JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Dominees onder het kruis (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dominees onder het kruis (2)

Cors Noorduyn

4 minuten leestijd

Coi's Noorduyn Deze Noordwijkse visser, later dominee Cors Noorduyn, schijnt zo onbelangrijk te zijn, dat er zelfs in de Christelijke Encyclopedie geen plaatsje voor hem afkon. Toch moeten we, als we verschillende Kruisdominees willen belichten, bij hém beginnen.

bij hém beginnen. In één artikel over een persoon kan moeilijk alles gezegd worden. De lezer(es) moet daarom hieronder geen uitgebreid

levensverhaal verwachten. Cors Noorduyn was reeds 55 jaren oud, toen hij besefte, dat de Heere de roeping tot predikant, die hij reeds vanaf zijn jeugd gevoelde, ging waarmaken. De Afscheiding van 1834 deed haar invloed ook in Noordwijk gelden. Het gezelschap, dat reeds lang 's zondagsavonds na de kerkdienst rondom Cors Noorduyn verzameld was, bezocht de kerkdiensten niet langer en verzocht hem, Cors, als voorganger op te treden. Dit gebeurde en spoedig daarna scheidde men zich ook officieel van de Ned. Herv. Kerk af.

Hiervan wordt Ds. P. Scholte in kennis gesteld. IIem werd tevens verzocht de verkozen ouderling en diakenen te bchet kruis (2) vestigen in het ambt. Dit vond inderdaad plaats, maar één grote teleurstelling was, dat Ds. Scholte verklaarde, broeder Noorduyn niet op eigen gezag in het ambt van predikant te kunnen bevestigen.

Ds. Scholte had hierin natuurlijk gelijk. Maar inplaats van de kerkelijke weg te bewandelen door Noorduyn op een meerdere kerkelijke vergadering uit te nodigen, stopte Ds. Scholte de gehele zaak in de doofpot. Terwijl hij Noorduyn en zijn gemeente maar wachten liet. ... De eigenlijke reden van Ds. Scholte was dan ook niet zijn aangevoerd kerkrechtelijk argument, maar het feit, dat hij Noorduyn volkomen ongeschikt achtte als predikant. De kerkelijke vergaderingen, onder invloed van Scholte, dachten er kennelijk ook zo over. Ds. H. J. Buddingh, die de gemeente van Noordwijk eens bezocht, geloofde wel in Noorduyn's roeping, beloofde zelfs hem in het ambt te bevestigen, maar liet verder niet meer van zich horen.

Dan doen de kerkeraad en gemeente van Noordwijk een eigenaardige sprong. Ten einde raad, daar geen enkele predikant het voor Noorduyn wilde opnemen, beriep de kerkeraad Cors Noorduyn als herder en leraar, waarbij zij tevens uitsprak hem zélf in het ambt te willen bevestigen. De beroepen voorganger wist, hoe de beslissing vallen moest. Hij stemde toe. Reeds de zondag daarop werd hij door handoplegging van zijn kerkeraad bevestigd tot herder en leraar van de gemeente Noordwijk. Laat ons goed begrijpen: deze handeling is volgens het kerkrecht niet goed te keuren; echter wordt zij wél begrijpelijk, gelet op de klemmende situatie. Men was door de Afgescheidenen, waarbij zij zichzelf toch ook nog rekenden, in deze hoek gedrongen! Wat was de reden, waarom de provinciale kerkvergadering van 16 en 17 maart 1837 Noor-

duyn totaal ongeschikt achtte voor het ambt van predikant? De aanwezige predikanten (Scholte, Van Raalte, Brummelkamp) oordeelden, dat hij de gave miste om het Woord te prediken, dat hij een verkeerde toepassing van dat Woord maakte en voorts niet ordelijk kon spreken (volgens Dr. F. L. Bos in „Kruisdominees"). Tot deze conclusie kwamen zij door.... een brief van Noorduyn! Men gaf zelf toe, hem nooit gehoord te hebben. Is deze wijze van optreden van genoemde vergadering wél kerkrechtelijk verantwoord? Was het geen wonder, dat men zich in Noordwijk ernstig gegriefd voelde en dat men het werk Gods in Noorduyn aangetast achtte? Een brief, in dergelijke bewoordingen gesteld, was tenminste de reaktie van Noordwijk. Het antwoord hierop was zo mogelijk nog feller. Noorduyn werd vergeleken met Jannes en Jambres (!), de Egyptische tovenaars, die Mozes tegenstonden. Het kan moeilijk vijandiger! Is het misschien ook verholen vijandschap tegen de bevindelijke prediking van Noorduyn? We weten het niet; de broederlijke liefde is overigens ver te zoeken. Waarom heeft men Noorduyn eenvoudigweg nooit de kans gegeven, zijn roeping te verklaren? Waarom een man, die zeker singuliere gaven had, met zo'n aanmatigend antwoord een duw gegeven?

De breuk is nu volkomen. Ds. Noorduyn ging, trouw gevolgd door zijn gemeente, zijn eigen geïsoleerde gang. Later (in 1844) kwam hij door bemiddeling van de latere dominee C. v. d. Oever in kontakt met de Kruisgemeenten. Hier vond de reeds oud geworden Gors Noorduyn het kerkelijk klimaat, wat hem aanstond; hier heeft hij in rust kunnen arbeiden.

Oudejaarsdag van het jaar 1852 was zijn sterfdag. Tot bijna op het laatste toe kon hij zijn krachten geven aan de dienst van Gods Kerk op aarde. Ds. Van den Oever sprak de gedachtenispredikatie uit naar aanleiding van „Davids volbrachte werk."

Ja, Cors Noorduyn was een eenvoudig mens; maar dat stond zijn leraarschap niet in de weg. Want zijn dit geen twee dingen, die bij elkaar horen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1965

Daniel | 15 Pagina's

Dominees onder het kruis (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1965

Daniel | 15 Pagina's