Meditatie
Meditatie Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven. (Habakuk 2 : 4b).
Er zijn mensen, die in hun eigen ogen rechtvaardig zijn. Zulken waren de rijke jongeling en de opgeblazen Farizeër. Ja, zulken waren de Farizeën in het algemeen, waarom Jezus van hen zeide: „Gij zijt het, die uzelven rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uwe harten." Zulken leven er tegenwoordig ook nog en zullen onder ons ook wel gevonden worden, ja, zij zullen er ten allen tijde zijn, tot aan 's werelds einde toe.
Tot hen moeten wij zeggen: „Arme en verdoolde mensen! Weet gij dan niet dat de apostel zegt, dat de gehele wereld voor God verdoemelijk ligt? " En dat niemand rechtvaardig is, ook niet tot één toe? O, mocht God uw blinde zielsogen eens openen, eer het voor eeuwig te laat zal zijn.
Er zijn mensen, die rechtvaardig genoemd kunnen worden, als in het maatschappelijk leven hun zaak rechtvaardig is, als zij met andere mensen in geschil leven. Daarom gaf de Heere aan Mozes dit voorschrift voor de richters: „Wanneer er tussen ulieden twist zal zijn, en zij tot het gericht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij de rechtvaardige rechtvaardig spreken, en de onrechtvaardige verdoemen." David ziet op deze rechtvaardigheid, als hij tot de Heere zegt: „Richt mij, Heere! naar mijn gerechtigheid en naar mijn oprechtheid, die bij mij is." Zo kan iemand rechtvaardig zijn voor de mensen, en nochtans liggen onder de toorn van de rechtvaardige God.
Er zijn rechtvaardigen, die rechtvaardig zijn door het geloof in de Heere Jezus Christus; en deze worden in de tekst bedoeld. Zij zijn het, waarvan de Catechismus zegt: „Al is het, dat mij mijn consciëntie aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben; nochtans God, zonder enige van mijn verdiensten, uit loutere genade, mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, even als had ik nooit zonde gehad noch gedaan." En Paulus zegt van zichzelf en de andere rechtvaardigen: „Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus." En in een andere plaats: „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorene Gods? God is het, die rechtvaardig maakt, wie is het, die verdoemt? "
Deze rechtvaardigen zijn alleen daarom rechtvaardig, omdat zij door het geloof deel hebben aan de Heere Jezus Christus en Zijn aangebrachte borggerechtigheid. Christus is hun vrede en
Hij is de Heere hun gerechtigheid. Door Hem hebben zij vrede met God, en vrede met hun eigen geweten. En eenmaal zullen zij de zaligheid beërven, om met hun verzoenden God en met al de heilige engelen en de door Christus met Zijn bloed gekochten voor eeuwig vrolijk te zijn, zonder ooit weer te treuren. Gij allen, die nog geen deel hebt aan dit geloof, o, bedenkt welk een vreselijk gevaar boven uw hoofd hangt, want: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Daarom, vlucht nog tot de Heere, eer het te laat is, en bidt Hem, dat Hij u dat ware geloof schenkt. De H. Geest zelf lere het u.
Maar gij, oprechten! Verblijdt u, dat de Heere u gegeven heeft, om in Zijn Zoon te geloven. Zoekt in het geloof toe te nemen; vraagt veel genade van de Heere, dat uw geloof rijke vruchten moge dragen en vertroost u met de belofte van de eeuwige zaligheid, want de rechtvaardige zal door zijn geloof leven hier, en door aanschouwen hiernamaals.
Wulfert Floor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965
Daniel | 16 Pagina's