Onze reis door Israël en Jordanië
(Vervolg)
Op de berg Nebo krijgt men een indruk ervan hoe eenmaal Mozes op deze plaats heeft gestaan en het beloofde land van verre zag; wegens zijn ongehoorzaamheid mocht hij dit land niet ingaan. Bij helder weer kan men de Olijfberg zien, maar Mozes zag met verlichte ogen verder, tot de achterste Zee, dat is de Middellandse Zee.
Voor ons ligt de vlakte waar eenmaal Lots keuze op viel, na de twist van zijn herders met die van Abraham. Hij koos deze vlakte om haar vruchtbaarheid, terwijl Abraham in de richting van Berseba trok. Wij weten dat Lot in Sodom woonde en zijn rechtvaardige ziel kwelde om de goddeloosheid van de bewoners dezer stad en hoe hij vluchtte voor het oordeel dat over de steden Sodom en Gomorra kwam, toen van de hemel vuur en zwavel regende. De eertijds vruchtbare vlakte is nu een dor en dood landschap en wij zagen de gevolgen van het vreselijk oordeel Gods.
Boven op de berg Nebo zijn nog ruïnes van een oude Byzantijnse tempel, een klooster en een begraafplaats; enige ruimten zijn nog gevuld met zeer oude doodsbeenderen. Er ligt tevens een oud mozaiek en boven op de berg staat een groot kruis. In dit afgelegen oord woont een Arabier met zijn gezin; hij behoort waarschijnlijk tot de woestijnpolitie en is zwaar bewapend met geweer, dolk en pistool, terwijl de gevulde patronenbanden over zijn schouder bevestigd zijn; hij laat ons een klein gebouwtje zien waarin zich een massa voorwerpen bevinden, die hier opgegraven zijn; ook mochten wij zijn huis van binnen zien, waarin tegen een der muren het kleurige beddegoed netjes lag opgestapeld; verschillende vrouwen van verschillende leeftijd waren in het huis aanwezig en het was voor ons moeilijk om de samenstelling van zijn gezin vast te stellen.
Wij vertrekken van de berg Nebo en langs de weg, die wij gaan, is de grond bedekt met gekristalliseerd zout, dat een gevolg is van de overstroming der Dode Zee. Wij
komen in een dorpje aan waar een Griekse kerk staat uit het jaar 1896 en waarin zich een bijzonder mozaiek uit de 6e eeuw bevindt. Dit mozaiek was oorspronkelijk 14 m2 groot doch er is nog maar 6 m2 van overgebleven; wij zagen er een afbeelding op van de Jordaan die in de Dode Zee uitkomt; in de Jordaan zijn vissen afgebeeld, die in de richting van de Dode Zee zwemmen, doch de eerst afgebeelde vis zwemt terug, omdat er in de Dode Zee geen leven mogelijk is door het hoge zoutgehalte. Ook de vlucht van Jozef en Maria met het Kindeke naar Egypte is afgebeeld alsook andere taferelen uit het leven van de Heere Jezus. Na het bezichtigen van deze mozaieken vertrekken wij naar Amman, dat 95 km verder ligt en waar wij tegen de middag aankomen bij het Philadelphia-Hotel.
De stad Amman werd veroverd door de Egyptische vorst Ptolomeus Philadelshis II (in de jaren 285 — 246 voor Christus) welke vorst de stad naar zichzelf noemde. Tijdens het leven van de Heere Jezus op aarde was deze stad een der schoonste en belangrijkste steden van het Overjordaanse; zij wordt in de Bijbel genoemd het Rabba der kinderen Ammons; hier sneuvelde Uria, de Hethiet, die op bevel van Koning David, tijdens de strijd tegen de Ammonieten, in de voorste gelederen van het leger werd geplaatst.
Voor wij Amman binnenrijden hebben wij een prachtig uitzicht op de stad en zien we een gedeelte van het paleis van Koning Hoessein. Amman heeft nu 110.000 inwoners. Recht tegenover ons hotel is een oud overblijfsel van een amphitheater, dat tegen een heuvel is gebouwd. Het hotel is een bijzonder mooi gebouw en achter het hotel is een betegeld zwembad.
Om half een gebruiken wij het middagmaal, waarna wordt gelezen de geschiedenis over Mozes op de berg Nebo. Na het eten maken wij onze laatste tocht, die ons naar Jerash voert; onderweg stappen wij uit bij de beek Jabbok, die ons bekend is uit de geschiedenis van Jacob. Enkele leden van onze groep begeven zich in de stromende beek; gezien de brede bedding bleek ons dat er niet veel water in de beek stond. In de nabijheid der beek staan twee Bedoeinen-tenten; nadat er sigaretten zijn aangeboden mogen wij de tent binnengaan; het ruikt er rokerig en onfris maar wij worden vriendelijk ontvangen. Een oude Bedoein is bezig met het schoonmaken van zijn geweer en terwijl onze chauffeurs van de Bedoeinen eieren kochten, bood een der vrouwen ons een smoezelig glaasje water aan, waarvoor wij vriendelijk bedankten. Wij nemen afscheid en rijden naar de plaats Jerash, een oude Romeinse stad, die in 1806 werd ontdekt. Er zijn toen massale en belangrijke opgravingen verricht. Men vond er de tempel van Zeus, de hoofdgod der Grieken; een amphitheater dat plaats biedt aan 5000 mensen, terwijl in die tijd de stad 50.000 inwoners telde. In dit amphitheater werden de gladiatorspelen gehouden; rechts en links ziet men de kleedkamers, evenals een rij nissen, die zich ertussen bevinden en die dienden voor de lampen, die tijdens de spelen voor verlichting erin werden geplaatst.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 maart 1965
Daniel | 16 Pagina's