JOHANNES HUS,
Vrijfhonderdvijftig jaar geleden verbrand
Op 6 juli a.s. zal het vijfhonderdvijftig jaar geleden zijn, dat Johannes Hus uit Bohemen zijn leven liet op de brandstapel. Daarom lijkt het ons goed, wanneer we even bij deze figuur uit het verleden stilstaan.
In een voor de kerk wel zeer verwarde tijd heeft Johannes Hus geleefd en gearbeid. Hij werd in het jaar 1369 te Husinec in Bohemen geboren; van deze plaats is zijn naam dan ook afgeleid. Ondanks het financiële onvermogen van zijn ouders heeft hij toch (met succes!) kunnen studeren. In 1396 werd hij reeds magister aan de Praagse universiteit, in 1400 volgde zijn priesterwijding en in 1402 werd hij benoemd tot rector van de universiteit te Praag. Tevens werd hij in dit jaar benoemd tot prediker in de volkstaal in de Bethlehemskapel te Praag. Dat juist hij als zodanig aangesteld werd is niet verwonderlijk, want reeds op de universiteit was hij bekend geworden door zijn buitengewoon redenaarstalent en zijn vermogen om de toehoorders te boeien door zijn fijne taalbeheersing. Het is dan ook te begrijpen, dat hij al spoedig grote invloed uitoefende op de volksmassa's van Praag en de verre omstreken van deze stad.
In de tijd van Johannes Hus lag de kerk verscheurd en verbroken. Het waren de dagen van het Westers Schisma; niet één paus was er, maar twee, later zelfs drie pausen streden om de macht en pretendeerden ieder de opvolger van Petrus te zijn. Geen wonder, dat velen hun bijna onwankelbaar vertrouwen in de kerk begonnen te verliezen. Wanneer we hier nog aan toevoegen, dat de misstanden onder de hoge en lage geestelijken steeds grover vormen gingen aannemen, kunnen we jaar geleden verbra verstaan, dat het vooral onder het volk gistte en bruiste. De geweldige aanhang van Johannes Hus, die in fel geladen zinnen de kerk het oordeel aanzei, is dus mede door de tijd, waarin hij leefde, te verklaren.
Nu kunnen we over de bedoeling van Hus' strijd niets zeggen, als we eerst de naam Wiclif niet noemen. Wiclif, die in Engeland leefde van 1324 tot 1384, had getoornd tegen de wereldlijke macht van de geestelijkheid en tegen haar grote rijkdom, omdat dit volkomen streed met de leer van Christus. In zijn strijd hiertegen beriep Wiclif zich op de Heilige Schrift: dat is de enige grondslag voor het geloof. De Bijbel heeft gezag, niet omdat de kerk het zegt, maar om het feit dat het Gods Woord is. Uit Gods Woord kunnen we duidelijk leren, zei Wiclif, dat Christus en niet de paus het Hoofd der Kerk is. Wiclif onderscheidde scherp tussen de uiterlijke kerk als instituut en de onzichtbare Kerk, als gemeenschap van alle uitverkorenen. De paus openbaart zich in alles als het tégenbeeld van Christus; daarom noemde Wiclif de paus de anti-christ! De mens wordt niet zalig door bemiddeling van de kerk, maar alleen door genadige verkiezing. Dit mogen de priesters prediken; de zonden kunnen zij echter niet vergeven. De leer van de transsubstantiatie achtte Wiclif heidens en goddeloos, ja godslasterlijk, omdat zo de Godheid beneden het schepsel verlaagd wordt.
Deze reformatorische gedachten werden ook in Bohemen bekend, doordat Boheemse studenten die aan de Engelse universiteit te Oxford gestudeerd hadden, ze meebrachten. Johannes Hus nu beschouwde Wiclif als zijn geestelijke vader; al zijn gedachten, uitgezon-
derd zijn mening over de transsubstantiatie, nam hij zonder meer over. In de geschriften van Hus wemelt het dan ook van uitspraken, die de schrijver bij Wiclif gevonden had.
