Relativering en relativisme
Relativering 2.
Wij en onze tijd
Nu zou men natuurlijk de vraag kunnen stellen: „Dat kan allemaal wel zo wezen, maar wat hebben wij daar mee te maken? Dat is hoogstens van been relativisme lang voor iemand, die daar nu persé in geïnteresseerd is."
Ik zou er dan toch wel op willen wijzen, dat men zich dan lelijk vergist. Wij allemaal, of we dat nu willen of niet, ondergaan de invloed van de „geest dezer eeuw"; ieder mens is een kind van zijn tijd zegt men wel. Zo zien we ook, als we in het verleden terugkijken, dat ook overigens rechtzinnige mensen, zich toch op verschillende punten hebben laten beïnvloeden door de geest van hun tijd; dat ze gemeend hebben dingen uit de Bijbel te kunnen halen die er helemaal niet in lagen, maar die alleen maar kenmerkend waren voor de geesteswereld waarin ze leefden.
Maar ook al weten we dat dat als feit zo is, dat betekent bepaald nog niet dat het goed is, of dat we er ons maar bij neer moeten leggen. Integendeel, juist omdat we dat zo goed weten, moeten we daarvoor op onze hoede zijn en
moeten we steeds nagaan in hoeverre ook wij er in de huidige situatie het slachtoffer van geworden zijn.
En wanneer dan blijkt, dat een bepaalde gedachte die wij menen in de Bijbel te kunnen vinden, ook typerend is voor onze tijd, dan kunnen we daar natuurlijk nog niet zonder meer uit concluderen, dat die gedachte onaanvaardbaar is. Maar er moet bij ons op z'n minst dan toch wel een rood lichtje gaan bran-* den en dienen we onszelf beslist critisch af te vragen, of we in feite geen navolgers zijn van de theologische mode, van de heersende geestesstromingen.
Er is dus wel degelijk een relatie tussen ons en onze tijd; via het onderwijs en de pers, op kantoren en fabrieken, ja in heel ons leven worden we beïnvloed door de leef-en denkpatronen van deze wereld, door het denkklimaat van onze tijd. We kunnen ons daar niet aan onttrekken, niemand ontkomt er aan. Maar er is wel de opdracht om de geesten te onderkennen, om tegenover het vergif van deze wereld tegengif te geven.
En daar we dus nu in de vorige paragraaf gesignaleerd hebben, dat onze tijd gekenmerkt wordt door een geest van relativering en relativisme, van vervaging der grenzen, is het van groot belang dat we nagaan, in hoeverre ook wij daardoor beïnvloed worden, in hoeverre hier ook voor ons de gevaren dreigen. We moeten dan echter eerst spreken over de openbaring der waarheid en de verstaanbaarheid daarvan.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965
Daniel | 16 Pagina's