JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Gods stem, Gods roep,

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gods stem, Gods roep,

3 minuten leestijd

(Gen. 3 : 8-11)

(Gen. 3 : 8-11) Geweldige gedachten dringen zich aan ons op als we denken aan de zondeval. We zouden lang stil moeten staan bij elk woord waarmee dit droevig feit in

de Bijbel vermeld staat. De vreselijke val had plaats gevonden. Spoedig werden de ogen der mensen ge-

opend. Het geweten sprak. Zij moesten zich verbergen. De vroegere onbevangenheid en onschuld waren

voor altijd vervlogen. Daar horen zij Gods stem in de hof, het ruisen van de voetstappen des Heeren Die, omdat Hij alomtegenwoordig is, Zich altijd en overal ook op menselijke wijze kan openbaren: De Heere is daar! Wat eerst hun zaligheid was, is nu op éénmaal en voor de eerste maal voor hen een kwelling: de aanwezigheid Gods. Zij overlegden met elkaar en besloten zich voor de Heere God te versteken. Zij horen Zijn stem. Maar nu, nu schuwt de mens Gods Aangezicht te zien, Hem te ontmoeten, door Hem aangesproken te worden. Zij verbergen zich in het midden van het geboomte des hofs.

Toen werd Adam getroffen door Gods roep: „Waar zijt gij? " De stem van God wendt zich tot de mens. Die stem spréékt niet alleen, zij roept. Zij grijpt met onverbiddelijke hand achter de bomen en onder de struiken waar de mens zich verstoken heeft en trekt hem met al zijn ellende voor Gods Aangezicht. Voor de ogen van God kan men zich niet verbergen. De mens moet ter verantwoording komen. Hij kan niet verder vluchten, hoe gaarne hij vluchten moge. Maar hij spreekt niet uit waarop God wacht. Hij spreekt over wat hij waargenomen heeft, maar hij spreekt niet over schuld.

Dan komt Gods Woord tot hem. De Heere zeide: „Hebt gij van die boom gegeten waarvan Ik u gebood dat ge daarvan niét eten zoudt? "

Wat het geweten reeds waarschuwend tot bewustheid bracht, dat waarover hij niet spreken wil, wat hij niet duidelijk zien wil, dat ontdekt Gods Woord meedogenloos, en noemt de zonde bij de naam.

Elk antwoord, elke tegenspraak is nu verstomd. Wat nu nog volgt aan woorden van verontschuldiging, waarmee de éne zondaar de andere harteloos prijs geeft, is slechts een uitvloeisel van een overtuigd geweten, de armzalige strijd tegen de terugtocht van een geheel verslagen zondaar. De poging zich te verontschuldigen bewijst slechts de schuld. God hoort slechts de laatste woorden: „en ik heb gegeten", die bij beide zondaren het slot van hun antwoord waren. Nu kan de Heere God verder spreken

van straf en van vloek en ook van verlossing!

Gods stem, Gods roep, Gods Woord. Ten nutte van onze arbeid wens ik uit deze verzen enige wenken te ontlenen.

(Wordt vervolgd)

N.B. Deze overdenking en de twee of drie vervolgen hierop zijn van Dr. Paul ITumburg uit „Allerlei Reichtum". Wie hij was hopen wij U tzt. te vertellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1965

Daniel | 16 Pagina's

Gods stem, Gods roep,

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 maart 1965

Daniel | 16 Pagina's