Lupine
Geschilderde pijlen om opwaarts te ijlen naar 't licht dat hen trok tot het hoge azuur, zo staan ze met velen, de bh uwe en gele, veelkleurig te popelen in 't zomerse uur.
De kleurige kaarsen, de rose en paarse, staan samen geschaard in de bloeiende hof. Zij rekken de leclen en zijn niet tevreden, want hoger nog willen zij zingen Gods lof.
Wie zal hen beletten, die bloemenraketten, te streven naar vrede, die d' aarde niet kent? Zij zijn wel gevleugeld, maar worden beteugeld en sidd'ren van heimwee, de wereld ontwend.
Straks vormen de vruchten van 't lijdzaam verzuchten naar 't blauw van de hemel in 't peilloze diep, een opgaande toren, uit bloemen geboren, het loon op hun bloeien, waar God hen toe riep.
M. Nijsse.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juli 1965
Daniel | 16 Pagina's