Diskussiehoek
Diskussiehoek Alvorens te beginnen met het nieuwe onderwerp „Noodlottig" wil ik toch nog even terugkomen op het vorige onderwerp: Zakgeld - Kostgeld, hoewel dit reeds afgesloten was. Ik heb er echter nog twee brieven over liggen en nu vind ik het toch wel wat sneu voor de schrijvers ze niet te plaatsen, te meer, daar ze er nogal wat werk aan besteed hebben. In het algemeen zou ik willen zeggen tot de lezers: Wilt u op een bepaald onderwerp reageren, wacht dan niet te lang om teleurstellingen te voorkomen. En bij direct schrijven heb ik ook een beter overzicht.
Ik geef nu de inhoud van beide brieven weer zonder commentaar.
De eerste komt uit Aalsmeer. Onze vriend schrijft: „Mijn mening hierover (kostgeld - zakgeld, Gesprek. 1.) is deze: Geen kostgeld, maar zakgeld. Als we de leeftijd hebben bereikt, dat we zelf gaan verdienen, hebben we er dan wel ooit bij stilgestaan, hoeveel wij onze ouders al gekost hebben?
Ik weet wel, dat is uit liefde gebeurd en ik geloof ook niet, dat de ouders daar geld voor willen aannemen. Ik denk, dat ze zich dan gekwetst zullen voelen.
Maar desondanks, hebben de kinderen dan niet de verplichting om al hun geld aan de ouders te geven en het ze toe te vertrouwen wat ze er mee doen?
Ik geloof echt wel, dat als de ouders het kledinggeld er af nemen, ze de rest niet voor zichzelf zullen houden, maar het wel voor de kinderen zullen opsparen.
Dan ben ik er ook wel voor om de kinderen het gespaarde geld zelf weg te laten brengen naar een bank (zoals reeds eerder iemand geschreven heeft).
Mijn bezwaar tegen kostgeld is dit: De kinderen krijgen te veel geld in handen. Er wordt dan gezegd: We zullen er wel op toezien of ze het goed besteden. Maar als dat geld besteden van de kinderen een hele tijd goed gaat, dan komt het gevaar, dat dat toezicht wat gaat verslappen, want: het gaat toch wel goed.
Wij zijn van nature geneigd de wereld in te trekken en met zoveel geld gaat dat toch zo gemakkelijk. Daarom ben ik voor zakgeld en tegen kostgeld."
De laatste brief komt uit Woerden. De inhoud is de volgende:
„Inderdaad is het onderwerp Kostgeld-Zakgeld in deze dagen een urgent probleem geworden. Maar juist omdat het een probleem geworden is, bewijst mijns inziens, dat er iets fout is.
Als namelijk in een gezin een dergelijk probleem zich voordoet, is er iets fout in de verhouding kind - ouders, en dan moeten er Bijbelteksten aangesleept worden om deze fout te camoufleren, of goed te praten.
Als de gezagsverhouding in een gezin volgens Gods Woord is, dan is volgens mij dit zogenaamde probleem niet aan de orde. Wanneer de ouders er geen genoegen mee kunnen nemen als hun kind kostgeld betaalt, en het kind onderwerpt zich volgens Gods Woord aan het ouderlijk gezag, dan is er geen sprake meer van een probleem.
Als de ouders het echter kunnen en willen toelaten, en volgens hun geweten ook mogen toelaten dat hun kind kostgeld geeft, dan is er evenmin nog sprake van een probleem.
Nu is dus niet meer aan de orde de vraag of het goed of verkeerd is om kostgeld te geven, of om dit niet te doen, maar de problematiek op zich zelf is verkeerd.
In ieder gezin zullen de ouders zelf moeten beslissen wat voor hun kinderen het beste is, en daarom is het m.i. niet mogelijk hier een uitspraak te doen, waaruit zou kunnen blijken, dat het wel
of niet geven van kostgeld goed of verkeerd is.
