Wij moeten niet menen....
Wij jongeren
Wij moeten niet Een brief
We zijn erg blij dat er reacties beginnen te komen op onze stukjes! Zo komt het niet van één kant. Een lezer uit Rotterdam wil zijn bijdrage leveren in het gesprek dat we hadden over buitenkerkelijke mensen. Wij hopen op meer brieven (het adres van de redactie staat voorin in Daniël). Ook als je met een vraag zit, willen we daar — als we kunnen — graag op in gaan. We hebben
de vorige keer al gezegd, dat het beslist niet alleen over buitenkerkelijke mensen hoeft te gaan.
„Vaak is mij gebleken, " schrijft de lezer uit Rotterdam, „dat er meer mensen onkerkelijk dan onchristelijk zijn. Vooral de ouderen hebben zeer vaak een christelijke opvoeding gehad. Als men dan vraagt waarom ze niet meer in de kerk komen, krijgt men velerlei antwoord. Sommigen zijn teleurgesteld in de levenspractijk van veel Christenen en blijven daarom weg. Dit is enerzijds wel te begrijpen, maar niet goed te keuren; om de levenspractijk van de massa mag men de gedachte en de bedoeling van het Christendom niet verwerpen, liet gaat er altijd om: wat breng ik ervan terecht. Ook communisten zijn niet volmaakt.
De oorzaak ligt m.i. dieper, n.1. bij de prediking en daarmee samenhangend, de opvoeding. Veelal kregen deze mensen (en wij soms ook? ) een opvoeding die vol met negativiteiten zat: dit mag niet, dat mag niet, zus en zo is verboden, dat is zonde enz. enz. In plaats van te wijzen op de positieve inhoud van het evangelie, werd men „dufgepraat" met regel op regel en wet op wet. Aldus letterknechterij en Christendom verwarrend, gebeurden er ongelukken. Niet alleen werden mensen afgeschrikt door een
menen te „zware" prediking, ook door een inhoudsloze verhaaltjes-vertellerij bleven velen weg. (Is het in dit kader niet opvallend dat de Ger. Bonds-predikanten in de N.H. Kerk i.h.a. meer mensen trekken dan de zgn. midden-orthodoxe dominees? )".
Tot zover deze brief.
Ze hebben er mee gebroken
Het is inderdaad opvallend hoeveel onkerkelijke mensen christelijk opgevoed
zijn! En wij vinden het erg dat zij met die opvoeding gebroken hebben. Ieder van ons kent wel een paar van
zulke mensen. Maar oordeel niet te gauw. We moeten ons steeds goed afvragen: waaróm doen zij de Bijbel niet meer open en waaróm hebben zij het bidden gestaakt? Hebben ze zich werkelijk afgekeerd van God en van Zijn Woord?
Of zijn ze afgestoten door een in wezen niet levende godsdienst? Zijn ze werkelijk in een sfeer grootgebracht, waar de Heere uit liefde gevreesd werd? Als dat zo is, hebben ze „nee" gezegd tegen Gods goedheid, dan hebben ze God verlaten, en dat zullen ze merken. Maar het kan ook zijn, dat je bij hen thuis niets kon merken van het echte geloof. Dan hebben ze „nee" gezegd tegen een vormelijke godsdienst. En de briefschrijver heeft gelijk, dat dat net zo goed kan voorkomen bij een „lichte" godsdienst (en dan denkt hij aan de midden-groep in de Hervormde Kerk) als bij een heel „zware" godsdienst. In beide gevallen hebben deze mensen, die nu „nergens meer aan doen, " niet van dichtbij meegemaakt, hoe rijk het is om kind van God te zijn. En wij moeten het met de briefschrijver ook eens zijn, dat dat ook nu kan vóórkomen. Al moeten we oppassen, want het kan ook aan ons lig
gen. Het kan zijn dat het echte geloofsleven ons diep in ons hart niet aantrekt. Het kan zijn dat we geen geduld kunnen opbrengen met de onhebbelijkheden van hen die, ondanks dat, toch God kennen. Sommigen leven inderdaad — zoals je dat noemt — wettisch, om maar „zwaar" te doen. Maar bij anderen komt dat voort uit diepe vreze des Ileeren, al lijkt dat van buiten gezien overdreven.
Wijzelf....
Over de onkerkelijke mensen zegt de briefschrijver verderop in zijn brief nog iets wat we ook door willen geven: „Wat deze mensen van ons eisen is: eerlijkheid en oprechtheid. Wie een eerlijke, wandelende brief van Christus is (en dat is een belangrijke voorwaarde bij deze dingen), dwingt respect af." En dat is waar. Welke indruk maken wij op anderen? Ze zien ons aan voor Christenen, al noemen of voelen wij onszelf „onbekeerd." Moeten we onszelf dan gaan opwerken tot een verzekerd Christen? Dat lukt nooit. Dat hoeft ook niet. Als we — juist door de omgang met buitenstaanders — onze eigen leegheid hebben ontdekt, laten wc dat dan voor God belijden. Op ons gebed maakt hij armen rijk. Misschien mogen dan — in de woorden van de Catechismus — „door onze Godzalige wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden."
Nog een brief
We hebben ook nog een anonyme brief gekregen, die volgens het postmerk uit Hazerswoude komt. Het is een samenspraak tussen twee personen A. en C. Vooral omdat het niet regelrecht met ons onderwerp te maken heeft, kunnen we deze niet helemaal weergeven. Toch willen we ook deze schrijver gelegenheid geven om iets tot de lezers van Daniël te zeggen. In het gesprek merkt A. op, dat godsdienstige mensen een verkeerde hoop hebben. C. antwoordt dan „Een hoopje hebben wij allemaal. Dat heeft u ook; dat heeft iedereen, de
één in de godsdienst, een ander die niet aan godsdienst doet, gelooft dat als hij ieder zijn deel geeft, het wel mee zal vallen. Maar daar zal een buigen onder het recht geboren moeten worden; dan zijn we één klomp zonden. En als de Heere het dan schenkt — uit eeuwige ontferming — dan ligt alles in een eeuwige volheid in de tweede Persoon."
Tot zover deze briefschrijver. We willen daarbij opmerken, dat het niet ging over de geloofservaringen van iemand die reeds wedergeboren is, maar over de vraag: hoe komen buitenstaanders — en wij — tot het geloof.
En begint God in de Bijbel altijd met Zijn eisend recht? Komt volgens de Schrift niet vóór alles tot elke zondaar Gods vriendelijke nodiging: wendt u tot Mij, en wordt behouden!?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1965
Daniel | 16 Pagina's