BOEKBESPREKING
BOEKBESPREKING Ten tweeden male flitsen uit het Protestantse leven.
BOEKBESPREKING Ten tweeden male flitsen uit het Protestantse leven.
A. C. de Gooyer: „Het beeld der vad'ren. Een documentaire over het leven van het Protestants-Christelijk volksdeel in de twintiger en dertiger jaren." Ambo-boeken. Uitgave van „Uitgeverij De Fontein" te Utrecht en „Uitgeverij Westland" te Merksen, (1964). 312 blz., in stijf omslag f 8.90.
Onlangs bespi'aken wij het boek van Ben van Kaam over het Protestantse leven in ons land gedurende de jaren tussen beide wereldoorlogen. De Gooyer's boek „Het beeld der vad'ren" heeft het over 't zelfde onderwerp. Het bijna tegelijk verschijnen van twee boeken over 't zelfde tema is iets ongewoons. Een kleine toelichting is daarom wenselijk.
Bij „De Fontein" in Utrecht zag tevoren een geschrift van Van der Plas, getiteld „Uit het rijke Roomsche leven, " 't licht. De Roomse uitgeefster had toen het plan een dergelijke publikatie over 't Protestantse leven uit te geven — die dus nu verschenen is — en daarna nog een over 't leven van de Socialen in dezelfde tijd — die nog verschijnen moet. Hoewel men deze plannen vroeg genoeg had aangekondigd, hoorde men bij „De Fontein" vervolgens dat een Protestantse uitgever een boek over het Protestantse leven uit ging geven dat qua opzet heel sterk aan het reeds verschenen „Uit het rijke Roomsche leven" denken deed. Kontakt met deze Protestantse uitgever heeft evenwel tot niets geleid. En dus verscheen niet lang na Ben van Kaam's geschrift een dergelijke samenvatting van De Gooyer. Voor de uitgeefster van laatstgenoemde is dit uiteraard een minder aangename aangelegenheid. Wij wijzen daarom onze lezers er met nadruk op dat „De Fontein" in dezen absoluut geen blaam treft. Enkel maar de schijn is tegen haar!
Nu deze beide boeken over 't zelfde onderwerp verschenen zijn, ligt vergelijking voor de hand. Er zijn belangrijke verschillen tussen beide uitgaven. Een opsomming ervan geeft tegelijk een aardig beeld. Het boek van Ben van Kaam gaf de geschiedenis van jaar tot jaar. De Gooyer heeft zijn stof verdeeld in hoofdstukken zoals „Gezin en sex, " „Het vrouwelijk gedragspatroon, " „Lectuur en radio" et cetera. Bij beide schrijvers gaat het uiteraard maar om een greep. Toch heeft Van Kaam het voordeel dat zijn indeling de stof wat levendiger en gemakkelijker te verteren maakt. De Gooyer geeft meer telkens een verhandeling!
Ons hoofdbezwaar tegen Van Kaam was dat de inhoud van zijn boek de titel ervan eigenlijk niet dekt. Het Protestantse leven was bij hem beperkt tot dat van de Gereformeerden, wat ons werkelijk niet weinig irriteerde. Bij het werk dat wij hier nu bespreken ligt dat wel wat anders. Ook voor anderen dan de Gereformeerden is hier, zij het een bescheiden plaats. De S.G.P. wordt niet vergeten. Bovendien laat schrijver, als Colijn besproken en geprezen wordt, de stem der oppositie geenszins achterwege: Kersten krijgt hier als veroordelaar van de Gereformeerde vriend-
schap met de Roomsen evengoed het woord. In dezen is De Gooyer dus veel sympatieker dan Van Kaam, al is zijn kijk op een ander uiteraard heel anders dan wij gaarne zouden zien. Op bladzij 88 heeft hij het bij voorbeeld over het zo sympatieke blad „De Vriend van Oud en Jong, " dat zich, aldus de schrijver, graag Gereformeerd en Calvinistisch noemde, maar toch echt een blad voor de „bevindelijke" kristen was...! Een tweede grief tegen Van Kaam was dat hij uit de hoogte neerzag op de „mannenbroeders, " alsof onder de Gereformeerden sindsdien alles zoveel beter is. Hoe staat het hierin met De Gooyer? Hij heeft eerbied voor de trouw der vaderen aan wat zij zagen als het goede, maar heeft geen begrip voor hun aanvaarden van Gods Woord in zijn geheel en hun zich daarnaar richten in hun leven. Wat door hem als kommentaar op 't Protestantse leven in de door hem hier beschreven periode wordt gegeven, wordt daardoor bepaald. De toon is dus al evenmin doorlopend prettig als dat bij Van Kaam 't geval was. Vaak ziet hij — hoewel wat minder vaak dan zijn kollega — ietwat spottend neer op dingen waarvoor hij toch onzes inziens enkel maar waardering hebben moest. Er waren, zegt hij in de „Inleiding, " beslist ook hoogtepunten in het leven der Gereformeerden van die tijd; de kwestie-Geelkerken was echter volgens hem een dieptepunt.
Dit boek bevat een „Nawoord": „In het vacuum", door Van der Stoep. Ook deze blijkt in vele dingen niet meer als de vaderen te denken, al ziet hij bij hen wel goede dingen. De Gereformeerde zede, dit erkent hij eerlijk, is bij de Gereformeerden grondig uitgeroeid. Maar Van der Stoep is toch niet zeer gelukkig met de resultaten van de nivellering in het geestelijke leven. Er zou toch wel zo iets als een kristelijke levensstijl gevonden moeten worden! Dat men dit nog voelt en openlijk erkent, is zeer verheugend. „In het vacuum" zegt toch als titel werkelijk wel iets! De Gooyer's boek maakt uiterlijk wat minder indruk dan dat van Van Kaam. Ook wat de illustraties aangaat is het wat bescheidener. In stijl en spelling is het vrij verzorgd. Er is geen reden om bij een heel enkel stijl-en spellingfoutje hier in het biezonder stil te staan.
Tenslotte alles bij elkaar genomen; een wel aardig boek, met vele sympatieke, maar ook vele minder sympatieke dingen. Een geschrift dat men zorgvuldig kritisch lezen moet. Vooral wie eerst Van Kaam over dezelfde periode heeft gelezen, zal het aardig vinden naar De Gooyer eveneens te luisteren. Wij wensen hem in elk geval — al hebben wij kritiek — een even grote lezerskring!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's