Jaarvergadering Landelijk Verband van Knapen- en Jongemeisjesverenigingen
Op donderdag 22 april j.l. hield bovengenoemd L.V. zijn jaarvergadering, ditmaal te Lisse. Opmerkelijk was, dat op deze dag in vergelijking met de voorafgaande dagen, het weer zoveel gunstiger was, wat bijzonder aangenaam is, vooral ook, omdat de verenigingen, die de jaarvergadering bezoeken, er een uitstapje aan plegen te verbinden.
De grote opkomst bewees, dat de jaarvergadering toch wel als een belangrijk gebeuren wordt aangemerkt. Het is een groot genoegen elk jaar weer zoveel bekende gezichten te zien. Toch moesten andere verenigingen, die nog nimmer geweest zijn, een volgend jaar D.V. ook eens komen. Misschien, dat ze dan nooit meer willen verzuimen.
De opening
Om ongeveer 11 uur opent de voorzitter, de weleerw. heer Ds. A. Elshout van Scheveningen veningen, de bijeenkomst. Na het zingen van Psalm 119 : 17 leest hij Spreuken 2 : 1 tot en met 15 en gaat dan voor in gebed.
Na een hartelijk welkom — inzonderheid aan ds. A. W. Verhoef van Barneveld en de heer H. Hoogendoorn, secretaris van de Bond van jeugd-en studieverenigingen — stelt hij: de vraag, waarom we bij elkaar zijn. Het antwoord luidt: „Om nog eens te luisteren naar wat Gods Woord ons te zeggen heeft".
De jeugd is de mooiste tijd van het leven, te vergelijken met de zaaitijd. Maar wat gezaaid wordt, wordt later gemaaid en geoogst. In het jonge leven moet het Woord van God gezaaid worden.
Salomo heeft zijn spreuken geschreven, toen hij oud geworden was. In zijn jeugd vreesde hij de Heere en hield hij rekening met Gods Woord. Toen hij ouder werd, is het mis gegaan en werd hij zelfs meegetrokken tot afgodendienst. Pas later leert hij verstaan, hoe zeer hij wel gedwaald heeft. Daarom waarschuwt hij — door ervaring geleerd — tegen de zonde en dringt hij er op aan de vreze des Heeren te zoeken, zoals men zilver en schatten zoekt.
Telegram
De voorzitter deelt mede vorig jaar een dankbetuiging te hebben ontvangen voor het aan H.M. de Koningin verzonden telegram. Op zijn voorstel wordt ook nu een telegram gezonden. Staande wordt dan gezongen het eerste couplet van het volkslied.
Jaarverslag.
Het jaarverslag vermeldt enkele gegevens over de stand van het verenigingsleven. Een enkele vereniging, die op non-actief stond, is weer begonnen. Andere verenigingen schijnen in oprichting te zijn.
„Drie jongens, die trouw bleven"
Alvorens aan zijn eigenlijke onderwerp te beginnen, geeft ds. Verhoef een inleiding, waarin hij de meisjes en jongens weet te betrekken. Op die wijze brengt hij een contact tot stand dat de aandacht gevangen houdt.
In grote trekken behandelt hij — vragenderwijs — het ontstaan van Israël als volk, de plaats van het volk temidden van andere volken, het vragen om een koning, de ontwikkeling van het koningschap en de aanleiding tot de ballingschap, om vervolgens te spreken over de drie jongelingen, die trouw bleven ondanks de verzoeking.
Van meetafaan hebben deze jongens — die nog heel jong waren — het met de Heere gewaagd. Zij mochten en wilden daarom ook niet eten van de hun toegedachte spijzen; omdat die als afgodenoffer besmet en dus onrein waren. Maar de Heere beschaamt hun vertrouwen niet.
Hun vijanden slapen niet. Het beeld in het dal van Dura wordt niet in de eerste plaats opgericht tot meerdere glorie van Nebukadnezar, maar om de val van de drie vrienden te bewerken, wier hoge positie velen tot afgunst en nijd heeft verleid.
Maar ook nu ontvangen zij genade om trouw te blijven. Hoe het zal aflopen, weten ze niet: hun God is in elk geval machtig hen te redden. Ook nu beschaamt de Heere hun vertrouwen niet. Het vuur beschadigt hen niet; dit moet zelfs de koning ervan overtuigen, dat hun God een God is boven alle goden.
De Heere zegt in Zijn Woord: „Weest getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens." Niemand heeft ooit spijt gekregen van de dienst des Heeren.
Een woord van hartelijke dank aan ds. Verhoef is verdiend. Ds. Elshout spreekt de wens uit, dat deze geschiedenis velen tot zegen mag zijn.
Onder het zingen van Psalm 99 : 1, 2, 5 en 8 wordt gecollecteerd. Ds. Verhoef eindigt de morgenvergadering met gebed en vraagt tevens een zegen voor de maaltijd.
Middagvergadering
Bij de opening van de middagvergadering is ook ds. Schipaanboord aanwezig, wat bijzonder op prijs wordt gesteld. Na het zingen van Psalm 1 : 1 gaat de voorzitter voor in gebed, waarin hij tevens dank zegt voor de genoten maaltijd.
Dan krijgt de secretaris-penningmeester het woord voor het vertellen van een zendingsverhaal.
Hij staat eerst stil bij de bevestiging van de eerste zendeling van de Gereformeerde Zendingsbond A. A. van de Loosdrecht, beschrijft dan kort de reis naar het zendingsterrein (midden-Celebes), wijst dan op de taalstudie en vervolgens op de eigenlijke zendingsarbeid.
Naast de vertaalarbeid (leerboekjes voor de pas gestichte scholen, Bijbelvertaling) is de zendeling vooral doende met het oprichten van scholen, om door de kinderen
ook de ouders te bereiken. Er groeit verzet, niet alleen omdat het Gouvernement en ook de zendeling allerlei dingen willen, die de voorouders vast niet goed zouden vinden, maar ook omdat tal van zaken verboden of beperkt zijn (hanengevechten, dobbelen).
Op het onverwachtst wordt zendeling Van de Loosdrecht door een Toradja vermoord. Hij is dan pas 32 jaar oud en heeft nog geen vier jaren onder de Toradja's, die hij zo lief heeft, mogen werken.
Zelf heeft hij nauwelijks vruchten op zijn werk gezien, maar de zendingsarbeid is gezegend. De aanstichter van de moordaanslag, Pong Massangka, wordt op 14 juli 1951 gedoopt en ontvangt bij de doop de naam „Paulus".
Sluiting
Nadat ook deze spreker is dank gezegd, spreekt de voorzitter ds. Elshout, een slotwoord. Hij spreekt woorden van waardering en dank jegens de kerkeraad van Lisse, de leiders van de K.V. Lisse, die zoveel werk hebben verzet om alles een goed verloop te doen hebben, de koster en de directie van de bloembollenveiling, die een parkeerterrein beschikbaar heeft gesteld.
Ds. Schipaanboord geeft dan op te zingen Psalm 25 : 6 en eindigt met dankzegging.
Zo was ook deze jaarvergadering weer ten einde. Wie tegenwoordig was, heeft er geen spijt van gehad. Het was een mooie dag en er was saamhorigheid, die ook wij niet kunnen missen.
VI. Z.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juni 1965
Daniel | 16 Pagina's