GAAT HET IN ALLE GODSDIENSTEN OM DEZELFDE GOD?
Wij9 jongeren
Ver, en toch dicht bij.
Je zou kunnen denken dat we wel heel ver van huis komen, als we het deze keer willen hebben over andere wereldgodsdiensten, zoals de Islam, het Hindoeïsme en het Boeddhisme. En inderdaad gaan dan onze gedachten naar het Oosten, naar Afrika en Voor-Azië, waar miljoenen mensen dagelijks, geknield in de richting van Mekka, Allah aanroepen, of naar India, waar nog eens miljoenen mensen moeten baden in de Ganges, omdat dat een heilige rivier is. Maar staat het onderwerp aan de andere kant niet dicht bij ons? Het komt al veel dichter bij als we bedenken dat b.v. het Boeddhisme even goed zending drijft in Europa en dus ook in Nederland als het Christendom zending drijft in Afrika en Azië! Maar het is voor ons vooral van belang omdat je in Nederland mensen kunt tegenkomen, die zó beïnvloed zijn door andere godsdiensten dat ze zijn gaan geloven dat alle godsdiensten in wezen gelijk zijn. Ze denken dat iedere godsdienst een deel van de waarheid heeft, — het Christendom dus ook.
Dat is Oosterse invloed. Ze vinden het kortzichtig om te denken dat nu juist het Christendom de ware godsdienst zou zijn. In de Islam aanbidden ze toch ook één God? En het Hindoeïsme kent zelfs iets van een drie-eenheid in zijn gods-voorstelling! En alle godsdiensten hebben toch het belangrijkste gemeen: het gebed.
Zo kun je dus mensen tegenkomen — denk maar aan de Soefi-beweging — die heel waarderend over de Bijbel en het Christelijk geloof spreken, maar even goed andere godsdiensten hoogachten. Ze denken dat het toch bij alle ernstige godsdienstige mensen om dezelfde God gaat! In een boekje van de Soefi-beweging lazen we dat zij hoopt te bereiken dat „het vooroordeel, ontstaan door verschillende geloofsvormen, vanzelf moge wegvallen" door de verbreiding van „de Godsdienst van Liefde en Wijsheid." Ze wil „het geheim van allen Godsdienst" ontdekken, het Oosten en het Westen bij elkaar brengen.
Wij kennen zelf een nog jong iemand die ook zo denkt. En je komt onder de indruk van de diepe ernst waarmee deze mensen zoeken naar God, naar bekering, naar waarheid en naar liefde, en niet opgaan in de dingen van de wereld.
Dat is het beslissende.
Hoe moeten we daar nu over denken? Laten we dat eens nagaan. We moeten ons dan afvragen: bedoelen we allemaal hetzelfde als we over „God" spreken? In zekere zin wel. Alle mensen beseffen wel min of meer dat zij zelf en de overige schepping een goddelijke oorsprong hebben. Maar op één ding moet je eens letten. Veel mensen spreken — soms in diepe ernst — over „God". Maar.... hoor je ze ook over de Heere Jezus Christus? In de Institutie van Calvijn lazen we juist iets wat hierop slaat. Allerlei mensen, zegt hij, noemen eenvoudigweg „God" het voorwerp van het geloof. Maar dat kan zo niet. „Want daar God een ontoegankelijk licht bewoont is het nodig dat Christus tussen beide komt." En erkennen alle godsdiensten Hèm? Als ze echt in God geloofden, dan zouden ze de Heere Jezus aanvaarden als de Zoon van God, en de enige Zaligmaker. Maar dat doen
ze niet! O ja, Jezus van Nazareth heeft zeker geleefd. Zoals je gelooft dat ook Paulus en Augustinus of Socrates en Mohammed echt bestaan hebben. Ze zijn er zelfs van overtuigd dat Hij een groot profeet was. Daarom hebben ze veel achting voor Hem. Hij predikte naastenliefde en zelfverloochening. Denk maar aan de Bergrede! Zo ziet ook het vrijzinnig protestantisme Jezus. Zo ziet niet alleen professor Smits, met zijn grove uitspraak over de Verzoening, maar ook Albert Schweitzer Jezus. Zo zien ook de goedwillende Joden Jezus. En het lijkt soms of de Evangeliën hen gelijk geven. Maar dan moet je er toch stukken uit knippen. En het Johannes-Evangelie moet je dan verwerpen. En Paulus' brieven moet je dan als verbeelding naast je neer leggen. Want daarin staat dat Jezus God uit God is! En daar staat ook dat hij niet als een martelaar gekruisigd is, maar dat Hij geleden heeft als het Lam van God, Dat de zonden der wereld wegneemt! En alle eerst zo goedwillende godsdiensten vinden dat ineens aanstotelijk of dwaas, als ze ermee geconfronteerd worden. En dat terwijl er onder de hemel geen andere Naam gegeven is waardoor wij moeten zalig worden.
Er zijn veel ernstige, godsdienstige mensen, die hetzelfde zeggen als de Joden (Johannes 8): „Wij hebben één Vader, namelijk God." Zo staat er in dat boekje van de Soefi-beweging, dat ze gelooft dat alle mensen broeders zijn door „het Vaderschap van God." En welk antwoord geeft de Heere Jezus hier nu op? „Indien God uw Vader was, zo zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan"! Dat is het beslissende: de liefde tot de Heere Jezus.
Twee gelijkenissen.
Er is een bekend verhaal, een soort gelijkenis, die uit wil drukken dat alle godsdiensten gelijk zijn. Het gaat over een man in het Oosten, die een heel bijzondere ring bezat. Een ring, die de wonderlijke kracht had om de eigenaar aangenaam te maken voor God en de mensen. Toen de man ging sterven wist hij niet aan wie van zijn drie zoons hij de ring zou geven. (ITij had hem al eerder aan ieder afzonderlijk beloofd).
Nu liet hij de goudsmid er twee gewone ringen bij maken. Elke zoon kreeg nu een ring, maar niemand wist na de dood van de vader wie nu de bijzondere ring had! Maar alle drie pochten ze erop dat ze de ware ring hadden. Ze gingen naar een rechter en die sprak toen het wijze woord, dat het uit het leven van elke zoon moest blijken dat ze een ring hadden die hen voor God en mensen aangenaam maakte! De bedoeling van het verhaal is duidelijk: Niemand moet denken dat hij de waarheid in pacht heeft, maar ieder moet z'n best doen om goed te leven.
We willen daar tegenover stellen het getuigenis van een iemand die Hindoe geweest was, maar tot Christus werd bekeerd. Het staat in dat mooie boekje (Boeket-reeks nr. 80) van prof. Verkuyl: „Zijn alle godsdiensten gelijk? ". Deze man stelde tegenover het verhaal van de wonderlijke ring de gelijkenis van de kostbare parel. „Als gij mij vraagt naar de verhouding tussen wat ik in Christus heb ontvangen en wat ik vroeger bezat, dan denk ik aan de gelijkenis van de koopman, die schone parels zocht en die terwille van de éne parel van grote waarde al het andere resoluut prijsgaf." En hij besluit dan: „Al wat ik vroeger bezat aan Hindoese wijsheid en mystiek geef ik gaarne prijs voor de uitnemendheid der kennis van Christus."
Wat is dat een mooi beeld! Het Evangelie is een parel van grote waarde. Wie zoekt, die vindt! — en die wil meehelpen dat andere zoekers óók vinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 juni 1965
Daniel | 16 Pagina's