JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Relativering en relativisme (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Relativering en relativisme (6)

4 minuten leestijd

Nu komt men tegenwoordig in „modern-christelijke" kringen de gedachte tegen, dat de waarheid niet een geheel van leerstellingen en dogma's is, zoals wij wellicht geneigd waren te denken, maar een Persoon; Christus heeft toch immers gezegd: Ik ben de Waarheid" (joh. 14 : 6a). Het kenmerkende van de christenen is dan ook niet, dat ze een geheel van opvattingen hebben over plaats en taak van de mens in de wereld, dat ze een heel systeem van waarheden (een belijdenis) hebben, maar dat ze Jezus navolgen, dat ze een Persoon liefhebben. Ze hebben — als het goed is — dus geen systematisch, maar een personalistisch waarheidsbegrip.

Wat moeten we daar nu weer mee aan? Als dat waar is, dan valt ons hele verhaal ondersteboven. Het is echter altijd van groot belang, om eerst eens goed na te gaan of de probleemstelling die men ons opdringt wel deugt; we moeten die niet zonder meer overnemen. Zo moeten we er ook hier niet intrappen; de gesuggereerde tegenstelling is vals, die twee zaken sluiten elkaar niet uit. In hetzelfde hoofdstuk waarin Christus Zichzelf de Waarheid noemt, zegt Hij ook dat „wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft" (Joh. 14 : 21a) en de apostel Johannes herhaalt het nog eens nadrukkelijk (1 Joh. 2 : 3, 4).

Er is dus beslist geen tegenstelling tussen liet navolgen en liefhebben van Jezus en het strijden voor de waarheid, het eerste sluit het tweede juist in. Want aan de andere kant gaat het in de Bijbel ook niet om waarheden op zichzelf, het gaat niet om boeiende verhalen of om al dan niet interessante dogmatische wetenswaardigheden, maar de Bijbel is geschreven „opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam" (Joh. 20 : 31). Het gaat dus altijd om waarheden die spreken van het geloof in de Zoon van God.

We mogen ons niet laten beïnvloeden door het irrationalisme en relativisme van onze tijd en een scheiding aanbrengen tussen geloof en leer, zoals dus hierboven werd gesignaleerd. Het irrationalisme verzet zich tegen het ordenen en systematiseren van de in de Heilige Schrift geopenbaarde waarheden; het verzet zich tegen het naspeuren van verbanden en samenhangen daartussen. Ook het relativisme stelt dat we niet moeten denken, dat we het allemaal zo precies weten, dat we het allemaal zo systematisch uiteen kunnen zetten. Het staat tegenwoordig immers goed om veel problemen te hebben, om met een geleerd gezicht te zeggen, dat men er nog niet uit is. En in de praktijk biedt dat dan antuurlijk een mooie gelegenheid om het met de waarheid zo nauw niet te nemen, om hier en daar verschuivingen in de leer te bewerkstelligen; want als alles toch zo vaag geformuleerd is, dan valt dat niet zo gauw op. En lopen ook wij niet dit gevaar? Ik heb wel eens iemand uit onze gemeenten horen beweren, dat een waarachtig gelovige toch een aanhanger kon zijn van een algemene verzoeningsleer. Dat zou dus betekenen dat die gelovige, als hij tenminste beseft wat hij voorstaat, van mening zou zijn dat het toch nog op de een of andere manier van de mens zou afhangen, of hij zalig wordt of niet. Maar dat is natuurlijk onmogelijk, want wanneer God een mens bekeert dan leert Hij hem verstaan, dat hij uit zichzelf nooit naar God gezocht of gevraagd zou hebben en dat, wanneer het dus toch op de een of andere manier van hem had afgehangen, hij dan voor eeuwig verloren zou zijn gegaan. Het één sluit dus duidelijk het ander uit; geloof en leer staan bepaald niet los van elkaar.

Evenzo kun je iemand soms horen beweren, dat hij er niet vóór is om allerlei dogmatische onderscheidingen en indelingen te maken, zoals bijvoorbeeld tussen inwendige en uitwendige roeping en dergelijke. Het is dan niet moeilijk om ook hier de invloed van het hedendaagse irrationalisme te bespeuren. Natuurlijk moeten we dan ook weer niet in liet andere uiterste vervallen en op een scholastische en rationalistische wijze indelingen tot in het oneindige willen maken en alles logisch willen, beredeneren, daarbij vergetend dat Gods gedachten hoger zijn dan onze gedachten. Maar dat is thans veelmeer een theoretisch gevaar, op het ogenblik is het eerstgenoemde actueel.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1965

Daniel | 16 Pagina's

Relativering en relativisme (6)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 augustus 1965

Daniel | 16 Pagina's