JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

6 minuten leestijd

De vorige keer heb ik gevraagd om opstellen over de oorlog. Er is er nog maar één binnen en dat zal ik maar direct plaatsen, het heet:

OORLOG, BEZETTING EN BEVRIJDING.

Toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak was het voor ons landje een critieke toestand, want het had met een krachtig Duits leger te doen. Er is zeer hard gevochten door onze mannen, maar de overmacht was te geweldig om lang stand te houden. Er is aan de Grebbeberg hard gevochten, daar was het vooral een ongelijke strijd, want het Hitlerleger ontzag niets en niemand. Zo was de capitulatie al spoedig een feit. Velen van ons waren reeds gesneuveld, anderen gewond of gevangen genomen of vermist. Kortom het was een ramp, want ook hadden we nog te maken met de verraders hier te lande, want al had de oorlog kort geduurd, nu kregen we de bezetting, die nog gruwelijker was en tijdens de bezetting waren die verraders zeer actief. Als onze geliefde koninklijke familie niet op tijd gevlucht was zou ze zeker gevangen genomen zijn. Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard bleven in Engeland, maar Prinses Juliana ging met haar beide kinderen naar Canada, waar later Prinses Margriet geboren is. Vanuit het buitenland kon de Koningin ons land en volk nog zoveel mogelijk regeren. Zoals men weet was Hitier zeer verbitterd op het joodse volk. Ook uit ons land zijn er duizenden joden naar de concentratiekampen gebracht en ook andere burgers. De joden werden echter allemaal in de gaskamers gedreven en omgebracht: ouden en jongen, mannen, vrouwen en kinderen; het was een afschuwelijke massamoord. De razzia's waren ook afschrikwekkend, alle jonge mannen werden opgepikt, soms van bed gelicht, om in Duitsland of elders te gaan werken. Velen doken onder en zaten ook voortdurend in angst. Ook het ombrengen van zoveel gijzelaars was vreselijk. Veel polders werden er onder water gezet en de mensen moesten evacueren. Waarlijk het was een bange en angstige tijd en een verwoesting van belang. De voorraad voedsel en kleding werd uit ons land weggehaald door de bezetters en het volk moest het zo goed als zonder doen. Om de vijand te verdrijven hebben de geallieerden ontzettend veel gedaan, wat ze liever niet gedaan zouden hebben. Zo is de zware zeewering bij West-Kapelle stuk gegooid, zodat geheel Walcheren onder water werd gezet en vele mensen het leven verloren, hoewel de mensen van te voren ernstig gewaarschuwd waren. Doch velen konden het maar niet geloven en verdronken jammerlijk.

De vijand moest met geweld verdreven worden en toen dan ook de geallieerde legers vanuit Zeeuws-Vlaanderen door kwamen moesten de Duitsers terugtrekken door Zuid-Beveland over de Kreekrakdam naar Brabant en dat ging gepaard met grote verliezen. Ook uit de richting Putte en Ossendrecht zaten ze hen op de hielen. De geallieerden (Amerikanen, Canadezen, Engelsen en Fransen) hebben veel mogen doen om ons te bevrijden. En dat is onder Gods zegen mogen gelukken. Doch het heeft zeer veel mensenlevens gekost. Denk maar aan de invasie in Normandië, en aan de slag bij Arnhem. Zelf heb ik toen het Engelse luchtleger over zien trekken. Wat een ontroerend gezicht en wat een teleurstelling toen we later moesten vernemen, dat alles mislukt was bij Arnhem.

Nu wil ik nog iets zeggen van de hongerwinter van '44-'45. Men kan zich niet voldoende indenken wat er toen boven de rivieren geleden is, want dat is vreselijk geweest. Vele mensen verteerden van de honger, veel plantaardig voedsel werd gegeten om de honger wat te stillen. Er vielen zo maar mensen dood op de straten.

