JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Ziegenbalg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ziegenbalg

5 minuten leestijd

Niet welkom In liet geschrift, door Ziegenbalg op de oceaan geschreven, lezen wij o.a.: „De in Gods beschikking berustende mens verkeert te midden van de allerzwaarste aanvechtingen in lichamelijke tevredenheid en laat zijn rust door niets verstoren.

Deze gelatenheid brengt met zich mee, dat men op alle plaatsen vergenoegd en tevreden is, God moge ons geven zo veel of zo weinig Hij maar wil, beide in geestelijke en wereldlijke zaken."

Dat zijn woorden van een zendeling, die voor zijn taak berekend is. Wij horen door die woorden heen die uitnemende zendeling Paulus, wanneer deze zegt, dat hij geleerd heeft vergenoegd te zijn; dat hij tevreden is met voedsel en deksel en die wist gebrek te lijden en overvloed te hebben. Die gelatenheid van Ziegenbalg zou al heel gauw op de proef worden gesteld.

In de verte zien de reizigers de deense kolonie liggen. Op het eerste gezicht vertoont Tranquebar het beeld van een rustig deens stadje. In het centrum is de marktruimte met de kerk en naar alle kanten vanuit de markt lopen lange rijen huizen. De citadel Daneborg wijst er op dat er bezetting in het plaatsje ligt. Het is cle hoofdplaats van de kolonie en die moeten de Denen in handen zien te houden.

Bij het nader bekijken van de plaats valt ons oog op een roomse kapel. Deze zegt ons dat er onder het portugese bestuur missie werd bedreven.

Wie echter moest denken, dat hij met een deense stad had te doen, vergist zich. Zie maar, ginds staat een moskee en binnen en buiten de versterkingen verrijzen indische tempelgebouwen. En let maar eens op de hutten en voornamelijk op de bewoners ervan. Dan zien wij kleurlingen en volbloed inlanders. Ziegenbalg en Plütschau stappen aan land en komen bij de stadpoort.

„Halt!" Eén van de schildwachten komt naderbij. Er wordt gevraagd naar de papieren. De mannen laten hun geloofsbrief zien. Een andere wacht gaat ermee naar de stadscommandant. Een beetje geduld dus. Je komt zomaar Tranquebar niet binnen. Dat hebben de zendelingen wel begrepen.

Dan maar een poosje wachten. Een poosje? Het duurt zes uren eer de commandant verschijnt. Naast hem lopen zijn officieren met een paar deense geestelijke ambtenaren.

De commandant kijkt streng en zegt: „Die papieren zijn in orde, het koninklijk zegel is echt, maar wat u beiden hier moet komen doen, is ons een raadsel."

De commandant kijkt veelbetekenend naar de mannen, die hem vergezellen. Hij denkt dat die twee door de deense regering gezonden zijn om de zaken hier te bespioneren. Zij zullen gewis alles moeten doorgeven aan het hof te Kopenhagen. Op een afstand dan maar houden!

Zonder iets meer te zeggen maken de commandant met zijn gevolg rechtsomkeer. De zendelingen uit de stad houden gaat niet, maar een woord zijn ze niet meer waard.

Wat moeten Ziegenbalg en Plütsehau nu doen? Ze kijken elkander eens aan en halen de schouders op. Zij volgen de commandant naar de binnenstad. IIet lijkt wel alsof zij worden opgebracht. Op de markt worden ze alleen gelaten en dan moeten zij hun geluk maar zoeken.

Daar staan de zendelingen. Waar moeten ze heen? Wat valt de ontvangst hier hen bitter tegen. De zon is al onder en de nacht zal heel spoedig invallen. Zij kunnen toch niet op straat overnachten?

Daar komt een Deen op hen af. In gebroken duits vraagt hij wat zij hier moeten doen en waar zij op wachten. In het kort vertelt Ziegenbalg wat er is gebeurd. Dan neemt de Deen hen mee. Hij brengt ze een eind van de markt vandaan naar een inheemse wijk. De vriendelijke gids wijst hun een huis.

„Daar woont mijn schoonvader, " zegt hij. „Die man zal jullie wel herbergen." En dat gebeurt. Hier worden de zendelingen hartelijk ontvangen. Hier vernemen zij ook hoe alles reilt en zeilt in de kolonie. De Europeanen zijn ver van hun vaderland verwijderd, maar zij zijn ook een heel eind van de europese beschaving vandaan. De invloed van het christendom is heel gering en de meeste europeanen leven onzedelijk. De deense dominees bemoeien zich alleen maar met het kerkbezoek van de gemeenteleden, maar zij letten er niet op hoe de leefwijze door de week is. De portugese jezuïeten-pater houdt er een strenge kerkelijke tucht op na. Behalve zijn portugese gemeente besteedt hij ook zorg aan de slaven en inheemse bedienden. Verder zijn er onwettige kinderen van de blanken en die staan ook onder de hoede van de pater. De inheemse taal verstaat hij niet en het is heel zelden dat hij preekt.

Ziegenbalg en Plütsehau hebben al lang begrepen dat het hier een zeer slappe boel is.

Geen wonder dat Ziegenbalg schreef:

„Wij werden aanvankelijk zeer neerslachtig en bemerkten, dat alles reeds door het ergerlijke leven van de christenen onder deze heidenen verdorven was geworden. Bovendien konden wij ook voldoende bemerken, dat vanwege ons doel onze komst de meesten der christenen deels geheel belachelijk voorkwam, deels hun tegen de borst stuitte."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1965

Daniel | 16 Pagina's

Ziegenbalg

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1965

Daniel | 16 Pagina's