Diskussiehoek
Roken.
Toen ik liet vorige stukje gereed had, waren al de brieven op, zodat ik de diskussie over dit onderwerp eigenlijk afgesloten had. Nauwelijks had ik het echter verzonden, of daar krijg ik van de secretaris maar liefst negen brieven, alle over roken. Dit is een gevolg van het vroegtijdig moeten inzenden van copie. Vandaag heb ik „Daniël" ontvangen en nu maak ik het artikel al klaar voor het nummer van over veertien dagen. Nu kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om die negen brieven zo zonder meer in de prullemand te deponeren. Dat zou wat al te sneu zijn voor de schrijvers. Ik ga ze dus nog plaatsen.
Allereerst is hier dan een brief, waarin verteld wordt over een predikant, die graag een pijpje rookte. Eens had deze dominee geen geld meer en zijn tabak was op. Hij maakte echter dagelijks zijn behoeften aan de Ileere bekend en daar kreeg hij op een gegeven moment een flinke zak met goede tabak. Het was hem zeer opmerkelijk, dat God niet alleen in zijn levensbehoeften voorzag, maar dat de Ileere hem ook zijn versnaperingen liet bezorgen.
„Ik had echter van jongs af een hartstochtelijk rokende vriend. Toen de sigaretten kwamen, rookte hij die het meest. Ik heb hem meermalen horen zeggen als hij iemand een sigaret aanbood: „Of ben je te vroom om sigaretten te roken? " Op goed zestigjarige leeftijd is hij aan longkanker gestorven, 't Was toen nog niet bekend, dat men van veel sigarettenroken longkanker kon krijgen. Hij dacht, dat de oorzaak van kanker was, dat men de t.b.c. zo fel bestreed en dat God Zijn oordelen zich niet liet ontnemen. Deze man was in zijn jongelingsjaren door God bekeerd en was niet bevreesd om te sterven.
Wie wijs is, merkt die dingen En geeft verstandig acht Op 's Ilceren handelingen, Zo vol van gunst als macht.
Een Hagenaar schrijft: „Dc brief van een mijnheer uit Middelburg („Daniël" nr. 17) verbaasde mij. Schrijver stelt hierin, dat hij het roken als „niets nuttigs" afwijst. Hiermede ben ik het volkomen eens. Enkele regels verder zegt hij echter: „Ook de wereldse spreuk: „Het is geen man die niet roken kan, " kan het zoeken naar dat enige niet afwijzen vanwege de nood der ziel." Schrijver is dus van mening, dat het zoeken naar de zaligheid wordt afgeleid door het roken. Laten wij vooropstellen, dat roken een genotmiddel is en dat koffie, thee, specerijen enz. enz. dit ook zijn. Gebruikt hij deze genotmiddelen ook niet, omdat hij van mening is, dat dit het zoeken naar de zaligheid afleidt? Overmatig gebruik van alle genotmiddelen is natuurlijk nooit goed, maar is alle overmatigheid niet uit den boze? Verder stelt schrijver, dat roken een zonde, ja, een volkszonde is, want als men na het bezoek aan gezelschappen of vergaderingen thuiskomt met lichte hoofdpijn en zich eerst moet wassen en zijn kleding moet luchten om weer normaal te zijn, is dit toch geen vraag meer. Is dit geen naaste kwetsen?
Het lijkt mij, dat dit „naaste kwetsen" voorkomen zou kunnen worden door te zorgen, dat er goede ventilatie in de lokaliteiten aanwezig is, want daar krijgt de rook geen gelegenheid zich in de kleding te hechten. Het gezegde „naaste kwetsen, " lijkt mij dan ook overdreven!
Verder schrijft hij: „Zelfs bij de ernstigste verhandelingen op kerkelijk of geestelijk terrein, bederft men de zo nodige atmosfeer door roken en schijnt de verslaafdheid-en hartstocht niet be dwongen te kunnen worden, al merkt men het euvel der naasten ! !"
Maakt het verschil of men bij ernstige verhandelingen op kerkelijk terrein rookt of niet rookt? Of de atmosfeer bedompt of niet bedompt is? Is het roken dan een zonde tegen God?
Ik ben er persoonlijk van overtuigd, dat het overmatig gebruik van rookartikelen schadelijk kan zijn voor onze gezondheid! Niet alleen het roken echter is dat, ook het gebruik van koffie (coffeïne), thee (theeïne), specerijen enz. zijn dat bij overmatig gebruik. Mogen we deze artikelen dan ook niet meer gebruiken, zelfs bij normaal gebruik niet? Het is echter nog steeds niet bewezen, dat roken de veroorzaker is van ernstige ziekten (kankers), de geleerden zijn het hierover nog steeds niet eens, wat wel blijkt uit verschillende krantenartikelen, waarin zij elkaar tegenspreken. Als het werkelijk komt vast te staan, dat overmatig roken schadelijk is voor ons lichaam en veroorzaker van allerlei ziekten, dan pas en niet eerder kunnen we zeggen, dat het roken een zonde is tegen God!! Want dan pas is het roken een langzame zelfmoord, en dat is natuurlijk een grote zonde."
