JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jaarvergadering Bond van Meisjes- en  Vrouwenverenigingen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarvergadering Bond van Meisjes- en Vrouwenverenigingen

4 minuten leestijd

Zoals in ons vorig nummer werd aangekondigd, volgt thans het verslag van deze jaarvergadering die woensdag 12 mei j.1. te Utrecht werd gehouden.

Toen ds. H. Rijksen om half elf dit samenzijn opende, stond hij voor een stampvol kerkgebouw. Velen hadden een plaats moeten zoeken op de galerijen.

Nadat op verzoek van de voorzitter Ps. 68 : 10 en 17 was gezongen, las hij Hand. 9 vanaf vers. 36 en ging daarna voor in gebed. Aan het openingswoord van de voorzitter ontlenen wij het volgende:

Het is mij een vreugde u een hartelijk welkom toe te roepen op deze bondsdag, de 18e die we mogen beleven.

Verblijdend is het dat men in zulk een groot getal uit alle oorden van ons land is samengekomen. Nadat ds. Rijksen de sprekers: de heer J. Koppejan en mevr. S. P. van Malkenhorst-Visser welkom heeft geheten, zomede ds. Schipaanboord, vervolgt hij zijn openingswoord aan de hand van het gelezen schriftgedeelte.

Veel verenigingen dragen de naam Tabitha = Dorkas, waarover het in Hand. 9 gaat. Als we zo niet heten, kunnen we toch in deze vrouw ons voorbeeld vinden.

Waarschijnlijk was zij een ongehuwde vrouw; wij lezen niet dat ze man of kinderen had of weduwe was, ook lezen we niet van familie bij haar sterven.

Ook vandaag de dag komt het veel voor dat vele vrouwen niet tot een huwelijk komen. Maar evenmin als een huwelijk behoeft te mislukken waar geen kinderen zijn, behoeft een leven te mislukken als men niet komt tot een huwelijk. We zien dat van Tabitha. Zij had een rijk leven en een doel gevonden in de arbeid der barmhartigheid. Daaraan gaf ze zich met haar ganse ziel en met alle krachten: „Deze was vol van goede werken en aalmoezen die zij deed".

Bij Tabitha staan de goede werken voorop. Velen willen wel geven, maar anderen het werk laten doen. Wel offeren, maar men moet geen beroep op hun tijd doen voor de dienst in Gods Kerk. Tabitha deed beide; zij gaf zichzelf. Deze discipelin, een sieraad in de gemeente, beminde de arme mens, die niets kon vergelden.

Ik hoop, dat er onder ons vele Tabitha's zijn, die hun levensdoel vinden in de dienst der barmhartigheid; vrouwen die niet al-

leen het hare geven, maar zichzelf in dienst van de naaste in Gods Koninkrijk. Uit welke bron kwam dit alles bij Tabitha voort? Het was geen eigenzinnige vroomheid en het ging er bij haar niet om een plaats in de hemel te verdienen. Ze was discipelin, een leerlinge van Jezus Christus. Zij had niet alleen zichzelf leren kennen in haar verlorenheid, maar ook de Heere Jezus als Borg en Zaligmaker, Die haar gekocht had door Zijn bloed.

Meisjes, vrouwen, moeders, bent u dat ook? , een leerlinge uit Zijn school. Dat was de bron van haar barmhartigheid: de liefde tot de naaste om Jezus wil. Echte naastenliefde kan er niet zijn zonder liefde tot God. Voor Tabitha gold het: Wie lief heeft Dengene die geboren heeft, die heeft ook lief dengene die uit Hem geboren is. Liefde tot de arme is dan geen filantropie, maar liefde tot de medemens om Hem.

Is dat bij ons zo? Misschien het met Petrus te kunnen zeggen: Gij weet alle dingen..? Dat gaat nooit weg uit het hart, en Paulus zegt ervan: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

Laten wij de Heere daarom vragen als wij dat missen.

Dan lezen we verder dat Tabitha ziek werd en stierf. Hoe? Dat weet niemand. De vraag is niet hoe iemand gestorven is, maar hoe iemand geleefd heeft; dat is beslissend. Zij had in Christus geleefd, in de vreze des Heeren en zó was zij ontslapen. Welk een lege plaats was hierdoor in de gemeente ontstaan.

Als u en ik eerlang sterven, zal dat een leegte brengen in ons gezin, maar zullen wij ook gemist worden in de gemeenschap van de Kerk en der heiligen?

Tabitha werd in dankbaarheid herdacht: men toonde Petrus wat zij gedaan had.

Petrus wordt als middel gebruikt haar uit de dood terug te roepen door Christus, die alle macht heeft in hemel en op aarde. En wat met Tabitha letterlijk is gebeurd, kan bij ons geestelijk gebeuren; een opwekken uit de staat des doods en gebracht worden tot het leven, een leven dat aangebracht is door Christus' overmacht op de dood. Dat is voor ons allen nodig. Jezus, de Levensvorst leeft nóg en wij leven ook nog. Buigt uw knieën voor Hem en bid Hem: Wil ook mij dat leven geven. Dan zullen ook wij wensen ons leven te besteden in Zijn dienst.

Voor dit nummer houden wij het bij het openingswoord van ds. Rijksen. In het volgend nummer het slot van dit verslag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1965

Daniel | 16 Pagina's

Jaarvergadering Bond van Meisjes- en  Vrouwenverenigingen

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1965

Daniel | 16 Pagina's