Evenals voor alle vragen en problemen, op alle terreinen van het leven, geldt ook voor dit: „Wie wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere."
ft ft ft Ziezo, en nu moet dit onderwerp dus definitief af zijn. Voor de tweede maal is de diskussie gesloten.
We gaan nu naar ons nieuwe onderwerp, voor 't eerst aan de orde gesteld in „Daniël" no. 5 van vrijdag 10 september 1965 onder de titel:
Noodlottig.
Ik heb daar nog niet veel over gekregen. De tijd is ook nog maar kort geweest. Terwijl ik dit schrijf, is het dinsdag 14 september. Maar zoals ik straks al geschreven heb: Wacht niet te lang om teleurstelling te voorkomen. Ik verwacht echt nog wel reakties over dit onderwerp. Tot op heden heb ik er nog maar twee.
maar twee. Eerst heb ik hier een schrijven uit De Bilt van de volgende inhoud:
„Tot mijn spijt moet ik u laten weten, dat ik mij vreselijk geërgerd heb aan het artikel „Diskussiehoek" uit no. 5. Ik betreur het zeer dat:
a. De briefschrijver uit Tholen de treurige moed heeft gehad om zon verschrikkelijk onbenullig onderwerp ter behandeling aan te bevelen.
b. De gesprekleider gemeend heeft dit onderwerp in diskussie te moeten geven.
Bovendien is het m.i. onjuist, dat ouderen diskussieonderwerpen aangeven. Immers, „Daniël" is een jeugd orgaan en dus moet alleen over die onderwerpen gediskussiëerd worden die bij de jeugd „leven." Het is de taak van de gesprekleider om na te gaan, met welke onderwerpen dit het geval is."
De kritiek in deze brief is niet mals en onze vriend uit Tholen en ik komen er niet al te best af. De briefschrijver uit Tholen moet horen, dat zijn onderwerp onbenullig is, „verschrikkelijk" nog wel. Hoewel de schrijver uit Tholen zichzelf wel zal kunnen verdedigen, meen ik toch een opmerking te moeten maken. In de onderhavige brief komt de volgende zinsnede voor: „Door in een advertentie te doen opnemen „noodlottig ongeval" of deze woorden te vermelden in de notulen, wordt naar mijn mening de Allerhoogste .... oneer aangedaan." Dit is dus de vaste overtuiging van de schrijver: de Allerhoogste oneer aandoen. Ik zou dat maar niet zo een twee drie een onbenullig onderwerp willen noemen, ook niet als mijn Biltse vriend daar anders over denkt. „Meerderen in onze kringen delen mijn opvatting, " schrijft de Zeeuw. Hij is dus niet de enige. Wat mij zelf betreft, ik vond het onderwerp belangrijk genoeg om in diskussie te geven. Smaken verschillen natuurlijk. Daar kunnen we niet over diskussiëren. Een feit is, dat cle heer P. Kuijt, directeur van cle kweekschool „De Driestar" te Gouda in cle brochurereeks „Koop cle waarheid en verkoop ze niet" in 1962 een brochure heeft uitgegeven „Stof voor onderling gesprek" (2), waar een dergelijk onderwerp in voorkomt. Die kweekschool directeur vond het dus ook belangrijk genoeg.
Dat ouderen diskussieonderwerpen aangeven, gebeurt inderdaad, dikwijls omdat de jeugd verstek laat gaan. De redactie is er erg blij mee, dat veel ouderen „Daniël" lezen.
Gesprekleider weet vrij aardig wat er onder cle jeugd leeft, want hij zit er alle dagen van cle morgen tot de avond midden tussen in. Alle onderwerpen zijn echter voor „Daniël" niet geschikt. Hij verwacht echter nu een aantal geschikte diskussieonderwerpen, die bij de jeugd „leven" van cle (jeugdige? ) briefschrijver uit De Bilt.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 september 1965
Daniel | 16 Pagina's