we nog met hetzelfde probleem: als een kerk in verval raakt, mogen we ons dan afscheiden? Daar wordt nog altijd verschillend over gedacht. Er zijn mensen die denken: als iemand het niet zo nauw neemt zal hij in zo'11 kerk wel blijven, en wie het wel nauw neemt gaat eruit. Maar dat is een heel ernstig misverstand! Want in bijna elke vervallen kerk kun je mensen vinden die onder de situatie gebukt gaan, en toch geloven zij dat zij die kerk niet mógen verlaten, .... omdat Christus die nog niet verlaten heeft. Er zit dus iets anders achter. De vraag is: hoe zien we de kerk? De éne groep zegt: een kerk waarin je zoveel dwaling en afval tegenkomt is geen kerk meer. Dat is een valse kerk geworden. Denk maar aan de Roomse kerk en de Reformatie. Je moet je dus afscheiden. De andere groep zegt: nee, beslist niet. Een vervallen kerk is nog wel degelijk een kérk! Denk maar aan het volk Israël: dat bleef nog wel Gods volk, ook al verlieten ze de Heere telkens weer. Zon kerk moet juist tot bekéring opgeroepen worden.
De Afscheiding van 1834 gaf het eerste antwoord; de Nadere Reformatie gaf het tweede.
Verder hervormen
Wat was die „Nadere Reformatie" eigenlijk? Met die uitdrukking wordt bedoeld: het streven van een groep pre-
dikanten uit de 17e (en 18e) eeuw, zoals Voetius, Brakel, Smytegelt, Comrie enz. Zij waren wel blij met de Kerkhervorming van de voorafgaande eeuw, maar tot hun schrik merkten zij dat het bij velen in die hervormde kerk bij een uiterlijke verandering was gebleven. Een groot deel van het volk was nu wel in naam gereformeerd, maar niet met het hart en ook niet in de practijk! Er moest dus een nadere reformatie komen: een verdere, diepere reformatie. De genoemde predikanten stonden midden in de volkskerk en preekten tegen de losbandigheid en het naam-christendom van die tijd. Voor velen heeft dat werk vrucht gedragen. Maar een groot deel van de kerk luisterde niet. Stel je de Hervormde kerk tijdens de „oude schrijvers" maar niet te rooskleurig voor. Maar zij zijn er bewust in gebleven. Dat zien we aan Brakel. Ineens verscheen De Labadie in de kerk, een geweldig prediker, die óók opriep tot „nadere reformatie." Maar na een conflict met de synode scheidde hij zich af. En hoe stond Brakel hier nu tegenover? Eerst voelde hij veel voor de Labadisten. Wie zou niet verlangen naar een zuivere gemeente? Maar na veel lezen en ernstig bidden, zo schrijft hij zelf, heeft de Heere hem duidelijk gemaakt dat zij op een verkeerd pad zaten, al geloofde hij dat er „Godzalige mensen" onder hen waren. Brakel moest op zijn plaats blijven in de Hervormde kerk. „Wat sullen wy van de Kerke, die soo verdorven is, oordeelen? Sullen wy seggen, datse om hare verdorvenheyt de Kerke Christi niet meer en is? Sullen wy se verachten? Sullen wy 'er uyt lopen? Neen, dat is dwaesheyt! 't Staet vast, dat een verdorvene Kerke nochtans een Kerke is", schrijft Brakel.
of afscheiden?
De Afgescheidenen van 1834 dachten daar heel anders over. Nu was de vaderlandse kerk inmiddels ook veel slechter geworden. Zij had bovendien nog
een onbijbelse organisatie gekregen. Na een scherpe aanval op zijn liberale collega's werd ds. II. de Cock geschorst. Een jaar lang onderwierp hij zich. Maar toen men ook nog verbood dat zijn vriend op een zondag zou preken, verloor de gemeente haar geduld, 's Maandags werd de Acte van Afscheiding opgesteld. De leer der Vaderen werd in de Hervormde Kerk verminkt of verloochend, de Sacramenten werden verbasterd en de tucht werd bijna geheel verzuimd, zegt deze Acte. Hieruit en uit de behandeling van hun predikant was „het nu meer als duidelijk geworden, dat de Ned. Herv. Kerk niet de Ware, maar de valsche Kerk is, volgens Gods Woord en art. 29 van onze belijdenis." Volgens art. 28 is het dan de plicht van de gelovigen om zich van haar af te scheiden, totdat zij „terugkeert tot den waarachtigen dienst des Heeren."
In de eerste jaren hebben de Afgescheidenen heel wat vervolgingen moeten doorstaan. Onze foto drukt de geest van de Afgescheidenen goed uit. Het was hun te doen om het zuivere Woord. Niemand zal twijfelen aan het werk van de II. Geest in deze kring. Toch vinden we het jammer dat zij buiten de kerk terecht zijn gekomen. Ds. De Cock dacht in het begin helemaal niet aan afscheiding. Maar ds. Schol te drong er bij hem op aan. Zelf brak Scholte ook na zijn schorsing met het kerkgenootschap. Daarna volgden ook zijn vier Leidse studievrienden, die allen pas heel kort predikant waren. En de vijandige kerkbesturen wilden deze Calvinisten natuurlijk graag kwijt.
Zo ontstond de eerste scheur. Nog vele zijn cr gevolgd. Veel moeilijke vragen komen zo op ons af. Verwacht nu van ons niet het antwoord. Maar wc zouden al blij zijn als ieder van ons de ernst ervan inzag, en als er in onze gemeenten gebed kwam niet alleen voor de andere gescheiden kerken, maar ook voor de kerk der vaderen: of allen mogen blijven bij-of terugkeren tot de waarachtige dienst des Heeren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 november 1965
Daniel | 17 Pagina's