Wij en de cultuur
Wij en de cultuur In de nummers 6, 7 en 9 van de 19e jaargang plaatsten wij respectievelijk de met 1, 2 en 3 genummerde artikelen „Wij en de cultuur" van de hand van de heer G. van Beuzekom te Koetwijleerbroek. Zeer tot onze spijt zijn de 5 vervolgartikelen bij ons in het ongerede geraakt, waarvoor wij gaarne ons excuus aanbieden. De artikelen 4 t.rn. 8 worden nu in dit en komende nummers geplaatst.
De redactie
4.
Spanning
Spanning De Christen leeft temidden van een cultuur, waarin grotendeels de stem van God weersproken, genegeerd of zelfs niet gehoord wordt. Hier ontstaat de spanning, die de Christen ervaart. Hij ziet in vele uitingen van de cultuur soms helder een bedreiging van de Christelijke levens-
oriëntatie. Deze ervaring van spanning kan de Christen ook ondervinden in het dage lijks leven
lijks leven. De liefde, die de jongen voor het meisje, die de man voor de vrouw ondergaat, kan in al haar verhevenheid ineens toch bijna aan een religieuze beleving gelijk worden, waarin de Christen een conflict ervaart met zijn geloof.
Of opgaande in politieke activiteit kan hem de vraag overvallen, waartoe hij dit alles doet en uit welke verborgen geestdrift deze werkzaamheid voortkomt, in het besef dat krachten in het spel zijn, die hij zelf niet meer kan beheersen noch kan overzien.
Vragen
Vele vragen komen bij dit alles bij mij op.
Betekent het Christen-zijn een voortdurende spanning tot de cultuur? Zijn er soms twee machten aan het werk? Moet de Christen dan ook de verheven vor-men der cultuur verachten? Lag het niet op de weg van het Calvinisme een eigen kunst te scheppen. Geloven wij dan niet, dat God in Christus reeds in beginsel al het kwade overwonnen heeft? Want Christelijk geloof eist toch niet een zich terugtrekken of vluchten naar een hogere werkelijkheid, waarin dit leven, deze maatschappij, onze menselijke cultuur wordt prijsgegeven?
Cultuuropdracht.
Wat zegt de Bijbel nu over de cultuur?
De opdracht die God gaf aan de mens, luidde: En de Heere God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bebouwen en te bewaren. In de stralende morgenstond der schepping was er harmonie in de naar Gods beeld geschapen mens en daarom bestond er ook harmonie tussen de mens en zijn taak.
Bebouwen en bewaren is de cultuurtaak van de mens door God hem opgedragen. Dit laatste woord „bewaren" voorspelt strijd, er is een aanval mogelijk. Duistere machten zijn aanwezig of zullen naderen om de schepping, waartoe de mens behoort, te bedreigen. Cultuurarbeid is de ene taak, het reinhouden: van de cultuur is de andere.
Van hieruit ziet de Christen zijn taak vóór zich, al zal hij niet vergeten, dat niet een rechte lijn gevolgd is in de ontwikkeling van het menselijk geslacht.
Machten.
De Bijbel tekent inderdaad de dreiging waarvan hierboven gesproken is: er ligt een huiveringwekkende, bovenmenselijke zuigkracht in de machten der cultuur, waardoor de Christen van God afgevoerd kan worden.
Wij kennen de machten niet in hun door God gewilde functie. Als Paulus schrijft in Rom 8 : 38, dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, ook de machten niet, veronderstelt hij, dat het in de aard der machten ligt om ons juist wel van die liefde te scheiden.
De machten, zij zijn zelf goden geworden (Gal. 4 : 8), die zich gedragen alsof zij de laatste grond der werkelijkheid waren, en van de mensen een dienovereenkomstige verering verlangen.
De machten hebben zich als een blok tussen de Schepper en Zijn schepping gedrongen.
Zij zijn de „beheersers dezer eeuw" (1 Cor. 2 : 6).
De staat, het politieke leven, de klasse, de sociale strijd, het volksbelang, de publieke opinie, de gangbare moraal, de ideeën van vooruitgang, humaniteit en democratie enz. zij geven wel binding en richting aan miljoenen levens, maar daarom juist scheiden ze deze levens van de ware God en suggereren ze ons, dat we de zin van het bestaan hebben gevonden.
De machten hebben echter ook in de van God vervreemde wereld een zeer positieve functie. Zij zijn nog steeds het gebinte, dat het leven en samenleven der mensen voor chaos bewaart. Deze machten zullen in confrontatie met Christus hun tyrannieke karakter tegen wil en dank moeten openbaren.
Als ontmaskerde machten verliezen ze hun totalitaire conserverende greep op het leven, of zij worden tot anti-christelijke machten, zoals wij met de machten van ras, klasse, staat en volk in het nationaal socialisme en het communisme hebben zien gebeuren.
Paulus en de machten.
In Kolos. 2 : 15 lezen wij: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd".
Christus heeft de machten openlijk tentoongesteld. Pas door Zijn kruisiging is de ware aard der machten aan het licht gekomen. Nu Christus op aarde verschijnt, blijkt, dat de machten Hem vijandig zijn en niet als Zijn instrumenten, maar als Zijn tegenstanders werkzaam zijn geweest.
B.v. schriftgeleerden: in naam der wet, priesters: in naam van de tempel, Pilatus: in naam van de Romeinse staat.
Christus heeft over hen gezegevierd. De ontmaskering is eigenlijk zelf reeds hun nederlaan. Op Golgotha zien wij het démasqué der machten.
In de opstanding wordt openbaar, wat aan het kruis reeds werkelijkheid was: dat in Christus God de machten weerspreekt, in hun rijksgebied doordringt en zich zo machtiger betoont dan zij.
Dit zegevieren vindt zijn concrete bewijs daarin dat Christus aan het kruis de machten heeft ontwapend. Het wapen, waarin zij tot nu toe hun macht ontleenden, is hun uit de handen geslagen. Dat wapen bestond in de illusie, die ze bij de mensen wekten, dat zij de goddelijke wereldbeheersers waren, het laatste houvast en de laatste leiding, het laatste geluk en het laatste gebod van kleine onmondige mensenkinderen. In het Licht wijken de demonen en de vreugde breekt door. Daarin kan dan de Christen ook de spanning te boven komen.
Opstand.
De mens is van den beginne af op God gericht geweest: hij ontving van God als menselijk wezen de opdracht de wereld te bebouwen en te bewaren d.w.z. zichzelf en zijn wereld door zijn cultuurwerkzaamheid voor God te bestemmen. Iiet geheim van de mens en van de cultuur is God.
van Steensel, Beneden Molendijk 37 te Oud-Beijerland. stand tegen God is de mens en is zijn cultuur misvormd. De gehele mens en de totale gerichtheid is van God afgebogen.
Cultuur is dus niet in zichzelf verkeerd, maar zij is onjuist gericht, omgekeerd. Toch staat God er nog achter, hij houdt nog de mens in zijn levensmogelijkheden in stand.
v. B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1965
Daniel | 16 Pagina's