Toen eindelijk de bevrijding kwam is onze Koningin met Prins Bernhard naar ons land teruggekomen. Zij zetten hun voeten bij Sluis en Aardenburg in Zeeuws Vlaanderen voor het eerst, na zo'n lange tijd, op Nederlands grondgebied. Later zijn ook de Prinsessen teruggekeerd. Zo was Nederland weer met Oranje verenigd.

En nu hebben we, na 20 jaar, de bevrijding feestelijk herdacht. Voor zover het mij bekend is, is het nogal kalm verlopen. Maar toch krijgt hier de mens de eer, die alleen God toekomt. In ware verootmoediging dankbaarheid betonen zou toch beter zijn. Maken we ons wegens de zonde niet rijp voor zwaardere oordelen? Doch God denke te midden Zijns toorns nog des ontfermens. Maar dat zal zo niet kunnen blijven en

daarom mochten we Hem maar benodigen, want wie heeft zich tegen Hem verhard en vrede gehad?

J. BUTIJN, Krabbendijke

Hartelijk dank vriend Butijn. Ik vind het fijn, dat U zo spoedig op mijn vraag antwoordde. Het is steeds prettig te merken dat ons blad grondig gelezen wordt en dat ook de ouderen met de jeugd meeleven.

DES CHRISTENS WRAAK (6)

Maar zie, wat komt daar ginds van verre, en jaagt een stofwolk voor zich op? Het is een ruiter, voorwaarts ijlend naar 't slot in vliegende galop. Hij snelt de zware slotbrug over, een brief wuift in zijn hand omhoog. En eer de vrouw ter deure heenspoedt, staat reeds de bode voor haar oog. Zij neemt de brief, zij scheurt hem open; zij leest, neen vliegt de regels door: O God mijn Herman is in leven, daar prijs ik U, mijn helper voor. Slechts twintigduizend zilverlingen en aanstonds is hij vrijgesteld! Ach, wat is bij zijn dierbaar leven het werelds goed en 't werelds geld! Zij spoedt en zoekt haar schatten samen, en heeft haar munten dra geteld, Maar ach, wat zij tesaam kan brengen is nauwlijks de helft van het geld. En wat zij telt en wat zij rekent, tot zelfs haar eigen lijfssieraad — Helaas, tienduizend zilverlingen, is alles wat zich tellen laat. Ach Heer', Gij zijt zo rijk, zo machtig Uw is het zilver en het goud, Zou U deez' zaak te wonder wezen, Dat Gij hem niet verlossen zoudt? Gij, Die de losprijs hebt gegeven, waardoor zijn ziel zelfs is verlost; Zoudt Gij ook 't lichaam niet verlossen, dat slechts een handvol zilver kost? Zo spreekt z' en buigt voor God haar knieën, doorwaakt, doorvast de ganse nacht, En worstelt met de Heer, haar helper, van Wie alleen zij d' uitkomst wacht. En zie, bij 't vroege morgengrauwen meldt zich een zestal ridders aan. Wij zijn, o diep beproefde vrouwe, met uwe droefheid zeer begaan; 't Bericht trok gist'ren door deez' landen wat zware prijs de Pacha vraagt, En dat uw kracht, hoe ook gespannen, nog nauw de helft dier lasten draagt. Maar vreest niet, God beschermt de vromen en laat hen niet verlegen staan; Neem deez' tienduizend zilverlingen uit onze vriendenhanden aan. Zij leggen 't geld aan hare voeten, ontvluchten snel haar dankbetoon, En uit het juichend moederharte stijgt een hosanna naar Gods troon.

(Wordt vervolgd)

n\7i< : pttt; 7; f.t.

Natuurlijk hadden jullie ze allemaal goed, want het was echt een gemakkelijke opgave. Ja, wat zal ik jullie nu eens laten doen?

Opletten: hier is nummer 8. Jullie zoeken de namen op van tien stadspoorten van Jeruzalem. Weer gemakkelijk, vind je niet? Antwoorden inzenden voor 1 juni.

En dan ga ik nu gauw eindigen anders stuur ik veel te veel op voor dit nummer. Allen een hartelijke groet van

C. DE BODE

Ten Ankerweg 21, Tholen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's