Wij moeten niet menen....
,,Houd ze in de gaten''
Van alle kanten hoor je kritiek op de kerk. Ook van mensen die helemaal buiten de kerk staan. Ze zeggen vaak, dat die kerkmensen het toch maar „achter hun ellebogen hebben": in je gezicht doen ze vroom en goed, maar houd ze in de gaten! — Nou, daar kon nog wel eens iets van waar zijn. Hoeveel kerkmensen, die niet van harte Christen zijn, maken op buitenstaanders de indruk dat ze twee gezichten hebben? Zij worden in veel naam-Christenen teleurgesteld. Is het niet beschamend? Zij hebben terecht een bepaalde verwachting van de zgn. kerkmensen. Ze mopperen en schelden soms op hen, maar als ze voelen dat hun geloof echt is, hebben ze er in hun hart toch een bepaald ontzag voor. Dat kun je merken. Zoals we in ons vorige stukje al zeiden, hebben allen die Christen heten daarom een zware taak in dit opzicht. En die is, dat ze anderen tot een voorbeeld moeten zijn. Ons leven moet zelfs zó zijn dat de ander denkt: Ja, toch is het écht van die jongen of dat meisje!
„Ze mogen niets!"
Een punt dat vaak de ergernis van anderen opwekt en dat dan ook een „stokpaardje" is, is: Jullie mogen niets! 't Ja, in hun ogen is het ook zo dat we niets mogen. Maar wat zou het mooi zijn om te vertellen — als het tenminste zo in ons hart lééft — dat wij ons vermaak in andere dingen hebben. Die — echt waar — onze lust en ons leven zijn. Dat we niet verlangen naar de bioscoop. Dat we niet verlangen naar het luisteren naar Veronica! Dat we 's zondags niet uit willen gaan om te dansen of iets dergelijks. Dat ons verlangen juist is om te zoeken wat Gód wil. Dat het onze lust is om naar de kerk te gaan omdat we de Heere liefhebben. Maar ook dat we onze ontspanning op een andere manier zoeken. Dat hun ontspanning voor ons nu juist inspanning is.
Zo kun je spreken als de gelegenheid zich voordoet. En hoe dikwijls komt die gelegenheid niet. Onkerkelijken zijn er vaak genoeg zelf mee bezig. Opvallend is het dat ze er tegenover ons nogal eens over beginnen. Soms spottend, ja! maar dat hoeft niet altijd persé zo bedoeld zijn. Als je dóórpraat en hun eigenlijke bedoeling doorziet, kan er een serieus gesprek uit voortkomen.
Spot
Bij andere mensen is het alleen spotten met jou en je geloof. Zwijg dan liever! Want de Heere Jezus verbiedt ons paarlen voor de zwijnen te werpen. Het is niet zó maar iets waar je dan over spreekt, maar het is te vergelijken met een kostbare parel.
Ook als kerken kunnen we wel kritiek te horen krijgen, of bespottelijk gemaakt worden. Denk maar aan het artikel in Panorama. Uit zulk geschrijf blijkt dat men naar ons kijkt. Ze zien onze fouten er. zonden goed! Maar ook blijkt dat ze van het eigenlijke toch niets begrijpen. En zulke praat hoor je vaak. Maar laten we er geen reden toe geven. Ook hier geldt: besef dat je een voorbeeld moet zijn. We mogen anderen niet tot ergernis verwekken. Waak er toch voor dat je de kerk niet tot een bespotting maakt.
De kritiek is vaak waar
„Als ik bij een kerk zou willen horen zou ik niet weten bij welke! Er zijn zovéél verschillende groepen." Ook dat is een argument, dat je vaak hoort. „Ze zeggen allemaal dat ze gelijk hebben, en ze vechten elkaar de haren uit het hoofd. Wat zie je van de liefde?"
En hoe waar is dit alles niet! Laten we het niet goéd praten. Dat geldt voor alle kritiek, waar een kern van waarheid in zit. Ook God ziet de zonden van de kerk en Hij is daarover bedroefd en vertoornd. Om haar oppervlakkigheid waarschuwt Christus de gemeente van Laodicea, dat Hij hen uit Zijn mond zal spuwen en Hij vraagt dringend om alles van Hém te vragen wat ze nodig hebben om een levende gemeente te worden. Als we de zonden van de kerk zien, mogen we wel bidden: „Verzoen de zware schuld, die ons met schrik vervult!" En dan belijden we ook voor de mensen de schuld van de kerk, waartoe we zelf immers horen!
Eén ding is niet waar
Nu gebruiken de onkerkelijken de gebreken van de kerk vaak als argument tegen het geloof in God en Zijn Woord. Maar dat is een ernstig misverstand. Het gaat tenslotte niet in de eerste plaats om de kerk, maar om Christus. Je kunt van de Christenen zeggen wat je wilt, maar wat heeft u van Christus te zeggen? De Heere Jezus vroeg niet: „Wat denkt u van Mijn discipelen?", maar „wat dunkt u van de Christus? "
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965
Daniel | 16 Pagina's