Ziegenbalg
Op teeg naar Tranquebar
De brief, waarin Ziegenbalg had meegedeeld, dat hij er van afzag om vijf jaren als zendeling uitgezonden te worden, was op een voorzichtige manier geschreven. De rector Joachim Lange las tussen de regels door, dat Ziegenbalg er wél iets voor voelde om het aanbod van de deense koning aan te nemen. Zo bescheiden is de jonge man, dacht de rector. Hij durft niet voluit ja te zeggen en komt met alle mogelijke leeuwen op de weg.
Zonder nader met Ziegenbalg te praten, berichtte Lange, dat de deense zending op twee mannen kon rekenen en dat waren Ziegenbalg en zijn vriend Pliitschau.
Toen Ziegenbalg op een bruiloft was, werd hem een brief overhandigd. De jongeman schrok en met bevende handen deed hij de brief uit de enveloppe. En wat hij daar las! Neen maar, dat kón niet. De deense koning schreef, dat hij hem en zijn vriend verwachtte. Verder stond er zwart op wit, dat ze dadelijk op reis moesten gaan; het reisgeld was al vastgesteld, namelijk tweehonderd daalders. Een schip was tegen november besproken en het doel zou niet West-Indië zijn, maar de Goudkust van Guinea.
De bruiloft kon Ziegenbalg niet langer meer interesseren. De inhoud van de brief liet hem niet meer los. Het kwam hem zo wonderlijk voor. Hij had immers bedankt en nu komt de koning met deze uitnodiging.
Met zijn vriend Pliitschau wordt de zaak lange tijd besproken. Waar ligt de Goudkust? In Afrika. En wat is het voor een land? Er heerst een moordend klimaat, zo werd er in Berlijn gezegd. Meer wist men van de Goudkust niet af.
Wat moeten de jonge mannen doen? Dat vroegen ze zich vele malen af. Op het eind besloten zij om te gaan en het verzoek van de koning in te willigen. Ziegenbalg schreef aan zijn leraar Francke: „Ofschoon het in onze ogen eerst zeer zwaar leek, erkenden wij hierin toch Gods wil. Wij hielden het ervoor, dat wij ons terwille daarvan redelijkerwijs te verloochenen hadden. Wij moesten ons verstand onder de gehoorzaamheid van de goddelijke roeping gevangen laten nemen."
In Berlijn werd er nu een plechtige vergadering belegd. De predikanten moesten uit de mond van de twee mannen horen of zij het beroep wilden aannemen. En wat zeiden Ziegenbalg en Plütschau? Zij waren bereid naar iedere plaats van de wereld te gaan. Zij zouden dapper weerstand bieden aan alle tegenspoeden. Plechtig klonk het ja-woord te midden van al de genodigden op de vergadering.
Nu konden de zendelingen naar Kopenhagen, de deense hoofdstad. Frederik IV wilde hebben dat de twee mannen eerst als predikant zouden aangesteld worden. Daartoe moest er een theologisch examen worden afgelegd. Nu gaat het met examens niet altijd eerlijk in zijn werk, ook toen niet. Bisschop Bornemann, die het onderzoek zou leiden, was orthodox lutheraan en erg gekant tegen de piëtisten, de volgelingen van Francke in Halle. Plet was voor deze bisschop een klein kunstje om de beide kandidaten te laten zakken. Zij waren ongeschikt voor de dienst die zij moesten gaan verrichten, zei hij. Maar de koning was met die uitspraak niet tevreden. Er moet een her-examen plaats vinden, zei hij en bij dat examen zal mijn hofprediker Lütkens aanwezig moeten zijn.
Het woord van de koning had de overhand en voor de tweede keer kwamen de aanstaande zendelingen onder het mes. Maar nu liep het beter af. Beiden werden geschikt geacht voor de dienst des woords. Op plechtige wijze werden ze nu op grond van de belijdenis van de lutherse kerk bevestigd.
De „Prinses Sophia Hedwig" vertrok op de 29ste november 1705 en zette koers naar Voor-Indië. Op dat schip waren de twee zendelingen, uitgezonden door de deense zending. Het doel was dus weer veranderd. Over West-Indië werd niet meer gerept, evenmin over de Goudkust. Tranquebar zou de bestemming zijn voor Ziegenbalg en Plütschau.
Een zeereis met een zeilschip in het begin van de achttiende eeuw! Dat was geen kleinigheid. De dood wenkte op zo'n reis zéker wel ieder uur! Verscheidene passagiers stierven onderweg en kregen een zeemansgraf. Dan weer had men te kampen met vreselijke stormen, om de volgende dagen te pletter te stoten op onzichtbare rotsen, die op de zeekaarten niet aangegeven waren. De hitte was nu en dan ondragelijk en velen hadden dagen lang last van zeeziekte.
Geen wonder dat Ziegenbalg deze reis van zeven maanden een hogeschool van de dood heeft genoemd!
Als er enigszins gelegenheid was aan boord, waren de beide mannen bezig met hun studie. Ziegenbalg heeft tijdens die reis ook veel geschreven. Er ontstond een geschrift van zijn hand, met de uitgebreide titel: Algemene school der ware wijsheid, waarin een ieder mens uit Gods Woord en eigen ervaring wordt aangetoond, hoe en op welke wijze men die wijsheid in de wereld zoeken, vinden en verkrijgen moet, welke ons mensen, zowel tijdelijk als eeuwig zalig kan maken.
Geschreven op de grote oceaan op een schip, Sophia genaamd, door Bartholomeüs Ziegenbalg.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1965
Daniel | 16 Pagina's