JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een rubriek voor en van onze jeugd

6 minuten leestijd

Hier zijn we dan eindelijk weer, jongelui! Ja, ik weet het wel, dat jullie verschillende keren tevergeefs gezocht hebben. Maar ik kon er echt niets aan doen. Ik kwam er gewoon niet toe. Dan was er dit en dan was er dat, en jullie schoten erbij in. Zijn jullie op donderdag 22 april in Lisse geweest? Ja, nu ik ook. En weten jullie wat ik daar gehad heb? Juist, veel standjes. Daarom heb ik heel de dag met het hoofd voorover gezeten en ik heb moeten beloven regelmatig m'n copie in te zenden. Belofte maakt schuld en daarom heb ik nu maar tijd vrijgemaakt en ben ik aan „Van 8 tot 16" begonnen in de hoop, dat ik er nu ongestoord aan kan werken. Weten jullie nog waar we gebleven zijn de vorige keer? Ik weet het nog wel. De laatste keer heb ik puzzel 6 geplaatst en van dat lange gedicht het vierde stukje. Met dat gedicht ga ik nu eerst maar even verder.

DES CHRISTENS WRAAK (5)

Diep in kommer neergebogen, in het vorst'lijk ridderslot, Zat des krijgers droeve moeder en verhief haar stem tot God. Treurig blikte zij de weg op, waar haar liev'ling henentoog, Totdat met zijn schaduwvleug'len somber d' avond nedervloog. „Herman!", sprak zij, innig zuchtend, „kind der blijde hoop weleer! Ach, waar toeft gij, keert gij nimmer in uw moeders armen weer? Kind der hope, kind der smarte, kind dat in mijn harte leeft Waar mijn ziel als aan mijn rijkdom, mij van God gekregen, kleeft. Denkt gij niet aan moeders tranen, die z' als weduw' eenzaam schreit, Nu zij dagen, weken, maanden, vruchtloos uwe komst verbeidt? Heb ik vruchtloos dan gebeden, ja geworsteld met de Heer, Dat gij, appel mijner ogen, keert tot uwe moeder weer? Zal ik niets, ach niets meer horen van uw spraak en van uw tred, Noch uw ogen meer aanschouwen onder 't blinkend krijgshelmet? Zal geen bode mij verkonden, waar uw stof begraven is? Of gij 't leven kwijnend voortsleept in de kerker duisternis? Herman! Herman! kind der smarte, kind der hoop, helaas weleer! Zeg mij! Antwoord! Keert gij nimmer in uw moeders armen weer? "

(wordt vervolgd)

ONZE PUZZEL

Eerst krijgen jullie nog de oplossingen

van de puzzels 5 en 6.

En dan nu puzzel 7.

Ik geef jullie 10 korte zinnen en jullie moeten dan opzoeken wie deze zin gesproken heeft. Ik krijg dus op een briefkaart tien namen en dit keer moeten de teksten erbij. Niet vergeten hoor. Zorg ervoor dat de antwoorden voor 18 mei weggezonden zijn.

1. Waar is het lam tot het brandoffer?

2. Want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe.

3. Zijn dit al de jongelingen? 4. Mijn vader, mijn vader, wagen Is-

raëls en zijn ruiteren. 5. Wanneer ik dan omkome, zo kom ik

om. 6. En ook is airede de bijl aan de wortel der bomen gelegd.

7. Mijn Heere en mijn God.

8. Ziedaar water, wat verhindert mij gedoopt te worden?

9. Zilver en goud heb ik niet.

10.Mijn zuster mij alleen laat dienen.

