JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

8 minuten leestijd

Allereerst moet ik jullie een ernstige mededeling doen. Jullie weten nog wel van wie er de vorige keer dat opstel over de oorlog instond. Dat was van een oude vriend uit Kratotoendijke. Het stond in de „Daniël" van 21 mei. Die oude vriend heeft niet meer mogen toeleven, dat zijn verhaal er in stond, want op 19 mei is hij plotseling overleden. Wat een ernstige roepstem tot ons allemaal. De dood wenkt ieder uur en wij zijn ieder uur in doodsgevaar. Onze gedachten gaan uit naar zijn vrouw, die nu eenzaam achter gebleven is. Sterke de Heere haar in dit zware verlies, ook haar zoon, schoondochter en kleinkinderen. Het geldt voor ons allen, dat wij ons voor moeten bereiden voor die stap, die we allemaal eens moeten doen. Denken jullie daar wel eens aan m'n jonge vrienden?

Ik zit deze bladzijde te maken op Hemelvaartsdag en ik toeb juist een opstel gevonden, dat gaat over de

Hemelvaart

Na de opstanding van de Heere Jezus heeft Hij Zich verschillende malen aan Zijn discipelen vertoond. Eerst aan Maria Magdalena bij het graf en later aan vele anderen. Op de veertigste dag na de opstanding zijn de discipelen weer foij elkaar in Jeruzalem. En daar in de stad verschijnt de Heere voor de laatste maal aan Zijn vrienden. Hij leidt toen in de richting van Bethanië. Terwijl ze op weg zijn naar de Olijfberg spreekt de Heere Jezus voor het laatst met Zijn discipelen. Hij zegt dat ze moeten blijven wachten. Wachten? Waarop? Ze moeten wachten op de uitstorting van de Heilige Geest. Opeens vragen de discipelen: „Heere, zult Gij in deze tijd het koninkrijk aan Israël weer oprichten? " De discipelen kunnen maar niet toegrijpen, dat de Heere Jezus geen aards-, maar een hemels koninkrijk heeft. De Heere zegt, dat ze dat maar aan God moeten overlaten. Ze krijgen een opdracht. Ze moeten gaan prediken in de gehele wereld. Zo pratend zijn ze op de Olijfberg aangekomen. Als ze hier staan zien ze in de diepte de hof van Gethsemané. Misschien denken ze nog wel aan die vreselijke nacht van enige weken geleden. Veel tijd om er over na te denken hebben ze niet, want de Heere breidt Zijn handen over hen uit en zegent hen. En dan? Langzaam wordt de Heere van de aarde opgenomen. Sprakeloos van verbazing staren ze hun meester na. Ze zien hoe Hij hen verlaat en opvaart naar de Hemel. Dan zien ze hoe een wolk Hem wegneemt van voor hun ogen. Hoelang ze daar gestaan hebben weten ze niet. Maar ineens worden ze opgeschrikt door twee engelen, die zeggen, „Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal alzo k^men, gelijkerwijs gij Hem hebt zien henenvaren." En even onverwachts als de engelen gekomen zijn zijn ze ook weer verdwenen en staan de discipelen alleen. Bedroefd? Welnee. Lees Lucas maar na, die zegt: „en zij aanbaden Hem en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap." Want nu verstonden zij de belofte van de Trooster en zij waren alle tijd in de Tempel lovende en dankende God.

Rini Jongepier — Middelburg

Eenvoudig en keurig naverteld hoor Rini. En dan eerst maar onze puzzel. De antwoorden van puzzel 8 behoef ik toch zeker ^ïiet te geven, die stadspoorten hadden we natuurlijk allemaal goed. Nummer 9 zal ik dan wat moeilijker maken. Opgelet. Ik krijg van jullie tien namen. De omschrijving volgt hier.

1 een schoonzoon van koning Saul

2 een vreemde krijgsoverste van David

3 een toroer van Abram

4 in deze plaats had Paulus het hoofd geschoren

5 een broer van David

6 geboorteplaats van Elia

7 grootvader van Jozua

8 een waterput van Izak

9 een psalmdichter

10 de vader van de schrijver van Jeremia

De beginletters van deze namen vormen samen de naam van een feest.

Doet goed je best en houdt vol tot het allerlaatste. Je weet, dat degenen die over de 10 puzzels de meeste punten halen een boekje van me krijgen. De oplossing van

deze keer wil ik graag 'binnen höbben voor 30 juni. Ik bemerk bij iedere inzending dat er weer nieuwe mee gaan doen. Ik vind 'het natuurlijk erg prettig dat er steeds nieuwelingen bijkomen, maar ik moet die wel zeggen, dat ze met deze serie natuurlijk geen prijs kunnen winnen, want dan zouden ze alle tien de opgaven ingezonden moeten hebben. Jullie kunnen beter wachten tot straks de nieuwe serie weer begint. En dan natuurlijk steeds mee blijven doen, want anders haal je het weer niet.

