Noodgedwongen twee.
„Geschiedenis van de Kerk", onder redaktie van Prof. Dr. G. P. van Itterzon en Prof. Dr. D. Nauta. Tweede, herziene druk. Deel VII en VIII. Boeketreeks nr. 66 en 67. Uitgave van Uitgeversmaatschappij J. H. Kok N.V. te Kampen, 1964. 159 en 157 blz., in stijf omslag per deel f 1, 7.5.
Deel VII en deel VIII van de bij onze lezers welbekende reeks van negen pocketboekjes over de geschiedenis der Kerk die door de firma Kok wordt uitgegeven, zouden eerder in ons blad besproken zijn., wanneer de uitgeefster ons niet had wijsgemaakt dat weldra ook het laatste deel verschijnen zou. Ons plan was namelijk om tegelijk de delen VII, VIII en IX aan te kondigen. Nu evenwel het laatste deeltje onbehoorlijk lang op zich laat wachten, menen wij de belangstellenden met de bespreking van de beide voorgaande van dienst te moeten zijn.
Van Zuylen geeft in hoofdstuk XVII van het gehele werk, waarmee deel VII opent, een uitstekend overzicht van de geschiedenis der Kerk gedurende het tijdperk der Verlichting. Als hij echter — regel 3 en 2 van onderen op bladzij 32 — zegt dat er in
Engeland in 1687 al een tolerantiewet werd uitgevaardigd onder onze stadhouder die tevens koning was in Engeland, verwart hij duidelijk twee dingen, want cle deklaratie van gewetensvrijheid in 't genoemde jaar was nog Jacobus' werk. Zijn schoonzoon gaf, met instemming van 't Parlement, de tolerantiewet van twee jaar later. Eveneens een kleine ongerechtigheid is dat het Wöllnersche Religionsedikt in Pruisen onder Frederik Willem III zou tot stand gekomen zijn, zoals op bladzij 36, regel 8 van onderen, verteld wordt, want de wonderlijke vorst die toen in Pruisen aan 't bewind was, was zijn vader en de tweede van die naam. In hoofdstuk XVIII wordt door Kromsigt de geschiedenis der Kerk in Engeland en Schotland in wat nieuwer tijden nagespeurd, terwijl dan in het laatste hoofdstuk van deel VII Kromminga de kerken in Amerika behandelt. Uiteraard is deze bijdrage wat brokkelig: er waren vele kerken in die streken. Lelijk is een uitdrukking als „de genabuurde" in plaats van de naburige gebieden, bladzij 157, regel 7 onderaan.
Het achtste deel begint met hoofdstuk XX: de Gereformeerde kerken na de Auf-
klarung. Een slordig hoofdstuk, zoals wij van Honders ook verwachtten. Bladzij 19 en 20, om maar iets te noemen, geven voor dezelfde vorst in Pruisen in hetzelfde jaar geheel verschillende benamingen (alleen op bladzij 20 is het goed). De schrijver spreekt voorts nu eens van de „Nederlands" Hervormde kerk en dan weer van de „Nederlandse", waarbij hij de goede vorm het minst gebruikt. Een toppunt is dat er op bladzij 51 van „het laatste hoofdstuk van dit bock" gesproken wordt, terwijl dit nota bene enkel op de eerste druk van deze kerkgeschiedenis kan slaan. In deze tweede uitgaaf had dit uiteraard veranderd moeten worden in: „het laatste hoofdstuk (van deel IX), van dit werk." Op bladzij 41 en op bladzij 46 komen wij de vaak gehoorde aanklacht tegen dat in onze kringen weinig naar Calvijn en de belijdenisgeschriften wordt geluisterd. Dat de schrijver over ons zijn licht niet goed heeft opgestoken, blijkt ook overigens als hij ons op bladzij 79 voor „Oud-Gereformeerd" verslijt. In hoofdstuk XXI wordt door Locher een beschouwing aan de Luthersen gedurende de negentiende eeuw gewijd. Inkonsekwent is daarin dat op bladzij 93 en 94 en 95 de
namen van de koningen van Pruisen in het Nederlands en in het Duits en dan weer in het Nederlands gegeven worden. Ook stilistisch zou er bij clit hoofdstuk nog wel een en ander kunnen worden opgemerkt. Bij voorbeeld over bladzij 94, de regels 8 en 9, waar een lelijke kontaminatie aangetroffen wordt: dat „lag niet op hun lijn." Het laatste hoofdstuk van deel VIII, van Visser en Den Hartogh, geeft de nieuwere geschiedenis der Roomse kerk. Dit stuk voldoet aan redelijke eisen, maar kon wat de taal betreft wel wat verzorgder zijn.
In beide boekjes zijn weer zestien bladzijs illustraties opgenomen. Hierbij dient te worden aangetekend dat er in het eerste in het bijschrift van het plaatje dat Van Zinzendorf voor een kommissie toont, een dwaze naamvalsfout — „ter onderzoek" — is ingeslopen, en dat in het tweede op de tweede pagina bij de portretten — die van Kohlbrügge en Krummacher — de bijschriften verwisseld moeten worden. Alles wel beschouwd: gemiddeld staan de hier besproken deeltjes op dezelfde hoogte als de eerder aangekondigde. Er zijn bezwaren in te brengen tegen enkele beweringen en er zijn kleine fouten in de wreergaaf van de feiten aan te wijzen; nieitemin bevatten deze boekjes voor een ruimer lezerskring een heel behoorlijk overzicht.
Ten slotte spreken wij de wens uit dat het sluitstuk van de serie nu ook spoedig volgen moge. Meer dan bij een wetenschappelijk geschrift is het bij een eenvoudig uitgaafje gewenst dat het in redelijke tijd kompleet beschikbaar is.
J. Kwekkeboom.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1965
Daniel | 16 Pagina's