Het gezin in onze samenleving
2
In het vorige artikel hebt u gelezen hoe het gezin vroeger leefde en hoe het leven in die tijd was. Nu daarentegen is dat heel anders. Wanneer u door Nederland rijdt - we hebben het hier natuurlijk alleen maar over ons eigen land - dan ziet u dat het platteland steeds meer verdwijnt en plaats moet maken voor grote steden met hun hoge flats, waar de mensen op elkaar gepakt zitten. Overal verrijzen enorme fabrieksgebouwen en kantoren. Vader gaat 's morgens de deur uit en de kinderen zien hem niet voor 's avonds een uur of zes. Ze weten nauwelijks wat hij voor werk heeft. De taak van moeder is een stuk vergemakkelijkt: levensmiddelen, kleding en allerlei huishoudelijke voorwerpen kan ze kant en klaar in de winkel kopen. De kinderen gaan met hun vierde jaar reeds naar
school en zijn een groot deel van de dag aan de zorg van anderen toevertrouwd. Dit betekent een zekere verlichting van de taak van het gezin. Bovendien kent men geen echte armoede meer en enige luxe kan iedereen zich permitteren. Er worden allerlei sociale voorzieningen getroffen om uw kind meer en betere toekomstmogelijkheden te bieden. Het is niet meer gedwongen zo spoedig mogelijk te gaan werken, maar kan zich naar z'n eigen gaven ontplooien. Zo brengt het kind een groot deel van de dag en van z'n jeugd buitenshuis door en wordt door anderen opgevoed en gevormd. Wanneer we dus vroeger en nu tegenover elkaar stellen zien we: armoede, nu welvaart. Vroeger kwam de opvoeding en verzorging van de kinderen alleen op de schouders van de ouders neer, nu is de taak van het gezin een stuk gemakkelijker geworden. Een grote vooruitgang dus! Dat kunt u niet ontkennen en toch zult u waarschijnlijk ook niet van harte ja zeggen. Wanneer u immers om u heen ziet en de krant leest, dan denkt u er misschien toch anders over. Hoe komt dat?
Om deze vraag te beantwoorden moeten we ook de andere zijde belichten. De welvaart is met zulke sprongen omhoog gegaan, dat de mens zijn afhankelijkheid van God niet meer voelt. Men krijgt veel, maar wil steeds meer om net iets boven de ander uit te steken, wat de ondankbaarheid en ontevredenheid in de hand werkt. Men verzekert zich voor zoveel dingen dat het verkeerde gevolg daarvan is, dat men niet meer beseft hoe de Heere het leven van ieder mens leidt. Bovendien kent onze eeuw twee wereldoorlogen, die de zekerheid ontnomen hebben. Overal probeert de mens houvast te vinden: let wel, niet in z'n eigen innerlijk en geweten, maar in z'n omgeving. Als de mensen je maar waarderen en tegen je opzien, dan heet je geslaagd. Zo voedt men ook z'n kinderen op: een goede positie, geld, eer en aanzien, daar heb je alles voor over. De ouders zijn niet meer het voorbeeld voor de kinderen, maar men let alleen op de waardering van de omgeving. Doordat de opvoeding grotendeels buitenshuis geschiedt krijgen de ouders een gevoel van onmacht en onzekerheid over zich. Dit voelt de jeugd aan. Vader en moeder zijn hun toevlucht niet, want die weten het zelf niet meer. Dit is een van de faktoren, die de jeugd gesloten maken. Ze heeft het gevoel zelf tot een oplossing te moeten komen. Het kind kent geen houvast meer en uit dit op allerlei manieren. Dat is het waar de kranten vol van staan. De kinderen volgen het voorbeeld van hun ouders hierin, dat ook zij waardering zoeken bij de mensen van hun tijd, hun leeftijdgenoten. Ze doen elkaar na in hun haardracht en de bromfietsuitrusting bijvoorbeeld. De een wil daarin de ander overtreffen. Kortom, een jeugd, die zielig is: geen geloof en vertrouwen in de leiding van God, geen Bijbel als enige bron van waarheid, geen steun van de ouders en geen houvast aan de wereld!
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 oktober 1965
Daniel | 15 Pagina's