DE HAGE PREKER VAN ALKMAAR

Deze man was knecht van een mandenmaker te Alkmaar. De priester in Alkmaar was Cornelis Cooltuyn. Hij ruimde de misbruiken in de kerk op en daar bleef het niet bij. Hij verkondigde het ware evangelie. Daar hadden de mensen op gewacht. Jan Arendsz. vernam elke maandag van zijn baas wat de priester gezegd had. En weldra ontbrak hij ook geen enkele zondag in de kerk. De „korvenmaeckersknecht" liet geen poging onbeproefd om zich op de hoogte te stellen van de inhoud van de Bijbel. Hij dronk als het ware de evangeliewoorden in als water. En het licht van boven baande zich een toegang tot zijn hart. Zo kwam er licht in de duisternis. Toen gaf hij de wens te kennen, dat hij de mensen wilde vertellen van de Heere Jezus. En om dat evangelie te verkondigen kreeg hij onderwijs in de mandenmakerij in de Appelsteeg te Alkmaar. Weldra preekte hij met vurige welsprekendheid. Hij kreeg aanhang en die aanhang werd steeds groter. Voor veel Alkmaarders scheen het een wonder als ze Jan Arendsz. hoorden preken. Ze vroegen zich af waar hij dat allemaal geleerd had. Hoe kon zo'n eenvoudige mandenmakersknecht met zoveel vurigheid spreken? Hij stond nooit verlegen als hij met de Bijbel in de hand iets moest verdedigen of bewijzen. De roomsen waren woedend toen ze hoorden, dat die mandenmaker zoveel aanhang kreeg. En dat vele mensen niet meer naar de kerk kwamen. Tot 1566 preekte hij in Alkmaar, maar toen moest hij weg. omdat het te gevaarlijk voor hem werd. Want toen hij op een avond bij zijn baas geweest was om te zeggen dat hij wegging struikelde hij bijna over een spion, die voor de ramen had staan luisteren. Jan had zijn baas gevraagd of hij de volgende avond met een wagen met twee paarden zou worden afgehaald. Zo naderde dan de avond van de tweede juli van het jaar 1566. Het was erg stil en donker in de straten. Toen de torenklok 10 slagen had laten horen, naderde er van de zijde van het dorpje Bergen een met twee paarden bespannen huifkar, waarin ook twee personen zaten. De wagen reed rechtstreeks naar het huisje op de hoek van de Appelsteeg, waar de mandenmakerij stond. De voerman liet de klopper op de deur vallen en deze werd dadelijk geopend. De man ging naar binnen om even later weer met een ander naar buiten te komen. Die andere was Jan Arendsz. gekleed in een boerenpak. Er werd geen woord meer gewisseld, daar men wist dat er overal spionnen op de loer konden liggen. Men stapte in de wagen en reed weg. Bij de poort werden ze even aangehouden maar ze werden dadelijk doorgelaten. De paarden liepen stevig door en zo schoten ze hard op. Waarheen ging de reis?

(wordt vervolgd)

Dit is een gedeelte van een opstel van Jan de Pagter uit Oost en West-Souburg. Hartelijk dank Jan, we zijn allen benieuwd hoe je opstel zal aflopen.

LOFZANG

Van alle creaturen, die God geschapen heeft, de engelen, de dieren, de aarde en de zee,

de hemel en de sterren, de machten in het groot, van alle creaturen uit licht en vlees en bloed,

is naar het beeld des Heeren de mens alleen gemaakt om alles te regeren, wat naar vervulling haakt.

Wij zijn door God geschapen, wij komen uit Zijn hand, Hij zal ons niet verlaten, Hij houdt de mens in stand.

Adam, een mens uit aarde, geboren uit de grond, ontving van God de adem, de adem van zijn mond.

Wij zijn te elfder ure, geschapen, stof uit stof, geschapen om te vieren de lange sabbatsdag.

De laatsten zijn de eersten: de mensen zijn gemaakt om alles te beheersen, wat in Gods naam bestaat.

Ingezonden door Wim Hamoen uit Utrecht. Zo jongelui, het is me gelukt de bladzijde vol te krijgen. Nu heb ik nog een vraag aan jullie. We herdachten deze dagen dat we 20 jaar geleden bevrijd zijn van de Duitse overheersing. Wie van jullie stuurt me daarover eens een prachtig opstel. Doe het zo gauw mogelijk, dan staat het er de volgende keer al in. Ik eindig met de hartelijke groeten,

Ten Ankerweg 21, Tholen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's

Een rubriek voor en van onze jeugd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1965

Daniel | 16 Pagina's