Ziegenbalg
Heer voor een verheven doel
Het duurde niet lang of Ziegenbalg kon de portugese taal vloeiend spreken. In deze taal ging hij ook boeken schrijven, die later zouden worden gedrukt. Maar met het portugees waren de zendelingen niet klaar. De meeste kleurlingen en Indiërs konden alleen hun moedertaal spreken en verstaan. Die taal was het tamil, die dus eigenlijk door de zendelingen ook aangeleerd moest worden. Die taal was heus niet gemakkelijk. Wie van beiden zou het aandurven? Geen van beiden had er veel lust toe. En toch, met móést. Wat zouden ze doen? Er werd veel overlegd en ten slotte stelde men voor te loten wie van de twee zich aan de studie zou overgeven. Het lot viel op Plütschau. Eigenlijk was dat jammer, want Ziegenbalg was begaafder dan zijn vriend. Maar het lot had nu eenmaal beslist.
Gelukkig vond Plütschau een beste leermeester. Dat was Aleppi, die naast het tamil ook nog drie europese talen sprak. Bovendien kon hij zich een beetje behelpen met het duits. Aleppi had dus wel een taalknobbel. En dat niet alleen, maar hij verstond ook de kunst om het geleerde aan anderen over te brengen.
Na enige tijd met het tamil gemarteld te hebben, moest Plütschau de studie staken. Hij had er té veel moeite mee en het lukte hem niet de ingewikkelde taalregels onder de knie te krijgen. Wat moest er nu gebeuren? Het lag voor de hand, dat Ziegenbalg zich aan het tamil zou wagen.
Ja, wagen is het goede woord. Wat zag de zendeling er tegen op! Hij zou wel drie jaren nodig hebben eer hij zich in het tamil verstaanbaar zou kunnen maken. Hoe was het mogelijk om in die taal de heidenen tot Christus te brengen? Hij zag er tegen op als tegen een hoge berg, die hij nooit zou kunnen beklimmen. Vóór het naar bed gaan dacht hij aan die vreemde taal en hij stond ook met de gedachte aan het tamil op. Dat zou te veel voor hem gaan worden. Het gevolg was dan ook, dat hij zwaar ziek werd. Men vreesde voor zijn leven. Tot nu toe had hij al de moeilijkheden kunnen overwinnen. Klagen deed hij niet en zelfs in zijn brieven lezen wij geen letter over het ongezonde klimaat, waarmee hij elke dag opnieuw had te maken. Hij kleedde zich nog net zo als in zijn vaderland, met een zogenaamde lutherrok, een lange jas, die hoog werd dichtgeknoopt. En dat kledingstuk droeg hij geregeld in het tropische land! Nu zag hij geen oplossing in zijn moeilijkheden en daarvandaan kreeg hij een inzinking, die zich lelijk liet aanzien.
En toch tegen alle verwachting knapte hij op. De ziekte nam een keer in zover, dat hij het bed mocht verlaten. Velen zagen dit als een wonder. De aanvankelijke beterschap zette zich in gunstige zin voort en na verloop van enige tijd zou hij weer aan het werk gaan.
Wat was het geheim? In de eerste plaats was het zijn tijd van sterven nog niet. God wilde Zijn knecht nog sparen. En voorts was er op zijn ziekbed het vaste besluit genomen om zijn hele leven in Indië te blijven. Als hij dit deed zou zijn doel kunnen bereikt worden. Dus moest hij alles aanvaarden wat op zijn weg zou komen; ook de studie van het tamil. Met grote ijver en wilskracht zette hij zich aan het werk. Drie jaar studeren? Het was niet nodig! Binnen één jaar kon hij met de mensen van de straat spreken in hun landstaal en zelfs met de priesters. Hij kon met geleerden van gedachten wisselen in het tamil en diepgaande geschriften kon hij lezen. Hij werd zo bedreven in die taal, dat hij duitse boeken in het tamil kon overzetten!
Dan moest het met zijn gezondheid toch wel heel goed gaan om dit alles te kunnen presteren! Laten we even zien hoe
zijn dag was ingedeeld. Om zes uur in de morgen gaf hij aan de weeskinderen les in de catechismus. Daarna wierp hij zich van zeven tot twaalf op de taalstudie. Toen hij daar ver in gevorderd was, vertaalde hij in die vijf uur het Nieuwe Testament en gedeelten van het Oude. In de middagpauze werd er uit de bijbel. gelezen. Om twee uur gaf hij dan les in het weeshuis, om vervolgens van drie tot vijf weer taalstudie te doen. Elke dag had van vijf tot zes de huisgodsdienstoefening plaats. Daarna werden besprekingen gevoerd met zijn collega Plütschau, waarna tussen acht en negen uur de avondmaaltijd werd genuttigd. Ook clan werd uit de Heilige Schrift voorgelezen. Om negen uur in de avond, na het eten, werden de kinderen bijeen geroepen en volgde de dagsluiting.
Om dit alles te kunnen volhouden moet men wel een gezond lichaam hebben, maar ook een ontembare ijver, gepaard met een vaste roeping, om het verheven doel te bereiken, de heidenen voor Christus te winnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 september 1965
Daniel | 16 Pagina's