DE HAGEPREKER VAN ALKMAAR

(Slot)

De voerman liet de paarden gewoon lopen, want Jan Arendsz. had gezegd: „Laat ze maar lopen. Ze weten de weg en ze zullen ons wel brengen, waar we geroepen worden om te verblijven, want wij weten het niet". Onderweg werden ze nog een keer aangehouden, maar dat liep door het moedig gedrag van Jan Arendsz. goed af. Eén keer hebben ze in een herberg gerust. De mannen werden ook nog gewaarschuwd door twee ruiters, dit waren mensen uit Assendelft, die ook aanhangers van de „nije leere" waren. Ze zeiden dat ze een andere weg moesten nemen omdat deze te gevaarlijk was. De reizigers werden hartelijk bedankt, waarna men de reis weer vervolgde. De rest van de reis is goed verlopen en zo is Jan Arendsz. dan veilig in Amsterdam aangekomen. Daar heeft hij de bekende prediker Pieter Gabriël ontmoet en heeft bij hem zeer aangename ogenblikken gehad. Deze twee mensen hebben het eerst gepredikt in het open veld, het waren dus hageprekers. De eerste hagepreek werd gehouden op enige afstand van Hoorn; bij het grote Reguliersklooster. Rondom het gebouw bevond zich een groot veld en hier werd dan op de 14e juli 1566 de hagepreek gehouden. Deze werd geleid door Jan Arendsz. Grote aandacht en bewondering was er voor de vurige pediker. Een der monniken sprong in een sloot om de aandacht der luisteraars af te leiden en om verwarring te stichten, maar niemand bekommerde zich om de monnik, die in de sloot lag te spartelen, zodat deze alleen de wal opkroop en beschaamd het klooster binnensloop. Twee uur aan één stuk stond Arendsz. te prediken. Daarna dankte hij en gingen de mensen naar huis. De tweede hagepreek werd gehouden op 18 juli ook deze verliep vlot. Men reisde soms kilometers om een hagepreek bij te wonen. De derde was op 21 juli in de buurt van Alkmaar. Na deze zijn er nog vele geweest. En voor velen waren deze preken tot eeuwig nut. Lang hebben Jan Arendsz. en Pieter Gabriël samen gearbeid, totdat één van hen door de dood werd weggenomen. Jan Arendsz. werd ziek en die ziekte werd steeds erger, zodat men vreesde dat het einde nabij was. In de stad Alkmaar, die toen juist door de Spanjaarden belegerd was, streed hij zijn laatste strijd. Hij bad voor de stad en voor haar inwoners. Daarna sprak hij voor hij stierf deze woorden: „Vreest niet! God zal een goede uitkomst geven en de vijand zal ditmaal de stad niet innemen". Daarna stierf hij in volle vrede. Diep terneergeslagen begaven de vrienden zich naar buiten. Voornamen en armen volgden enkele dagen later de lijkbaar, toen de hooggeachte en beminde prediker ten grave werd gedragen.

Het is wel wonderlijk, dat in hetzelfde jaar 1573 ook Pieter Gabriël overleden is. Ook deze man was zeer in achting bij het volk. Beide mannen hebben niet tevergeefs het Woord Gods gebracht.

Jan de Pagter

DES CHRISTENS WRAAK

(7) De ridder lag in moeders armen, bij 't naderen van de zesde nacht; Maar ach, hoe gans en al veranderd van 't geen hij eens te wezen placht. Verdwenen was de blos der kaken, der ogen gloed, der stemme klank. En 't ganse lijf bezaaid met teek'nen van beugel, schroef en folterbank. Verplegend zat aan zijne sponde de teed're moeder nacht en dag En juichte luid of weende bitter wanneer zij op zijn wonden zag. Och, moeder, sprak hij, 'k heb geleden wat nooit mijn kracht had doorgestaan, Had niet met de almacht der genade mijn God mij trouw'lijk bijgestaan. Ik ben aan stang en paal gebonden, met koord en riemen uitgerekt, Of onder 't wringen van de schroeven op folterbanken uitgestrekt. Mijn voeten hebben onder 't snerpen der voetzoolgeseling gebloed, En de ijselijkste lasteringen verscheurden mijn ontroerd gemoed. Prijs Mohammed! Vervloek uw Christus! dan kwellen u geen smarten meer! Maar 'k hield mijn oog op 't kruis geslagen, en klemde vast mijn lippen saam, En liet ik soms een zucht ontglippen, 't was Jezus' hoog geprezen naam.

Zo werd ik dagen lang gefolterd, mijn krachten zonken onder 't leed, Toen riep de Pacha: Staakt het kwellen 't is vruchtloos aan die hond besteed. Ik zal hem 't jeugdig leven sparen maar 't worde vorstelijk betaald, En twintig duizend zilverlingen zijn tot zijn losprijs vast bepaald. Zo sprak de held. In tranend smeltend hoort hem de teed're moeder aan, en kust de hand, waarin de merken der foltersmart getekend staan. En wijkt geen uur van zijne sponde verpleegt hem biddend dag en nacht, En onder 't koest'ren van die liefde hernieuwt de Heer des lijders kracht.

C. DE BODE (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1965

Daniel | 16 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1965

Daniel | 16 Pagina's