Een reaktie uit Domburg: „De schrijver uit Beekbergen geeft allereerst een onderscheid in zonden tegen God en „zonden tegen ons lichaam." „Zonden tegen ons lichaam" zijn evenwel ook zonden tegen (over) God.
Schrijver stelt, dat roken zonde kan worden, n.1. als men het niet laten kan. Hij wil in de eerste plaats van zonde spreken als er spraken is van „niet laten kunnen, er verslaafd aan zijn." Dit meen ik te moeten ontkennen. Roken is zonde, omdat we daardoor schade berokkenen aan de tempel van de H. Geest. Het is n.1. zo langzamerhand wel vastgesteld, dat roken schadelijk is voor de gezondheid. Het noemen van negentigjarigen heeft geen zin. Dit zijn uitzonderingsgevallen. Ik kan in dit verband de schrijver uit Beekbergen aanraden, het boekje te lezen: „Feiten over roken." En zelfs al staat het niet geheel vast of het schadelijk is, we mogen liet er dan nog niet „maar op wagen" met die tempel. Wat betreft „het niet laten kunnen": wie het niet laten kan (dit zijn er gelukkig maar weinigen) is een psychopaat, d.w.z. hij is ziek. Dan liggen de oorzaken van de zonde niet in het roken, maar in het ziek zijn als gevolg van de zonde.
Ook al is er bij velen een zekere verslaving opgetreden, dan nog is er m.i. geen sprake van „er in leven, " zoals schrijver stelt. „Er in leven" duidt op een „beheerst worden door." Ik geloof niet, dat er veel mensen zijn, waarbij het roken een beheersend element is in hun leven. Tenslotte: Ook de „Echte Genieter" houdt m.i. wel van een sigaretje. Niet minder dan de onbekeerde mens. Van volkomen genieten is hier namelijk geen sprake.
Ook n.a.v. het schrijven uit Oostkapelle een enkele opmerking. Hij stelt, dat al het geschapene goed is. Akkoord. Toch kan ik niemand aanraden een groene knolamoniet te eten, hoewel die ook goed geschapen is.
Schrijver vindt, dat men wel met mate mag roken, evenals we wijn met mate mogen gebruiken. Bij het roken kunnen we echter pas de gevolgen constateren als we te ver zijn gegaan, en dan is er dus sprake van zonde."
(M.i. geldt de laatste stelling ook voor het gebruik van cle wijn. Gesprk.1.)
Een lezer uit Tholcn merkt op, dat er omstandigheden zijn, waaronder het ongeoorloofd is te roken, b.v. tijdens het bijwonen van een begrafenisplechtigheid. Ook is hij het eens met de schrijver uit Nunspeet (Daniël nr. 18).
Voorts stelt hij vast, dat er niet alleen binnenshuis, maar ook op straat gerookt wordt. „Ik heb wel gezien, " zo schrijft hij verder woordelijk, „dat een leraar, die een vergadering leidde en een ouderling, die ik op straat ontmoette, een sigaar rookten. Ze deden dit kennelijk met genot en genoegen, waardoor ik mede met hen genoot. Dit laatste is natuurlijk geen bewijs voor de stelling, dat roken geoorloofd is.
Wanneer echter het roken (zeer matig, matig, veel, zeer veel) als zonde moest worden aangemerkt, moet dan worden gezegd dat degenen, die zich daaraan in het openbaar schuldig maken, in een openbare zonde leven?
Indien deze vraag bevestigend moet worden beantwoord, kunnen wij dan volstaan met het feit te signaleren en verder over te gaan tot de orde van de dag, of moeten er, kerkrechterlijk gezien, maatregelen tegen hen worden genomen en zo ja, welke, of geldt ook hier: een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd? "
Dit is een spitsvondig vraagje, maar m.i. niet ten onrechte. Konsekwent doorgeredeneerd heeft u m.i. volkomen gelijk. Indien vastgesteld zou zijn of worden, dat roken een openbare zonde is, dan zouden personen, die zich hieraan schuldig maken, kerkrechterlijk moeten
worden behandeld, op de gewone, bekende wijze. Als we konsekwent zijn, is hier geen uitwijkmogelijkheid, ook niet met de door u geciteerde tekst.
Er blijven nog brieven liggen voor D.V. de volgende keer. Een dringend verzoek: Schrijf me niet meer over dit onderwerp. Indien de „aangevallenen" in dit artikel echter willen reageren of als men reageren wil op reeds geplaatste brieven, dan heb ik daar geen bezwaar tegen.
Gesprekleider.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 april 1965
Daniel | 15 Pagina's