Wat wil toch dit zijn?
Wat wil toch dit zijn?
(Hand. 2 : 12b.) Het is de vraag die de bijééngekomen schare uitsprak nadat de Heilige Geest, de derde Persoon in het midden van Zijn kerk was uitgestort. In de majestueuze tekenen van wind en tongen van vuur deed God de Heilige Geest Zijn intrede in het hart van de discipelen; het verstand verlichtende, waardoor zij in staat gesteld werden in vreemde talen de grote werken Gods te verkondigen. De tekenen van de hemel vervulden de harten der discipelen met de Heilige Geest, de Geest van Christus. De belofte die Jezus deed kort voor dat Hij ten hemel voer werd vervuld: ij zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal. De Koning der kerk houdt getrouw Zijn woord. De derde Persoon van het aanbiddelijk volzalig Wezen daalde af in Zijn goddelijke kracht en heerlijkheid. Ze begonnen te spreken met andere talen zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Welk een rijkdom en volheid werd er in het talenwonder beluisterd door de verschillende volkeren die tegenwoordig waren in Jeruzalem. De menigte stroomde toe en luisterde naar hetgeen de jongeren van Jezus te zeggen hebben. Zij werden beroerd, d.w.z. ze werden als aan de grond genageld. Nooit was iets dergelijks gezien noch gehoord. Vol ontzetting luisterden zij. Want het spreken der discipelen bestond in de betoning des Geestes en diens kracht. De luisteraars hoorden die eenvoudige Galileërs in hun eigen taal spreken over Jezus Christus en Die gekruisigd. Zij beluisterden de weg der zaligheid die er is in Hem, waarvan zij, de sprekers, getuigen zijn geweest. Het was niet chaostisch of verwarrend, zoals bij de torenbouw in Babel. Daar kwam een spraak-en taalverwarring, vanwege het oordeel Gods.
Dan worden er torens gebouwd of klimmen wij op balkons en daken, waar het niet best is. Nebukadnezar moest gra eten, David viel in overspel. Tenzij het is om met Petrus op het dak te bidden
Door een levend organisme spraken en getuigden de discipelen van het heil in Hem, aan Wie zij zo innig verbonden waren. Het zaligmakend geloof deed ze spreken en waar de Heilige Geest gaat indrukken mag Gods volk er uitdrukking aan geven. De schare zag de tekenen. Het geweld van de wind en tongen als van vuur. Deze heilige symbolen begeleidden de komst van de derde Persoon in hoofd, hart en mond.
Wat wil toch dit zijn? , zo roepen zij. Lezer, lezeres, is deze vraag nu ook in jullie hoofd, hart en mond wanneer je in Gods Huis het heilsfeit van de uitstorting van de Heilige Geest mag be-
luisteren? Deze vraag heeft Petrus kostelijk beantwoord. De spotters die er toen waren (en reken er op, ze zijn nog niet uitgestorven) zeggen: Ze zijn vol zoete wijn. Ze durven het werk van de Heilige Geest parallel te trekken met dronkemanstaal; het getuigt van vérgaande onkunde en blindheid. Jezus noemde hen immers blinde leidslieden. Wat wil toch dit zijn? Dan wordt er door vele mensen een antwoord gegeven dat onjuist is. Alleen de Heilige Schrift geeft het rechte antwoord, in de prediking der apostelen.
En lees nu eens vers 33 van Hand. 2. Ik schrijf dat niet op, neem nu eens uw Bijbel, haalt dat Boek der Boeken.
Als het twee of driehoog ligt, sta er dan apart voor op, loop ervoor een zoek het op; dat hebt u er zeker voor over? Die buitenlanders maakten reizen van zeven tot veertien dagen. Ik neem aan dat u nieuwsgierig bent (dat kan ook in de goede zin).
Wanneer deze vraag: „Wat wil toch dit zijn? " in het hoofd, mond en hart leeft, dan weet u het antwoord.
Heeft u het gelezen? Prachtig. Ja, maar dat weet ik, dat is mij zo bekend; als dat nu alles is. Dat heb ik als kind reeds gehoord, dat is oud nieuws. Dat is nu het gebrek. Uw wetenschap, ziet ge! Al is het op zichzelf groot en voortreffelijk, het brengt u niet verder. Weet u wat de eerste vrucht is van de uitstorting van de Heilige Geest (en dat is nog zo), in het hart van de dode zondaar? Hij — ik durf het haast niet te zeggen, maar ik moet het —, hij weet het niet meer!
Wat zullen wij doen, mannenbroeders? Dus het antwoord op de vraag: „Wat wil toch dit zijn? " in vers 33 — ik neem aan dat u deze tekst heel goed gelezen hebt — brengt de luisterende schare in de verlegenheid. Wat zullen wij doen? Dus toch iets doen? Vanzelf. Dus Petrus' preek zet de mannen aan het werk? Nee, de Heilige Geest Zelf. Hij zegt: Bekeert u.
Wat een gelukkige schare, die het niet meer weet. Daar kan de Heilige Geest iets kwijt. Het is alles werk van de Heilige Geest.
De tweede vrucht van de uitstorting van de Heilige Geest, en dat is nog zo: Er werd een gemis geboren in de harten van de luisterende schare. En wat dat uitwerkt? Wel, dit:
Zij komen aan door Goddelijk licht geleid Om 't nakroost dat de Heer wordt toebereid Te melden 't heil van Zijn gerechtigheid en grote daden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1965
Daniel | 16 Pagina's