JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

4 minuten leestijd

En ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. En ik ze iele: aar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: m Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte en hoe groot haar lengte wezen zal. (Zach. 2 : 1 en 2).

Meditatie En ziet, er was een man, en in zijn hand was een meetsnoer. En ik ze iele: aar gaat gij henen? En hij zeide tot mij: m Jeruzalem te meten; om te zien, hoe groot haar breedte en hoe groot haar lengte wezen zal. (Zach. 2 : 1 en 2).

Gods gekenden worden zalig omdat God het wil. Niet omdat zij zelf willen. Want er is niemand, die God zoekt, op de gehele aardbodem; ook niet tot één toe. Die God zoekt, die is van God gevonden. „Niemand komt tot Mij, zegt de Heere Jezus, tenzij de Vader die Mij gezonden heeft, hem trekke." Met een altoos durende afkerigheid wenden wij ons van God af. Maar de Ileere Zelf vraagt naar Zijn volk. Hij is de Eerste en Hij is de Laatste. Het zaligmaken der Zijnen is geheel en alleen Gods werk. De Heere voert Zijn eeuwige raad in Zijn volk uit, tot hun volkomen zaligheid. Daarom is de behoudenis van Gods Kerk vast en onomstotelijk. Zij is het werk Gods naar Zijn eeuwig welbehagen.

Van de volvoering van dit souverein welbehagen wordt gesproken in het gezicht van de man met het meetsnoer, die Jeruzalem gaat meten. Hij zal de lengte en de breedte van de heilige stad bepalen. En zo hij het bestelt, zo zal het worden. Want toch, de meting betreft hetgeen worden zal. Aan Jeruzalem, zo het daar ligt, is niet veel te meten. De stad en de tempel zijn verwoest door de Chaldeën. En nu is wel een hand vol Joden teruggekeerd uit Babel, doch van een herbouw van Jeruzalem, de stad des groten Konings, is nog geen sprake. De vijand verhindert de herbouw en beschimpt Jeruzalem als een stad van rebellie. Ook heeft de vijand van binnen grote kracht. De handen van het volk hingen slap. De moed is er bij het volk uit. Het geloof op Gods beloften ligt als lam geslagen terneder. Wat zal van de grote en getrouwe en heerlijke stad van weleer nog eens terecht komen?

Welnu, dat wil de Heere tonen in het gezicht, dat in het tweede hoofdstuk van Zacharia's profetie beschreven is en waarvan Hij aan Zijn knecht de betekenis deed verstaan. Want Zacharia verstond dit gezicht niet. Buiten de onderwijzingen des Heeren kon hij niet. In zijn hart was een ernstig, heilbegerig vragen. Hij hief zijn ogen op en zag die man met het meetsnoer; en hij vroeg: „Waar gaat gij henen? "

Die man antwoordde Zacharia op diens vraag: „Om Jeruzalem te meten; om te zien hoe groot haar breedte en hoe groot haar lengte wezen zal." God Zelf trekt de grenzen van Zijn kerk. Ilij zal Sion bouwen. Welke machten zich ook tegen haar opmaken, het zal hen niet gelukken haar fundamenten te doen schud-

den. Want om liet geestelijke Jeruzalem gaat het. Dat zal ieder duidelijk zijn, die verstaat, dat de verlossing uit Babel slechts type was van de geestelijke vrijmaking van Gods volk. De herbouwing van de stad ziet op het bouwen van Gods Kerk. Hij is de Bouwheer van dit geestelijke kunstwerk. Het bestek is door de drieënige God gemaakt van alle eeuwigheid, want het is naar het eeuwig voornemen in Christus Jezus. Gebouwd op het vaste fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste hoeksteen is, wordt Jeruzalem wel samengevoegd met het cement van Christus' bloed.

Alleen door dat bloed worden de voorwerpen van Gods vrije genade vastgemaakt. Zo zal Jeruzalem verrijzen van eeuw tot eeuw, niettegenstaande de bitterste tegenstand. Want de vijandschap tegen Jeruzalem Gods is geweldig groot. Zij was dat in alle tijden en zij wordt bitterder naarmate de stad haar voltooiing nadert. Maar hoe groot de vijandschap ook is, het welbehagen des Heeren zal door de hand van Christus gelukkiglijk voortgaan. Eindelijk zal de sluitsteen worden aangebracht. Het zal zijn als de laatste uitverkorene zal zijn toegebracht. Want er zal er niet één ontbreken. Dan zal Jeruzalem ten volle, in haar ganse lengte en breedte, in heerlijkheid eeuwig uitblinken. De Ileere verwekke een heilige jaloersheid in uwe harten en doe u alles verlaten, om een steentje van dat geestelijke Jeruzalem te worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1965

Daniel | 16 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 juli 1965

Daniel | 16 Pagina's