JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ZENDINGSVELD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZENDINGSVELD

5 minuten leestijd

Zending in West-Irian

Van Wolo naar Abènero Er zijn zendelingen, die werkzaam zijn in een gebied, waarin al langer of korter door zendingsmensen is gearbeid, maar er zijn ook zendelingen, die hun zendingsaktiviteit aanwenden in streken, waar nog nooit is gehoord van de enige Naam, gegeven tot zaligheid. Tot die laatste arbeiders behoort ds. G. Kuijt, die van meetaf aan heeft uitgezien naar een post, midden in de heidenwereld, waar nog nooit iemand was geko-

men met de Boodschap des heils. De vaste standplaats van zendeling Kuijt is nu Abènero. De tocht naar die plaats begon te Wolo, een verlaten post van de Unevangelized Fields Mission (U.F.M.). Vanwege het binnendringen van vijandige stammen had de U.F.M. dit gebied moeten verlaten. Het werd in Wolo te gevaarlijk: een zendeling werd door een pijl getroffen. Het schot was gelukkig niet dodelijk en de zendeling had de tegenwoordigheid van geest, dat hij de pijl uit zijn lichaam kon trekken. Tot in zijn long was het wapen doorgedrongen, maar het weefsel was toch niet al te zeer beschadigd. Later is de man geheel van die schotwond genezen.

Ds. Kuijt kwam in Wolo, nadat de post al een jaar leeg had gestaan. De landingsbaan, de air-strip, was met lang gras begroeid. Met behulp van de zendelingen te Bokondini en Kelila zou gezorgd worden, dat alles weer in orde zou komen. Enige Dani's maaiden het gras en eind september 1964 kon een vliegtuig van de Missionary Aviation Fellowship (M.A.F.) landen.

Zendeling Ericson heeft toen met de bewoners van de Wolovallei gesproken en uitgelegd, dat er een zendeling met zijn vrouw zou komen om voor enkele weken in hun midden te verkeren. De hoofden van de stam vonden het goed en zo vertrokken ds. Kuijt met zijn vrouw en nog drie helpers van de kust naar Wolo. Ruim drie weken hebben zij er vertoefd. De bedoeling was om kennis te maken met de mensen en iets van hun taal te leren, maar ook om trektochten in de omgeving te maken, voordat de tocht naar de huidige standplaats werd ondernomen.

De bewoners van de Wolovallei kenden al iets van het evangelie en zo kon het gebeuren, dat er elke dag een bidstond werd gehouden en dat er van de polikliniek druk gebruik werd gemaakt.

Vooral op zondag kwam een grote menigte bijeen om te luisteren naar Gods Woord. Het bleek, dat de mensen de zendeling wel wilden houden, maar dat kon niet, omdat zendeling Kuijt tot doel had een plaats te vinden, waar het evangelie nog nooit was gehoord.

De tocht ging door het beruchte Ilugwagebied, waar meer dan eens werd gevochten en waar dan doden vielen. Toen onze zendeling door dit gebied trok, merkte hij niets van vijandelijkheden. Integendeel, de bewoners van een dorp hadden een uitgebreide zoeteaardappelmaaltijd bereid, waaraan de vreemdelingen zich tegoed konden doen. De volgende dag wilden ook deze mensen de zendeling bij zich houden. Er kon hier best een vliegveldje worden aangelegd, zeiden ze. Dat was heel vriendelijk, maar ds. Kuijt moest verder en velen volgden tot aan de rivier de Ilu. Er waren mannen, die mee wilden gaan tot de uiteindelijke bestemming, maar de vrouwen voelden daar niets voor en begonnen te schreien. En zo bleven ze dan aan de Ilu staan, toen de zendeling de rivier over ging.

Later zijn deze mensen uit het Ilugwagebied vertrokken naar Wolo. Een bepaald gedeelte van de bevolking wilde graag iets vernemen van de nieuwe Leer, maar een ander gedeelte niet. Zodoende kon er grote onenigheid volgen en om dat te voorkomen, gingen ze maar verhuizen naar Wolo. Deze mensen verhuizen heel gemakkelijk, want hun bezit kunnen zij op hun rug meenemen en een hut is spoedig gebouwd.

De tweede dag was wel de zwaarste en moeilijkste, vooral voor mevrouw Kuijt. 's Avonds kon de bestemming niet worden bereikt en moest er overnacht worden in een hut op een berg, maar toch mochten zij ondervinden, dat de Heere in alles voorzag. En dat geeft moed en troost in benarde ogenblikken.

De derde dag werd te ver doorgelopen en kwamen zij terecht in de hut van het oorlogshoofd van deze streek. In deze hut stond een kolossale bundel pijlen. Eén van de dragers wist dat met iedere pijl een mens was gedood. Het opperhoofd was een vriendelijk man, maar als het over de oorlog ging, fonkelden zijn ogen en hij zei, dat er nog veel mensen doodgeschoten zouden worden. De Kapiè waren hun vijanden en die moesten verdaan worden.

De tocht naar Abènero werd gelukkig volbracht en nu wonen zendeling Kuijt en zijn vrouw onder de Jali's, eerst in een inheemse hut en toen in een grashuis. Dat laatste was heel wat beter dan een hut van een inlander. Maar ook deze grashut is niet blijvend geweest. Nu wonen zij al weer geruime tijd in een echt huis met zinkbedekking. Wat een rijkdom! Dat kunnen wij ons moeilijk indenken, omdat wij de weelde van een eigen huis zo gewend zijn. Maar de zendeling is wat blij met dit huis. Hij schreef: „Toen wij dit nieuwe huis betrokken, begonnen wij ons van koninklijke bloede te gevoelen. Wat een verschil met een jaar geleden!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's

ZENDINGSVELD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's