ZENDINGSVELD
james Hudson Taylor
Naar het einde Tegen de eeuwwisseling (1900) was er in China een geheime organisatie, die zich keerde tegen de regering en tegen de buitenlandse mogendheden. Die mogendheden waren Rusland, Frankrijk, Engeland en Duitsland. Zij eigenden zich „pachtgebieden" toe. Ook Japan deed hieraan mee en annexeerde grote stukken land van het uitgestrekte rijk. De leden van de „ondergrondse" noemden zich Boxers en zo brak op den duur de Boxeroorlog uit. De leuze van de Boxers was: „China voor de Chinezen! Verjaagt de vreemde duivels! Slaat de zendelingen dood!" De Boxers wilden alles wat vreemd was uitroeien. Dat zag
alles wat vreemd was uitroeien. Dat zag er voor de zending niet best uit. Tot nu toe hadden zij geen verliezen door moord en dergelijke geleden, maar nu werd het anders. De zendelingen waren ten dode opgeschreven. Het eerste slachtoffer was de Australiër William Fleming. Van dit ogenblik kwamen de berichten van vervolging en moord da-
gelijks binnen. vige gebeurtenis voor ons, maar heerlijk voor de martelaren. God wil er ons op wijzen, dat wij ons op een nieuw soort beproevingen moeten voorbereiden."
Wij, als buitenstaanders, kunnen deze woorden moeilijk tot de onze maken. Wij weten niet, dat een gewelddadige dood voor een zendeling een eer is. „Kostelijk is in de ogen des Heeren de dood Zijner gunstgenoten." Een zendeling heeft zich met lichaam en ziel overgegeven aan God en niets zal hem kunnen scheiden van de liefde, die in Christus Jezus is. De China-Inland-Mission verloor gedurende de Boxeropstand 58 Europese zendingskrachten en 26 kinderen van zendingsfamilies. Honderden Chinezen kwamen om en verloochenden hun geloof niet. Zij hielden stand en niets kon hen weerhouden om moedig de dood in te gaan.
Voor Taylor waren deze voorvallen erg schokkend. Hij was er lichamelijk niet meer tegen opgewassen. Wat al eerder werd gevreesd, bleek waarheid te zijn: de zendeling had t.b.c. gekregen. In China blijven zou zijn dood verhaasten en daarom werd hem geadviseerd om naar Europa te gaan. In Davos (Zwitserland) zou misschien nog genezing te vinden zijn. Hier zonk zijn geestkracht op haar dieptepunt. Het is tragisch om hem te moeten horen zeggen: „Ik kan niet meer lezen, ik kan niet meer denken, ik kan niet eens meer bidden." Maar daarachter toch nog een flikkering van hoop: „Maar ik heb mijn vertrouwen nog niet geheel verloren." Tijdens deze ingezonken toestand verloor hij zijn vrouw, die hem zo trouw had terzijde gestaan. Zij stierf aan kanker.
En wonderlijk, na die zware slag begon Taylor langzaam te herstellen. Van week tot week sterkte zijn lichaam aan en toen zijn krachten zachtjesaan terug kwamen, kwam ook de wens bij hem op om nog één keer naar Shanghai terug te keren. Hij kreeg geregeld be-
richten uit zijn geliefde land. Uit de bedreigde provincies verzamelden de vluchtelingen zich om steun aan elkander te hebben. Een zee van ellende sprak uit zulke berichten. Wat zou Taylor er graag heen gaan om die beproefde mensen te bemoedigen!
Hij sprak: „Ik zou wel niet veel meer voor hen kunnen doen, maar ik voel, dat zij mij liefhebben. Wanneer zij met hun leed tot mij zouden komen en ik zou alleen maar met hen kunnen zijn, dan zou dit misschien toch een troost zijn."
Taylor was niet meer in Davos te houden. In augustus 1905 ging hij op reis. De rust was toen in het land weergekeerd. De gevluchte zendelingen hadden hun arbeid op de zendingsposten weer hervat, tot grote blijdschap van Taylor. Deze was nu 73 jaar en toch ging hij bij aankomst dadelijk een rondreis maken. Overal werd hij als een vader begroet door zijn Europese medewerkers en in de Chinese gemeenten. Hij mocht zelfs ondervinden dat er geestelijke kracht van hem uitging op zijn omgeving.
In het land waar hij zoveel tot stand had gebracht en waar hij al zijn krachten had gegeven, zou hij ook sterven.
Midden in de arbeid, in de kring van zijn vrienden, overleed hij op 27 mei van het jaar 1906.
In één van zijn laatste brieven lezen wij: „Ik heb niet te klagen, ik kan alleen maar roemen." Deze woorden spreken boekdelen en tekenen ons Taylor als een geboren zendeling.
Zijn stof rust aan de oever van de Jangtse in Chin-Kiang tot de dag van de grote opstanding.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 mei 1965
Daniel | 16 Pagina's