Bond van Jeugd- en Studievernigingen
Bij de behandeling van enkele huishoudelijke zaken, vertelt de voorzitter een en ander over (Vervolg de ontstane en slot) veranderingen. Het distrietswerk neemt nu veel weg wat anders allemaal dóór de bond en op de bondsvergaderingen werd geregeld. Er kwam ook een nieuw hoofdbestuur. De voorzitter spreekt woorden van waardering en van hartelijke dank voor alles wat de vorige hoofdbestuursleden jarenlang hebben gedaan in het belang der verenigingen. Ook met het hoofdbestuur in zijn nieuwe samenstelling hopen wij tesamen de belangen van onze verenigingen en haar leden te behartigen.
Het ligt in de bedoeling van onze bond Koninklijke Goedkeuring aan te vragen bij het ministerie van O.K. en W. en bij H.M. de Koningin. Deze K.G. betekent dat wij voor ons jeugdwerk dan in aanmerking komen voor subsidie. Bij uitbreiding van ons werk zullen wij moeten komen tot vorming van een bondsbureau en het benoemen van een vrijgestelde kracht. Bovendien werken wij steeds met een tekort. Reeds nu zou er, om alle kosten van commissies, districten, secretariaat en hoofdbestuur te kunnen betalen f 14.000, — per jaar nodig zijn, terwijl de inkomsten per jaar op heden maximaal f 3.000, — zijn. Als alle arbeid goed gedaan zou worden, is Studieverenigingen er nu al een tekort per jaar van f 11.000, — Er moet dus een en ander gaan veranderen.
Voor het aanvragen van de K.G. is de toestemming nodig van deze algemene vergadering, voor zover die bestaat uit de afgevaardigden der verenigingen. Er wordt een opmerking gemaakt, dat het een grotere eer zou zijn als wij ons zelf zouden kunnen redden zonder die subsidie; waarop de voorzitter antwoordt dat wij per saldo nergens aan gebonden zijn. Er wordt met goedvinden van de vergadering tot aanvrage K.G. besloten. Uit een brief van de commissie. S.A.L V.O. blijkt dat het nu de goede kant opgaat met de schetsen over onderwerpen, die van groot nut zijn voor de verenigingen.
Ten behoeve van ons blad „Daniël" is er een dringende oproep uitgegaan van het hoofdbestuur aan de verenigingen om een werfactie voor abonnees te voeren. Voor zover hieraan gevolg is gegeven, en men de plaatselijke gemeente bewerkte, zijn er prachtige resultaten geboekt. Helaas blijkt dat 70% van de verenigingen nog niets deed. Door de voorzitter wordt er ten zeerste op aangedrongen dat alle verenigingen hieraan zullen meewerken. De laatste jaren moesten we steeds met een tekort werken, wat beslist niet langer kan, maar ook niet nodig is als alle verenigingen voor uitbreiding van het aantal abonnees zorgen.
De jaarverslagen zijn in de vorm van een gestencild boekje aan alle bezoekers van deze vergadering uitgereikt. Op één onderdeel van dit verslag wordt nog even nader accent gelegd in een korte toelichting hierop door Jos Blom.
Zoals te doen gebruikelijk werd een te
legram gezonden aan II.M. de Koningin. Na voorlezing van dit telegram werden staande het le en 6e couplet van het Wilhelmus gezongen.
Het voornaamste punt van de agenda van deze dag was ongetwijfeld de lezing door ds. A. W. Verhoef. Hij sprak over „In de lente van het leven" (Verhouding der sexen).
Ds. Verhoef begon te zeggen dat het leven van de mens terecht vergeleken wordt met de natuur, waarin lente, zomer, herfst en winter elkaar opvolgen. Door de val in het paradijs is de mens zijn onschuld kwijt geraakt, maar de Iieere heeft toch veel goeds gelaten. Prof. Wisse spreekt in dit verband over twee paradijsbloemen, die overgebleven zijn: de Sabbath en het huwelijk. Het huwelijk is een paradijsinstelling.
Er is een tijd geweest, dat over het huwelijk en de sexuele verhouding zeer weinig of helemaal geen voorlichting bestond. Het werd alles met een waas van geheimzinnigheid omgeven en veelal moesten jonge mensen uit de vuile praat, die men zo hier en daar hoorde, opmaken wat er aan de hand was.
Zo kreeg menigeen in zijn of haar jeugd een totaal verkeerde, verwrongen voorstelling van datgene wat door de Iieere in het huwelijk als iets reins en zuivers was geschonken. En hoe dikwijls is het dan gebeurd, dat men jong verkering kreeg, de jongen nog in z'n vlegeljaren en het meisje in haar bakvistijd. Door een tekort of gebrek aan voorlichting en mede daardoor zonder enig respect voor elkaar, en zeker van de jongen voor het meisje, zijn tallozen jong getrouwd en jong in de zorgen gekomen.
