Naar 't heilig land
21.
DE BRANDING
Lang duurde 't deinen op de wijde zee. In weken was geen landstrook meer t' ontdekken. Nu zwermen langs het want de meeuwen mee. Is dat 't vooruitzicht op de laatste ree? Zij zullen nieuwe hoop in 't hart verwekken.
Aan verre einder streept verzilverd zand. Zal 't einde van het zwalken nu genaken? Wij turen scherp, met hoven 't oog de hand. Hoe groeit 't verlangen naar 't beloofde land! Een torenspits met rondom rode claken!
Nu vaart een beving door de ranke boot. De golven botsen tegen boeg en wanden. De branding brengt opnieuw in bange nood. Wat moeten wij? De tegenstand ivordt groot. Ach, zullen wij op 't laatst voor eeuwig stranden?
Toen brak de branding door Gods grote kracht en Og en Sihon werden neergeslagen, al kwamen zij met groot vertoon van macht. Hij zal gewis vergaan wie Hem veracht, al legt hij nog zo trots zijn loze lagen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 februari 1965
Daniel | 16 Pagina's