Aan de universiteit kwamen er voor Hus al spoedig moeilijkheden met zijn Duitse mededocenten. Zij moesten niets hebben van de radikale denkbeelden van Hus en zouden hem gaarne weggedrongen hebben als de koning tot nu toe Johannes Hus de handen niet boven het hoofd had gehouden. Toen de Duitse docenten om een bepaalde reden op bevel van de koning de universiteit moesten verlaten, zagen zij daar de hand van Hus in. Het gevolg was, dat zij hem openlijk uitmaakten voor ketter. Ook Sbynko, de aartsbisschop van Praag, werd door deze kwestie de vijand van Hus. Sbynko ging tot de aanval over door de geschriften van Wiclif te veroordelen én door het preken in alle kapellen te verbieden. Duidelijk is, dat beide maatregelen tegen Hus gericht waren. Deze nam dit echter niet en ging dóór met het propageren van Wiclif's denkbeelden en het preken in de Bethlehemskapel. Hij ging daartoe zelfs in beroep bij één der pausen, van wie hij steun verwachtte. Het gevolg was echter, dat Hus door de aartsbisschop in de ban werd gedaan. Maar het eenvoudige volk wilde de geliefde prediker niet kwijt; heftige tonelen speelden zich af in de straten van Praag. En.... Hus blééf prediken!
De gehele theologische wereld had Hus echter tegen zich in het harnas gejaagd. Zijn veroordeling door de paus bleef dan ook niet al te lang meer uit (1412). De zwakke koning was reeds eerder onder druk van de theologische faculteit te Praag overstag gegaan. Deze maande Hus uit te wijken, om ergere onlusten te voorkomen. Zo kwam Plus terecht op een burcht van een zijner vrienden. Ook hier bleef hij geweldige volksmassa's trekken door zijn vurige predikaties. In geschrifte noemde hij de paus de anti-christ en het Beest uit de Openbaring!
Intussen werd er in Constanz een nieuw concilie bijeengeroepen, om aan de kerkelijke verwarring een einde te maken. Ook de kwestie van Hus moest hier besproken worden. De persoon in kwestie moest zélf verschijnen op deze grote kerkvergadering. Hus kreeg daartoe een vrijgeleide. Met goede verwachtingen kwam hij te Constanz aan. Hierin werd hij echter al heel spoedig teleurgesteld. Na aangeklaagd te zijn wegens ketterij werd hij, alle plechtige verzekeringen van vrijgeleide ten spijt, gevangen genomen en in een der kerkers van een klooster gestopt; aan een ketter behoeft men zijn woord niet te houden....
Het proces speelt zich nu snel af: op 4 mei 1415 wordt Wiclif door het concilie veroordeeld. Op 5 juni moet Hus voor de kerkelijke autoriteiten verschijnen. Gelegenheid om zich te verdedigen wordt hem nauwelijks gegeven. Herroepen wilde hij niet, tenzij men hem op grond van de Heilige Schrift van zijn ongelijk kon overtuigen.
Zo werd Johannes Hus op 6 juli 1415 als ketter tot de vuurdood veroordeeld. In spotgewaad en met papieren muts (waarop de woorden: dit is een aartsketter) werd hij buiten Constanz naar de gerichtsplaats gevoerd. Daar stierf deze vurige ijveraar voor kerkhervorming als martelaar op de brandstapel.
We kunnen Johannes Hus nog geen protestant noemen, zoals wij dit woord verstaan. Maar wél heeft hij zijn leven lang geprotesteerd tegen de verwording van de kerk in zijn dagen. In veel bleef hij aan de roomse leer vasthouden, maar op beslissende punten grondde hij zich op de Schrift. Voor de overmacht van de Schrift wilde hij dan ook niet wijken, zelfs niet voor de hoogste kerkelijke vergadering. Liever offerde hij zijn leven. Daarom mogen we hem een vóórloper van de Reformatie noemen en dienen we hem, na vijfhonderdvijftig jaar, niet te vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juli 1965
Daniel | 16 Pagina's