De verkeringstijd, aldus ds. Verhoef, is een beproevingstijd, waarin twee mensen elkaar goed moeten Ieren kennen. De verlovingstijd is bedoeld om met elkaar te praten over alle dingen die straks voor het leven van zulk een grote betekenis zijn. Een lange verlovingstijd is uit den boze, hoewel thans de woningnood dit alles nadelig beinvloedt. Soms kon men thuis introuwen maar dat is lang niet altijd zo, en dikwijls ook niet gewenst. Maar in die verlovingstijd mag men elkaar niet bezitten, zoals dat in het huwelijk is.
Daarom waarschuwt spreker de jongens, de meisjes niet te bedriegen, en de meisjes niet te flirten.
Hoeveel meisjes zijn er niet, die niet ongerept bleven; als dan de omgang uit is, gaat men weer met een ander en wordt het tenslotte een huwelijksdag met een schreiend hart.
Laten onze meisjes zich behoorlijk kleden, ook 's zomers, en laten onze jongens van de meisjes niet vragen, wat ze niet geven mogen.
In dit verband spreekt ds. Verhoef over de ongehuwde moeders, die in de steek werden gelaten, toen openbaar kwam hoe het er bij stond.
En denk nu niet: ik zal wel op mezelf passen, daarvan spreken de gedwongen huwelijken een maar al te duidelijke taal.
Jongens, spaar jullie meisjes; behalve dat het zonde is vooruit te grijpen op wat behoort tot het huwelijk, is er in de harten der meisjes die slopende angst om de gevolgen. Leef er altijd bij, dat in het houden van Gods geboden groot loon ligt. Als wij liefde tot God hebben zal onze liefde tot elkaar geheiligd zijn. Aan de hand van enkele voorbeelden uit de geschiedenis, o.a. van vorstelijke personen uit onze eigen geschiedenis toont ds. Verhoef aan hoe men in het wandelen in de vreze des Heeren een kracht vond om zondige daden en begeerten ondergeschikt te maken aan 's Heeren wil en wet.
Het is ondoenlijk het door ds. Verhoef gesprokene zodanig weer te geven, dat het aan de juistheid van zijn zeggen geen afbreuk doet.
Dit kan er van gezegd worden: er werd „geluisterd" van het eerste tot het laatste woord, wat wel tot uitdrukking kwam
in de stroom van schriftelijke vragen, die tijdens de pauze op de bestuurstafel werden gedeponeerd.
Na een voorlopig woord van dank, dat de voorzitter tot ds. Verhoef sprak, werd door laatstgenoemde de morgenvergadering, na het zingen van Ps. 19 : 1—4 en 5, met dankgebed gesloten.
De middagvergadering werd geopend met het zingen van Ps. 86 : 6, opgegeven door ds. C. Molenaar, die daarna in gebed voorging.
Op voortreffelijke wijze heeft ds. Verhoef daarna een groot deel van de hem gestelde vragen beantwoord.
Om des tijds wil bleven er vragen onbeantwoord, die ds. Verhoef in „Daniël" hoopt te beantwoorden.
Nadat gezongen is Ps. 25 : 2, 6 en 7, spreekt ds. D. Hakkenberg een slotwoord.
Hoe aangenaam het ook geweest is, aldus ds. Hakkenberg, we gaan weer scheiden. De spreukendichter zegt: „Het einde van een zaak is beter dan zijn begin"; wij hopen het van deze vergadering andersom.
Gaarne geven wij U een woord mee uit Psalm 45: „In de plaats der vaderen zullen de zonen zijn."
En dan denk ik aan jullie, jongens en meisjes. Er zijn opengevallen plaatsen, maar de Kerk des Heeren zal voortgezet worden. Wij wensten wel die voetstappen te mogen drukken van onze vaderen; zich niet te onttrekken aan hun voorbeeld, maar de band met het verleden zouden bestendigen.
Ieder van U zal in de familie er wel een gehad hebben die God vreesde. Zou het voor mij hopeloos zijn? Psalm 45 zegt: „Ik zal uw naam doen gedenken van elk geslacht tot geslacht." Dan kan de Heere bij u beginnen als de eerste van dat geslacht.
Wij gaan scheiden. Neem dan dit woord mee. De Heere staat er borg voor. Hoe groot zou het zijn als zonen en dochteren te worden gegrond in dat geloof, dat de vaderen is overgeleverd. Dat ge in dat geloof bestendigd mocht worden.
Draag de waarheid en de werkelijkheid, van wat we gehoord hebben, mee. Dat er wat van mag uit gaan. Een openhartig gesprek, zoals vandaag, is nuttig en nodig.
Voorts hebben we onze roeping ook op het terrein onzer verenigingen. De God des Vredes zij met ons en plante Zijn Naam voort van kind tot kind. Op verzoek van ds. Hakkenberg wordt nog gezongen Ps. 72 : 9 en 11, waarna liij de vergadering voorgaat in dankgebed.
Wij mogen terugzien op een zeer geslaagde en aangename dag. Van vele zijden hoorden we woorden van dank voor een dag als deze. Uit Moerkapelle kregen we speciaal een telefoontje waarin namens de 28 bezoekers(sters) met grote waardering over deze dag werd gesproken. We geven dat gaarne door.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 april 1965
Daniel | 16 Pagina's