Bomen in de herfst
Loom valt mijn dode lover naar beneden en dwarrelt tot 't zijn laatste rustplaats vindt, door schuifelende mensenvoet vertreden, een speelbal voor het argeloze kind.
Wij waanden ons een deel te zijn van Eden, zo zuiver zingend in Gods speelse wind, van 't lentelicht tot in de herfst van heden. Wij hebben zon en zomer zo bemind!
Nu kan mijn stem slechts tot mijn lippen komen. Ik ben verstomd en zingen kan ik niet. Berustend sta ik bij wat werd ontnomen.
Een late vogel fluit zijn afscheidslied. Ik beid en blijf de wintermaanden dromen De nieuwe Lente zie ik in 't verschiet!
M. Nijsse.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1965
Daniel | 15 Pagina's