Relativering en relativisme
Relativering Onze tijd
In zijn boek „Moderne algemeenheid" typeert Prof. van Riessen onze tijd, als een tijd van geloofszwakte *). Onder geloof verstaat hij dan niet het christelijk geloof alleen, maar hij gebruikt dat woord in de bredere zin van levensovertuiging, zodat men dan dus ook kan spreken van een communistisch geloof, een humanistisch geloof enz.
En wie enigszins op de hoogte is van het beeld van onze tijd, zal hem daarin beslist gelijk moeten geven; onze tijd en relativisme wordt gekenmerkt door relativering en relativisme. Protestanten en rooms-katholieken, kerkelijken en buitenkerkelijken, socialisten en niet-socialisten zijn elkaar steeds meer gaan waarderen; er is een veel grotere openheid gekomen ten opzichte van elkaar. Niemand zal zijn eigen standpunt meer zo absoluut stellen als men dat vroeger (voor de tweede wereldoorlog) deed; niemand zal het alleen-gelijk-hebben van de eigen groep meer zo beklemtonen, als men dat toen geneigd was te doen. Men is zijn eigen opvattingen veel meer als
betrekkelijk, als relatief gaan zien. Waar men vroeger graag sprak van „eeuwige beginselen, " waar men vroeger meende zeker te weten hoe het moest, is men nu onzeker geworden, men weet het niet zo precies meer. Maar gezamenlijk met de anderen wil men op weg gaan, in het gesprek met hen wil men zoeken naar de waarheid.
Steeds meer is men gaan inzien, dat men ondanks de bestaande verschillen, toch nog een heel eind samen kan gaan; dat er toch een diepere eenheid is, die alle groepen omvat. Het is niet moeilijk, om daarvan voorbeelden te geven.
De vooroorlogse richtingen in de Hervormde Kerk zijn modaliteiten geworden. Rooms-Katholieken en protestanten worden zich steeds meer bewust van het vele dat ze gemeenschappelijk hebben en zij die de Paus van Rome nog beschouwen als de antichrist, zijn een bezienswaardigheid geworden. De kerkmensen plaatsen zich niet meer boven de buitenkerkelijken als de mensen die het weten en omgekeerd is er bij de buitenkerkelijken meer erkenning gekomen van het vele waardevolle in het christendom. De niet-socialisten beschouwen de socialisten niet meer als „rooie opruiers", maar zijn hun sociale bewogenheid gaan waarderen en omgekeerd zien zij de ondernemers ook niet meer als „vuile kapitalisten."
Kortom, men is allemaal veel vriendelijker ten opzichte van elkaar geworden; ontmoeting, gesprek, solidariteit, dat zijn de modewoorden van vandaag. Uiteraard is dit gegeneraliseerd, maar dat was ook mijn bedoeling; het ging mij hier alleen om de grote lijnen, om met een ruwe schets de richting van het hedendaagse denken aan te geven.
(Wordt vervolgd)
Prof. Dr. Ir. H. van Riessen en Drs. J. Firet: „Moderne algemeenheid" pag. 12. Prof. van Riessen is hoogleraar in de wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en naar ik meen ook aan de Technische Hogeschool te Delft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1965
Daniel | 16 Pagina's